Alle soortenZangvogelsVliegenvangers › Zwarte waaierstaart

Zwarte waaierstaart | Cercotrichas podobe

Black scrub robin | Alzacola negro

Een geheel roetzwarte vogel met te lange poten en een veel te lange staart, die hij bij elke pas omhoog klapt, over de rug legt en als een waaier openslaat. Wie hem voor het eerst in het acaciastruweel van de Arava ziet, denkt eerst aan iets uit Afrika — en dat klopt: dit is een Sahelvogel die pas sinds de jaren tachtig aan de noordkant van de Rode Zee broedt. In het kaartgebied zit hij nergens anders dan in de zuidelijke Arava en bij Eilat.

Zwarte waaierstaart (Cercotrichas podobe)
Foto: hungryholobiont — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks korte, heldere en verrassend melodieuze fluitmotieven, twee of drie tonen per motief, afgewisseld met droge ratels en een schor tsjrrr; het klinkt losser en haastiger dan bij de rosse waaierstaart en verspringt vaker van toonhoogte. Hij zingt vanuit de top van een acacia of een tamarisk, en soms in een korte, dansende zangvlucht met gespreide staart. Roep: een hard, kort tsjek en een klagend, nasaal tsjieeh. De meeste zang van maart tot mei, in de vroege ochtend en het laatste uur voor het donker.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Slank, hoogbenig en langgestaart, met een rechtopstaande houding en een lichte, huppelend-rennende gang over de kale grond. Het hele kleed is dof roetzwart, met een iets bruinere waas op de vleugels; de snavel is zwart en spits, het oog donker, en er loopt een smalle, vaak nauwelijks zichtbare lichte streep boven de teugel. De staart is lang en trapsgewijs afgerond en draagt aan de uiteinden van de buitenste veren duidelijke witte punten, met daarnaast witte punten aan de onderstaartdekveren; die vallen op zodra hij de staart spreidt. De poten zijn lang en zwart. Man en vrouw zien er in het veld gelijk uit; jonge vogels zijn doffer en vaag geschubd.

Verwarrings­soorten

De rosse waaierstaart is de enige verwante soort in de buurt en het gedrag is bijna hetzelfde — dezelfde optillende, uitwaaierende staart, dezelfde rennende gang — maar de kleuren zijn tegengesteld: die is zandbruin van boven en roomwit van onder, met een brede witte wenkbrauwstreep en een warm roestrode staart; de zwarte waaierstaart is van kop tot staart zwart en heeft geen enkele lichte kop- of onderdeeltekening. Waar ze elkaar in de Arava raken, sluit de romkleur de zaak in één seconde. Verder is er in Israël geen zwarte zangvogel met zo'n staart: de zwartstaart is grijs met een zwarte staart en heeft veel kortere poten, en de witkruintapuit heeft een witte stuit, witte staartzijden en bij adulte vogels een witte kruin. Tristrams spreeuw is bijna dubbel zo groot en heeft een oranje vleugelvlek.

Leefgebied

Acaciastruweel en acaciasavanne in de wadi's van de hete, uiterst droge Arava, en het tamariskstruweel langs de droge rivierbeddingen daaromheen. Daarnaast, en in Israël vaak juist daar, het groen dat mensen erin hebben gezet: hagen, bougainville, doornstruiken en tuinen van de kibboetsen, dadelplantages, kwekerijen en de randen van bevloeide percelen bij Yotvata, Samar, Lotan en Eilat. De vogel foerageert lopend op kale, warme grond onder de struiken en pikt daar insecten van de bodem; de dekking waaronder hij verdwijnt is nooit ver weg.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Van oorsprong een vogel van de Sahel en de Sudanzone, van Mauritanië en Senegal oostwaarts tot Soedan en Eritrea, en verder langs de Rode Zee door West-Arabië. In het kaartgebied uitsluitend Israël en het aangrenzende puntje van Jordanië: de soort verscheen in de jaren zeventig bij Eilat en broedt sinds de jaren tachtig vast in de zuidelijke Arava, waar hij zich sindsdien noordwaarts heeft uitgebreid tot ongeveer de hoogte van Hatzeva. Het gaat om een kleine, plaatselijke bevolking van hooguit enkele honderden paren; dwaalgasten daarbuiten zijn zeldzaam. Elders in het kaartgebied komt hij niet voor.

  • Jaarrond
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

De akkerranden en tuinen van Yotvata en Samar in de zuidelijke Arava, tussen maart en mei en in het eerste uur na zonsopgang. Rijd langzaam langs de hagen en let op een zwarte vogel die met opgeklapte staart over de zandweg rent en dan onder een struik verdwijnt; blijf staan en wacht, want hij komt binnen een paar minuten weer op dezelfde open plek terug. In de middag is het er vijfenveertig graden en zit hij muisstil in de schaduw — dan hoor en zie je niets. Bij Eilat lonen de vogelparkjes en de acaciawadi's ten noorden van de stad.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern): het areaal in de Sahel is enorm en de soort is daar plaatselijk algemeen. Voor Israël ligt het anders. Het gaat om een kleine bevolking aan de uiterste noordrand van het areaal, in één smal dal, en die leunt zwaar op de irrigatie en de beplanting van de kibboetsen. Verdwijnt dat groen — bij omschakeling van teelt, bij het opruimen van hagen of bij het droogvallen van een perceel — dan verdwijnt de vogel mee. Daar tegenover staat dat het acaciastruweel in de Arava zelf onder druk staat: door dalende grondwaterstanden sterven oude acacia's af, en jonge groeien er nauwelijks voor terug. De soort staat in Israël daarom als schaarse broedvogel op de kaart, gevolgd maar niet actief beheerd.