Alle soortenZangvogelsVliegenvangers › Witkruintapuit

Witkruintapuit | Oenanthe leucopyga

White-crowned wheatear | Collalba yebélica

De witkruintapuit is de zwart-witte vogel van de Sahara: op een rotsblok in een wadi, op de muur van een ksar of op de rand van een hotelterras, en zo weinig schuw dat hij bijna over je voeten loopt. Hij zingt het hele jaar door, in de vroege ochtend, in de schemering en op heldere nachten ook bij maanlicht.

Witkruintapuit (Oenanthe leucopyga)
Foto: OlivierPDupont — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luide, gevarieerde en verrassend melodieuze zang, veel rijker dan die van de meeste tapuiten: heldere fluittonen, rollende trillers en flarden nabootsing van andere woestijnvogels, aan elkaar geregen tot lange strofen. Hij zingt het hele jaar door, het uitbundigst in de vroege ochtend en opnieuw bij zonsondergang, en in heldere nachten ook in het donker. De roep is een helder tsjie-wiet en een hard, kort tsjak.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Grote, slanke tapuit van 17 tot 18 centimeter, geheel glanzend zwart. De volwassen vogel draagt een zuiver witte kruin, die als een petje op de zwarte kop ligt; eerstejaars vogels hebben nog een zwarte kruin en krijgen het wit pas in hun tweede kalenderjaar. Stuit en staart zijn wit, met zwart dat beperkt blijft tot de punten van de middelste staartpennen en een klein zwart puntje aan de buitenste — een doorlopende zwarte eindband ontbreekt, zodat de staart bijna geheel wit oogt met een zwarte streep door het midden. De snavel is lang en zwart, de poten zwart, en de houding is rechtop en hoogbenig.

Verwarrings­soorten

De zwarte tapuit is het echte probleem, en alleen in Marokko, Algerije en Tunesië, waar beide soorten naast elkaar leven. De zwarte tapuit is nooit witkruinig, is doffer en bruiner zwart, kortsnaviger en zwaarder gebouwd, en toont altijd een brede zwarte eindband over de hele staart — de omgekeerde T. Sluit het zwart de staart van rand tot rand af, dan is het de zwarte tapuit; blijft het zwart een streep in het midden, dan is het de witkruintapuit. De eerstejaars witkruintapuit met nog zwarte kruin is de vogel waarop de meeste fouten worden gemaakt, en daar helpt alleen de staart. De bonte tapuit heeft ook een witte kruin, maar is veel kleiner, heeft witte onderdelen en een staart met een duidelijke zwarte eindband. De cyprustapuit is klein en heeft beige onderdelen.

Leefgebied

Rotsachtige woestijn: hamada's, wadi's met grote blokken, kloven en steilwanden, puinhellingen aan de voet van een jebel — overal waar een spleet zit om in te nestelen. Daarnaast, en heel karakteristiek, de bebouwing van de woestijn zelf: ksour en kasbahs, ruïnes, muren rond palmtuinen, benzinestations en hotelterrassen, waar hij insecten, afval en water vindt. Kaal stuifzand zonder rots of muur mijdt hij.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Standvogel van de Sahara en Arabië: van Mauritanië, Mali, Niger en Tsjaad oostwaarts door Zuid-Marokko, Algerije, Tunesië, Libië, Egypte en Soedan naar de Sinaï, Israël, Jordanië, het Arabisch Schiereiland en Irak. Binnen het kaartgebied is hij dus een gewone broedvogel, van de Draa-vallei en Merzouga tot de Negev en de Arava; het zuidelijke deel van zijn areaal valt buiten de kaart. Trekken doet hij niet, maar in droge jaren zwerft hij. In Europa is hij een uiterst zeldzame dwaalgast, en bij de meeste gevallen blijft de vraag of het om ontsnapte kooivogels gaat.

  • Jaarrond
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

In Israël is de Machtesj Ramon de zekerste plek: zet de auto bij de kraterrand neer en de vogels komen naar je toe. In Marokko werken de Todra- en Dades-kloof, of het dorp Merzouga, waar hij op de muurtjes van de tuinen zit. Kijk bij elke zwarte tapuitachtige eerst naar de kruin en daarna, en vooral, naar de staart. Let ook op de baltsvlucht: het mannetje stijgt steil op, blijft even hangen en laat zich met wijd gespreide witte staart weer vallen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is wijdverbreid, talrijk in geschikt terrein en heeft baat gehad bij de mens: wegen, waterputten, vuilnis en gebouwen in de woestijn leverden nieuw voedsel en nieuwe nestplaatsen op, en langs asfaltwegen en bij nederzettingen is ze plaatselijk toegenomen. Verstoring van broedwanden door woestijntoerisme en het wegvangen voor de kooivogelhandel spelen plaatselijk een rol, maar niet op een schaal die de populatie aantast.