Alle soorten › Zangvogels › Leeuweriken › Rosse woestijnleeuwerik
Rosse woestijnleeuwerik | Ammomanes cinctura
Bar-tailed lark | Terrera colinegra
De kleinste en bleekste van de twee woestijnleeuweriken: een compact, effen zandkleurig vogeltje dat over de kale vlakte draaft en zich pas verraadt als het wegvliegt en de zwarte band over de staartpunt laat zien. Waar de woestijnleeuwerik het gesteente heeft, heeft deze het zand.
Geluid
De zang is kort en weemoedig: drie of vier heldere, dalende fluittonen, tsjie-tsjuu-tsjuuu, met stiltes ertussen, gebracht vanaf een steentje of in een trage, golvende zangvlucht laag boven de vlakte. Het draagt ver over kaal terrein en klinkt ijler en zachter dan het fluitje van de woestijnleeuwerik. De roep is een kort, droog tsjup of een zacht rollend prrt, meestal van een vogel die net is opgevlogen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Kleine, gedrongen leeuwerik zonder kuif, van boven effen zandbruin met een roestige waas en zonder enige streping. De onderzijde is schoon roomwit; hooguit ligt er op de borstzijden een vage zandkleurige waas, geen echte strepen. De snavel is kort, stomp en bleek hoornkleurig, klein voor een leeuwerik. Poten vleeskleurig, en een groot donker oog in een volkomen ongetekend gezicht. Het beslissende kenmerk zit achteraan: de staart is roestkaneel met een brede zwarte band over de punt en een smalle bleke zoom daaronder, scherp afgetekend. In vlucht lichten de handpennen aan de basis roestrood op tegen zwarte punten. Loopt in korte spurtjes, blijft daartussen stokstijf staan en drukt zich bij onraad plat tegen de grond.
Verwarringssoorten
De woestijnleeuwerik is de soort waarmee hij overal wordt verwisseld, want ze delen dezelfde streken. Die is duidelijk groter en zwaarder gebouwd, met een forse, diep aangezette kegelsnavel in geel tot hoorn, en met een fijne donkere streping over keel en bovenborst die hier vrijwel ontbreekt. De staart van de woestijnleeuwerik is óók donker aan de punt, maar de overgang blijft vaag en bruin in plaats van een scherpe zwarte band, en de vogel oogt grootkoppiger en trager ter been. Op dezelfde vlakten lopen nog drie andere leeuweriken van de woestijn die verwarring kunnen geven: een bleke soort met een zware gele snavel en witte staartzomen, een fors gebouwde vogel met een enorme blauwgrijze kegelsnavel en een zwart-wit getekende kop, en een veel grotere, langpotige leeuwerik met een lange gebogen snavel die als een steltloper over het zand draaft en in vlucht een zwart-witte vleugel laat zien. Alle drie zijn aan snavel en formaat meteen te scheiden.
Leefgebied
Vlakke woestijn van zand of fijn grind met heel weinig begroeiing: zandvlakten met verspreide dwergstruikjes, de bodem van brede wadi's, de rand van duingebied en de gordel waar zand overgaat in grind. Hij mijdt de rotshellingen en kloven waar de woestijnleeuwerik zit; zodra het terrein steenachtig en steil wordt, houdt deze soort op. Het nest is een kuiltje in de open grond, tegen een pol of een steen aan gebouwd en vaak met kleine kiezels omzoomd.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Van de Atlantische rand van de Sahara oostwaarts door Noord-Afrika en Arabië tot Iran en Pakistan. Binnen het kaartgebied woont hij in Marokko ten zuiden van de Hoge Atlas — de Draa-vlakten, de Tafilalt en het vlakke land bij Boumalne Dadès —, in het zuiden van Algerije en Tunesië, en in Israël en Jordanië, waar hij dun verspreid in de Negev en de Arava zit en duidelijk schaarser is dan de woestijnleeuwerik. Op de kaart is dat niet meer dan een smalle zuidrand; in Europa komt hij niet voor.
- Jaarrond
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Rijd bij het eerste licht stapvoets over een vlakke zandwoestijn en let op wat er wegloopt in plaats van wegvliegt. De vogels drukken zich vaak plat en laten je tot op tien meter naderen. Volg elke leeuwerik die wél opvliegt met de kijker tot hij landt: op dat moment spreidt hij de staart en zie je de zwarte band. Vergelijk daarna de snavel — kort en stomp — met die van de woestijnleeuweriken die er bijna altijd tussen zitten. Sla de uren rond het middaguur over; dan zit alles in de schaduw van een struik.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (LC): het areaal loopt van de Atlantische kust tot Pakistan, en al heeft niemand deze vlakten ooit geteld, overal is de dichtheid laag en gelijkmatig. De soort leeft in terrein dat weinig mensen willen hebben, en de bekende drukfactoren zijn plaatselijk: overbegrazing waar het vee tot ver in de woestijn wordt gedreven, rijden buiten de pistes en het uitdijen van vuilstort langs de woestijnwegen. In Israël is hij schaars en beperkt tot de zuidelijke Negev en de Arava, in Marokko algemener. Betrouwbare trendcijfers ontbreken.


