Alle soortenHoenderachtigenFazantachtigen › Zwarte frankolijn

Zwarte frankolijn | Francolinus francolinus

Black francolin | Francolín ventrinegro

Een hoen zo groot als een patrijs, maar de haan is bijna zwart: koolzwart, met een grote witte wangvlek, een kastanjebruine halsband en een regen van witte spikkels over borst en flanken. Je staat langs een akkerrand op Cyprus of in de Turkse Çukurova, hoort een schel, roestig geschreeuw uit het hoge gras — en ziet meestal niets. Het is de enige frankolijn die in Europa stand houdt.

Zwarte frankolijn (Francolinus francolinus)
Foto: Elshad photo — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het kenmerk van de soort. De haan klimt op een steenhoop, een aardwal of de top van een lage struik en gooit er een schel, schurend kik … kik-KIEK-kek-krrèk uit, vier of vijf lettergrepen die in een roestige uithaal eindigen, alsof er metaal over metaal gaat. Om de tien tot twintig seconden herhaald, over een kilometer hoorbaar en meestal binnen een minuut beantwoord door een buurman. Van maart tot juni in het eerste uur na zonsopgang en in het laatste uur licht; daarbuiten hoor je hem zelden.

Luister: Roepende haan, met een tweede vogel in de verteWikimedia Commons

Opname: Somesh Tripathi — CC0 · Wikimedia Commons

Herkenning

De haan is onmiskenbaar. Kop, borst en buik diep zwart, met een grote witte vlek op de wang, een brede kastanjebruine halsband en over de onderdelen ronde witte spikkels die naar de flanken overgaan in zwart-witte banden. De mantel is goudbruin met lichte veerzomen, de staart zwart met smalle witte dwarsbandjes, de poten roodbruin. De hen lijkt op een andere vogel: warm bruin, van boven tot onder gestreept en geschubd, met een kastanjebruine vlek in de nek en zonder wangvlek of halsband. Bij het opvliegen gaan beide met snelle, ratelende slagen laag over het gewas en vallen dertig meter verderop weer in.

Verwarrings­soorten

Binnen het kaartgebied is er geen tweede frankolijn en een zwarte haan is met niets te verwarren. De hen wel: bruin en gestreept doet ze aan een grote kwartel denken, maar ze is bijna twee keer zo groot en heeft die kastanjebruine neksvlek; een jonge fazantenhen is nog groter en heeft een veel langere, spits toelopende staart. De aziatische steenpatrijs, die in Turkije en Israël naast de frankolijn kan staan, is grijs met een witte keel in een gave zwarte omlijsting en heeft een rode snavel en rode poten — de frankolijnenhen heeft een donkere snavel en is over haar hele lichaam gestreept, nooit egaal grijs. Op afstand helpt de houding: de frankolijn draagt zijn lijf horizontaal en zijn hals rechtop, de steenpatrijzen staan boller en korter.

Leefgebied

Vochtige, laaggelegen cultuurgrond met dekking dicht in de buurt: bevloeide akkers, groentetuinen, stoppels en braak, ruige perceelsranden met bramen en tamarisk, rietkragen langs sloten en het struweel langs beken en rivieren. Op Cyprus ook drogere, met struiken bezette hellingen, zolang er akkers naast liggen. Water hoort bijna altijd bij het beeld; droge steppe en kale hellingen laat hij aan de steenpatrijzen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Binnen het kaartgebied op drie plekken. Cyprus, waar hij over het hele eiland verspreid zit en het talrijkst is in het district Paphos en op het schiereiland Karpasia. Zuid- en Zuidoost-Turkije, met de Çukurova, de Göksudelta en de vlakten daarachter. En de Levant: de Israëlische kustvlakte, de Jizreëlvlakte, het dal van Bet She'an, de Hoelavallei en de rand van de Jordaanvallei. Vroeger reikte het gebied veel verder westwaarts — tot in de eerste helft van de negentiende eeuw zat hij in Zuidoost-Spanje, op Sicilië en op eilanden in de Egeïsche Zee. Daar is hij weggejaagd en weggeschoten; latere pogingen om hem terug te zetten hebben niets opgeleverd.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Cyprus in april, van een uur voor tot twee uur na zonsopgang. Rijd stapvoets over de veldwegen bij Anarita, Mandria of Agia Varvara en zet de motor af zodra je er een hoort. Zoek dan niet in het gras maar op de verhogingen: een steenhoop, een walletje, een paaltje, de top van een struik. Daar staat de haan om te roepen, en dan is hij van driehonderd meter te herkennen. Zakt hij het gras in, dan is de kans voorbij — wachten helpt meer dan lopen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd; het zwaartepunt van de soort ligt in Iran, Pakistan en India. Maar de westrand van het gebied is dun geworden. In Spanje, op Sicilië en in Griekenland is hij al twee eeuwen weg. In Israël laat de vergelijking van de vogelatlassen van 1980-1990 en 2010-2020 een duidelijke krimp zien: minder bezette hokken en in vrijwel alle hokken minder vogels, door het verdwijnen van ruige akkerranden en door nesten die bij de bewerking sneuvelen. Cyprus is de uitzondering: daar houdt de bevolking stand en trekt ze zelfs voorzichtig aan.