Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Hemprichs meeuw
Hemprichs meeuw | Ichthyaetus hemprichii
Sooty gull | Gaviota cejiblanca
Hemprichs meeuw is de zwaardere, bruinere tweelingsoort van de witoogmeeuw, met een dikke geelgroene snavel met rode punt. Van de vier Rode Zee-vogels die de rand van deze kaart halen, is dit veruit de moeilijkste: bij Eilat gaat het om enkele vogels in tientallen jaren.
Geluid
Een schor, laag en nasaal kèèrr, ruwer en dieper dan de roep van de witoogmeeuw, en bij ruzie een kort blaffend ke-ke-ke. Rond de kolonies en in de vissershavens van de Rode Zee is dat een vertrouwd geluid; in het kaartgebied is de kans dat je het hoort zeer klein, en de vogels die er komen zijn doorgaans stil.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Een stevige, breedborstige meeuw met een zware kop en een korte, dikke snavel. Die snavel is het beste kenmerk: geelgroen met een zwarte band vlak voor het eind en een rode punt, een driekleurig patroon dat op afstand als donker met een lichte basis leest. De kap is niet zwart maar donker chocoladebruin en loopt door tot op de keel; achter het oog staat een klein wit ooglidstreepje, en onder de kap ligt een smalle witte halskraag. De borst is bruin en vormt een duidelijke band boven de witte buik. Bovendelen en bovenvleugel zijn donker grijsbruin, de staart is wit, bij jonge vogels met een zwarte eindband; de poten zijn geelgroen. Eerstejaars vogels zijn egaal bruin met bleke veerranden, een bleekgrijze snavel met zwarte punt en een donkere kop zonder de scherpe kraag.
Verwarringssoorten
Alles draait om de witoogmeeuw, die in de Golf van Aqaba veel gewoner is. Hemprichs meeuw is groter en zwaarder gebouwd, met een dikkere nek en een korte, hoge snavel; de witoogmeeuw is slank en langsnavelig. De kleuren zetten dat door: bij hemprichs meeuw een bruine kap, een bruine borstband en bruinig grijze bovendelen, bij de witoogmeeuw een zwarte kap tot op de keel en donker leigrijze bovendelen. De snavel is het snelst af te lezen: geelgroen met rode punt tegenover donkerrood met een zwarte punt. Ook de witte tekening op de kop verschilt — twee scherpe boogjes rond het oog bij de witoogmeeuw, één klein streepje achter het oog bij hemprichs. Bij jonge vogels blijft de snavelvorm het houvast, want het bruine kleed lijkt op beide leeftijden sterk op elkaar. Een jonge kleine mantelmeeuw is groter, hoekiger en heeft roze poten.
Leefgebied
Kustgebonden en zelden verder dan tien kilometer buiten het rif: getijdenplaten, koraalstranden, rotskusten, havens en visafslagen. Broedt in kleine kolonies op koraaleilandjes, met het nest als een kale kuil of weggestopt onder een struik. Eet vrijwel alles wat de kust levert: visafval, kleine vissen, garnalen, eieren en jongen van andere zeevogels en pas uitgekomen zeeschildpadjes.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
De soort broedt langs de Rode Zee, de Golf van Aden, de Perzische Golf en de Oost-Afrikaanse kust tot Kenia en Tanzanië, met de wereldbevolking op tienduizenden paren geschat. In het kaartgebied is er nauwelijks iets van te merken. De kaart eindigt bij 29 graden noorderbreedte en snijdt zo net de noordpunt van beide armen van de Rode Zee mee: de Golf van Aqaba bij Eilat en Aqaba, en de bovenrand van de Golf van Suez bij Ain Soukhna en Zaafarana. Uit dat laatste hoekje komt het merendeel van de waarnemingen; bij Eilat gaat het om een handvol gevallen, waarvan verscheidene uit het voorjaar van 1989. Verder noordelijk is er af en toe een vogel aan de Middellandse Zeekust van de Levant opgedoken.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Reken er in Israël niet op. Wie de soort binnen het gebied wil zien, controleert bij Eilat elke bruine meeuw op het noordstrand en bij de visvijvers, en let daarbij eerst op de snavel en pas daarna op het kleed. Het echte trefzekere alternatief ligt net buiten de kaart: de havens van Hurghada, Safaga en Sharm el-Sheikh, waar hemprichs meeuw gewoon op de steiger zit en waar de vergelijking met de witoogmeeuw in één blik is te maken.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd; de wereldbevolking wordt op vijftig- tot honderdduizend paren geschat en de soort profiteert plaatselijk van visserijafval. De kolonies zijn wel gevoelig voor verstoring, ratten en het rapen van eieren, en voor olieverontreiniging in de nauwe zeestraten waar het scheepvaartverkeer samendringt. Snelle uitbreiding van kusttoerisme langs de Rode Zee is de druk die de komende jaren het meest telt.



