Alle soortenZangvogelsLeeuweriken › Woestijnleeuwerik

Woestijnleeuwerik | Ammomanes deserti

Desert lark | Terrera sahariana

De gewone leeuwerik van de rotswoestijn, en de vogel die je in vrijwel elke wadi van Marokko tot Jordanië tegenkomt. Hij is effen, zwaar van kop en snavel, en zijn kleur verschilt per streek: bleekgrijs op kalksteen, roodbruin op zandsteen, bijna zwart op de lavavelden. Waar hij ook loopt, hij heeft de tint van de grond onder zijn poten.

Woestijnleeuwerik (Ammomanes deserti)
Foto: Greg Schechter — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een kort, klaaglijk fluitzinnetje van drie tot vijf tonen, tsjuu-tsjie-tsjuuu, met een dalend slot, telkens herhaald met lange stiltes ertussen. In een kloof kaatst het tegen de wanden en klinkt het veel groter dan de vogel is; vaak is het vroeg in de ochtend het enige geluid in een wadi. Hij zingt vanaf een rotsrichel en in een korte zangvlucht die met stijve slagen omhoog gaat en zwevend eindigt. De roep is een zacht, opgewekt tsjwie of een dof tsjrup, en bij onrust een snel herhaald tikje.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Middelgrote, effen leeuwerik zonder kuif, met een opvallend grote kop en een zware, diep aangezette kegelsnavel: geel tot bleek hoornkleurig met een donkere bovenrand. Boven- en onderzijde zijn egaal zandkleurig tot grijsbruin, met een lichte keel; over keel en bovenborst loopt een fijne, vage donkere streping die je pas van dichtbij ziet. De staart is roestbruin met een brede donkerbruine punt, waarbij de overgang vaag blijft. In vlucht een roestrood vlak in de handpennen met een donkere achterrand; nergens wit, niet in de vleugel en niet in de staart. De houding is voorover en zwaar, de gang bedaard. Zit graag stil op een steen of een rotsrichel, en is dan op de ondergrond bijna niet te vinden.

Verwarrings­soorten

De rosse woestijnleeuwerik is de enige echte verwarringssoort, en hij loopt vaak op steenworp afstand. Die is kleiner en ranker, met een klein, stomp snaveltje, een volkomen schone, ongestreepte borst en een staart met een scherp afgetekende zwarte band in plaats van een vaag donkere punt; hij oogt roder en netter afgewerkt. Kijk bij twijfel eerst naar de snavel: die van de woestijnleeuwerik is bijna een vinkensnavel, die van de rosse is een leeuweriksnaveltje. Verder lijkt er in de rotswoestijn weinig op hem. Een bleke leeuwerik met een zware gele snavel en witte staartzomen houdt van vlak zand en niet van steen; de fors gebouwde soort met de enorme blauwgrijze kegelsnavel heeft een zwart-wit getekende kop en zware zwarte vlekken op de borst; de grote, langpotige leeuwerik met de lange gebogen snavel valt op door formaat en loopwijze. Kuifleeuweriken, die tot in de woestijnranden komen, hebben een spitse kuif, een gestreepte borst en roestige staartzijden.

Leefgebied

Rotswoestijn en alles wat daarbij hoort: wadiwanden, puinhellingen, keienvelden, rotsplateaus, steile hellingen langs kloven en de bodem van droge beddingen. Hij heeft steen nodig, geen zand; op vlak stuifzand ontbreekt hij. Ook rond woestijndorpen, ruïnes, stuwdammen en verlaten groeven zit hij, en hij komt tot bij bewoning om te drinken. Het nest is een kuiltje onder een overhangende steen of tegen een rotsblok, met een walletje van kiezels aan de open kant.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Van Marokko en de Westelijke Sahara door heel Noord-Afrika en de Sinaï naar de Levant, Arabië, Iran en Centraal-Azië. In het kaartgebied is hij verreweg de talrijkste leeuwerik van de woestijn: in Marokko in de Anti-Atlas, de kloven van Todra en Dadès, de Draa en de Tafilalt; verder in Algerije, Tunesië en Libië; en in Israël en Jordanië in de Judeawoestijn, langs de Dode Zee, in de Negev, de Arava en de kloven van Wadi Rum, Dana en Petra. Standvogel die zijn territorium jaar in jaar uit aanhoudt. In Europa ontbreekt hij volledig.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga bij zonsopgang een wadi of een kloof in en blijf staan. Binnen tien minuten hoor je het klaaglijke fluitje ergens tegen de wand, en met de kijker vind je een vogel die roerloos op een richel zit. Zoek niet naar een vaste kleur maar naar een vaste vórm: in de Dadès-kloof is hij roodbruin, bij de Dode Zee bleek grijs, op de basaltvelden donker — maar altijd met die grote kop en die zware snavel. Waterpunten en dorpsranden in de woestijn zijn later op de ochtend betrouwbare plekken, want hij drinkt dagelijks.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC) en over de hele woestijngordel algemeen; van alle woestijnvogels is dit misschien de minst kwetsbare. Hij bewoont terrein dat niet in cultuur te brengen is, hij drinkt bij menselijke waterpunten mee en hij bezet moeiteloos de omgeving van dorpen, stuwdammen en groeven. Plaatselijk kan drukte in toeristische kloven of het volledig droogvallen van bronnen hem terugdringen, maar er is geen aanwijzing voor een afname van enige omvang. In Israël, waar de woestijnvogels het best worden gevolgd, hoort hij bij de weinige die stabiel zijn.

Wetenschappelijke naam

Ammomanes deserti (Lichtenstein, 1823)

Lichtenstein beschreef de soort in 1823 als Alauda deserti; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ammomanes werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Ammomanes is Grieks, van ammos 'zand' en -manēs 'verzot op', bij mania: de zandminnaar. deserti is de tweede naamval van het Latijnse desertum 'woestijn, verlaten land', bij deserere 'verlaten'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Boven-Egypte.