Alle soortenZangvogelsVliegenvangers › Oostelijke blonde tapuit

Oostelijke blonde tapuit | Oenanthe melanoleuca

Eastern black-eared wheatear | Collalba rubia oriental

De blonde tapuit van het oostelijke Middellandse Zeegebied: op elke Griekse phrygana-helling, elke Turkse steenweide en elke ruïne in de Levant staat er in april wel een op een steen te zingen. Hij oogt zwart-wit waar zijn westelijke tegenhanger zwart-beige oogt, en wordt sinds 2018 en 2020 op de wereldlijsten als aparte soort gevoerd. Genetisch staat hij dichter bij de bonte tapuit en de cyprustapuit dan bij de westelijke blonde tapuit — en met de bonte tapuit kruist hij ook.

Oostelijke blonde tapuit (Oenanthe melanoleuca)
Foto: Frank Vassen — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een korte, haastige strofe van krassende en fluitende tonen, meestal met een paar heldere, opgaande fluitjes en flink wat nabootsing van soorten uit de omgeving, gebracht vanaf een rotsblok, een muurtje of een telefoondraad en vaak in een korte zangvlucht met trillende vleugels. De roep is een hard tsjak, soms verdubbeld, en een dun opgaand psiet. Vanaf half maart tot in juni te horen, en op Lesbos en in Zuid-Turkije praktisch de geluidsdecor van elke droge helling.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Slank, langstaartig en fel getekend. Het mannetje in broedkleed heeft een roomwitte tot vrijwel witte kruin, nek en mantel, een zwaar zwart masker dat over de snavelbasis doorloopt en hoog boven het oog uitkomt, gitzwarte vleugels en witte onderdelen met hoogstens een lichte beige waas op de borst. Ook hier twee vormen: witkelig en zwartkelig. Bij de zwartkelige vorm loopt het zwart van de keel breed door langs de halszijde tot aan de zwarte schouder, en dat is precies wat het geheel zo bont maakt. De staart is bijna helemaal wit met een smalle zwarte eindband en een dunne middenstreep. Het vrouwtje is grijsbruin — kouder dan bij de westelijke blonde tapuit — met een donkere oor- en teugelstreek en dezelfde staart. In het najaar verdwijnt het contrast onder brede beige veerzomen.

Verwarrings­soorten

De westelijke blonde tapuit is de directe tegenhanger; zie ook zijn eigen soortpagina, waar hetzelfde verschil vanaf de andere kant is beschreven. Het scheidingsvlak ligt ruwweg bij de Adriatische Zee: Italië en Sicilië westelijk, de Balkan en alles daarachter oostelijk. Bij een mannetje in het voorjaar zijn drie punten bruikbaar. De kruin en de mantel zijn hier roomwit tot wit en koel van toon, bij de westelijke romig tot warm oker. Het masker is hier zwaarder: het zwart kruist de snavelbasis en staat hoger boven het oog, terwijl bij de westelijke het voorhoofd tot aan de snavel licht blijft. En bij de zwartkelige vorm loopt het zwart hier breed door naar de schouder, waar het bij de westelijke een kleiner, scherp begrensd keelvlak blijft. Vrouwtjes, eerstejaars en najaarsvogels zijn niet te scheiden; wie er buiten het broedgebied een ziet, doet er goed aan het bij 'blonde tapuit' te laten. De bonte tapuit is het tweede probleem, en hier ligt het lastiger, want in Bulgarije, Roemenië, de Kaukasus en Noord-Iran broeden beide soorten door elkaar en kruisen ze op grote schaal: daar lopen alle tussenvormen rond en is een deel van de vogels op kleed eenvoudig niet te benoemen. Buiten die streken telt de mantel: bij de bonte tapuit is die zwart en steekt hij scherp af tegen de witte kruin, terwijl hij hier licht blijft. Kijk daarnaast naar de halszijde — bij de bonte tapuit vormen keel, halszijde en mantel één doorlopend zwart vlak, hier blijft er een lichte wig tussen keel en schouder — en naar de staart, waarin de bonte tapuit meer zwart heeft: de eindband is breder en het zwart klimt verder omhoog langs de buitenste staartpen. De cyprustapuit broedt alleen op Cyprus en lijkt op de bonte tapuit: kleiner en korter van vleugel dan beide, met een crèmekleurige in plaats van witte kruin, een warme oranjebeige waas over borst en buik, meer zwart op rug en staart, en een onmiskenbare zang van zoemende, krekelachtige stootjes vanuit een boom. Op Cyprus is de oostelijke blonde tapuit alleen doortrekker, dus de plaats helpt daar juist wel. De tapuit is groter en grijzer, met een brede zwarte eindband en middenstreep in de staart — een omgekeerde T in plaats van een dun randje. In het Nabije Oosten verder nog: de woestijntapuit met zijn zwarte keel die tot op de schouder doorloopt en zijn vrijwel geheel zwarte staart, de izabeltapuit die groter, egaal zandkleurig en hoogbenig is en geen zwart op de kop heeft, de zwarte tapuit die geheel zwart is met een witte stuit, en de witkruintapuit met zijn witte kruin en bijna volledig witte staart. Het paapje heeft een brede lichte wenkbrauw en een gestreepte rug.

Leefgebied

Open, droog en stenig terrein met lage begroeiing: phrygana en garrigue, kale steenweiden, rotsige berghellingen, bergterrassen met olijf- en amandelbomen, steengroeves en de omgeving van ruïnes en oude burchten. Hij zit graag hoger dan de westelijke blonde tapuit en gaat in Turkije en Iran tot ver boven de tweeduizend meter, maar altijd waar de bodem kaal en steenachtig is en er lage uitkijkposten en holtes zijn.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt van Kroatië, Albanië en Griekenland over Bulgarije en Turkije tot in de Levant, de Kaukasus en Iran, met een tak langs de Rode Zee tot in Ethiopië; in Griekenland en Turkije is hij een van de gewoonste zangvogels van open, warm terrein. Alle vogels trekken weg naar de Sahelzone en Soedan, ver buiten het kaartgebied, wat betekent dat het gidsgebied hem alleen als broedvogel en doortrekker kent. In Bulgarije, Roemenië, de Kaukasus en Noord-Iran overlapt hij met de bonte tapuit en kruisen de twee soorten op grote schaal. In Noordwest-Europa is hij een grote zeldzaamheid, en de meeste gevallen daar blijven onbeslist tussen deze soort en de westelijke.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

De tweede helft van april op Lesbos, in de Peloponnesos of langs de zuidkust van Turkije. Zoek een droge helling met verspreide steenblokken en lage doornstruiken en wacht tot een mannetje op de hoogste steen gaat zitten. Fotografeer of teken de kop: het is de combinatie van de witte kruin, het zwart dat over de snavelbasis doorloopt en de lichte mantel die de soort vastlegt. Kijk daarna naar de rug — blijft die licht, dan is het geen bonte tapuit — en naar de staart, waarin het zwart niet meer dan een smalle rand mag zijn.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De Rode Lijst houdt hem nog bij de blonde tapuit in ruime zin, Oenanthe hispanica, waarin ook de westelijke blonde tapuit valt en die als niet bedreigd te boek staat; de wereldlijsten voeren hem pas sinds 2018 en 2020 onder een eigen naam. Het gaat om een talrijke vogel met een zeer groot areaal, van de Adriatische kust tot Iran, die in Griekenland en Turkije op vrijwel elke droge helling zit. De knelpunten zijn die van het hele mediterrane secano: het dichtgroeien van verlaten weidegrond, de omzetting van steenweide in geïrrigeerde akkers en boomgaarden, en grote branden. Waar geiten en schapen het terrein kort houden, blijft hij talrijk.