Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Barbarijse frankolijn
Barbarijse frankolijn | Pternistis bicalcaratus
Double-spurred spurfowl | Francolín biespolado
Een bruin, gestreept hoen van het Marokkaanse struikland, en in dit gebied een buitenbeentje: de rest van de soort woont in tropisch West-Afrika, van Senegal tot Kameroen. Alleen bij Rabat ligt een klein, op zichzelf staand eiland van vogels, de enige die dit halfrond haalt. Je staat er in het eerste licht van maart op een zandweg tussen dwergpalmen, en wat je hoort is een hard, schrapend gekras uit een struik veertig meter verderop.
Geluid
Het enige praktische spoor. Van een verhoging — een steen, een aardhoop, een lage tak — komt een hard, schor en ver dragend gekras, drie tot vijf ruwe lettergrepen die klinken als een roestige zaag, meestal in reeksen herhaald. Bij zonsopgang en tegen zonsondergang, van februari tot april, met de meeste roepactiviteit in de eerste tien dagen van maart. Marokkaanse tellers gebruiken juist die dagen en werken met afgespeelde roep, omdat er anders vrijwel niets te tellen valt.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Slank, hoogpotig hoen in bruin en room. Over het oog loopt een lange, roomwitte wenkbrauwstreep met daaronder een donkere oogstreep; wang en keel zijn bleek, de kruin kastanjebruin. De bovendelen zijn bruin met lichte schachtstrepen, de onderdelen romig met donkere druppels en pijlpunten die op de borst het dichtst staan. De hals is lang en de houding rechtop, waardoor hij op een open plek merkbaar hoger staat dan een patrijs. De haan draagt twee sporen aan elke loop, waarmee hanen elkaar bij grensruzies bewerken; de hen heeft er meestal geen en is kleiner.
Verwarringssoorten
In Marokko staat hij naast de barbarijse patrijs, en die twee lijken van dichtbij in niets op elkaar: de patrijs is grijs met een kastanjebruine, witgespikkelde halskraag, een rode snavel en rode poten, en zonder streping; de frankolijn is bruin, van boven tot onder gestreept, langer van poot en hals, met een bleke wenkbrauwstreep en donkere snavel. Op afstand in laag licht is de verwarring wel echt, en dan telt de silhouet: de frankolijn staat hoger en rechter. De kwartel is half zo groot en vliegt weg in plaats van weg te lopen. Binnen het kaartgebied is er geen tweede frankolijn: de zwarte frankolijn zit tweeduizend kilometer oostelijker en heeft een zwarte haan met witte wangvlek.
Leefgebied
Matorral van dwergpalm, jujube, mastiek en wilde olijf op het centrale plateau, met open plekken en zandpaden ertussen. Hoe meer opgaande struiken en lage bomen, hoe meer vogels: in het beboste matorral wordt aanmerkelijk meer geroepen dan in het open matorral. Verder de randen van het kurkeikenbos van de Maâmora en de graanakkers, braakstroken en stoppels die tussen de struikvlakken in liggen en waar de vogels foerageren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
In dit gebied uitsluitend Marokko, en daar nog maar in drie aan elkaar grenzende gebieden die samen een driehoek vormen: Sidi Yahya Zaër, Sidi Bettache en Benslimane, ten zuiden van Rabat. De Marokkaanse vogels vormen een eigen ondersoort, P. b. ayesha, die nergens anders voorkomt. Het gebied was in de twintigste eeuw veel groter en omvatte onder meer het dal van de Oued Korifla en het bos van de Maâmora; een afzonderlijke bevolking in de Souss verdween in de jaren tachtig. Buiten Marokko begint de soort pas weer in de Sahel, van Senegal en Gambia oostwaarts.
- Jaarrond
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Sta begin maart voor zonsopgang op een zandweg in het matorral bij Benslimane of Sidi Bettache en luister eerst een half uur zonder te lopen. Je hoort er veel meer dan je ziet. Zoek daarna met de kijker de open grond en de lage stenen tussen de dwergpalmpollen af: de vogels komen bij het eerste zonlicht op een verhoging staan en trekken zich terug zodra het warm wordt. Loop niet het struweel in; ze lopen sneller weg dan jij erdoorheen komt.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, want de West-Afrikaanse bevolking is groot. Die geruststelling geldt niet voor Marokko: de eigen ondersoort is teruggedrongen tot die drie aaneengesloten gebieden en geldt als ernstig bedreigd. Het ontginnen van matorral voor graan, begrazing, jacht en de kleine omvang van de resterende kern werken tegen elkaar in. Het beheer leunt op bijzetten: eieren uit de koninklijke reserve van Aïn Sferjla worden in een fokinrichting uitgebroed en de jonge vogels worden uitgezet — driehonderd in de Maâmora in 2011, honderd in de reservaten van het centrale plateau in 2021 en honderdtwintig in het Nationaal Park Souss-Massa in 2022, dat laatste een poging om de verdwenen zuidelijke bevolking terug te brengen.
Wetenschappelijke naam
Pternistis bicalcaratus (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Tetrao bicalcaratus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pternistis werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Pternistis komt van het Griekse pternistēs 'iemand die met de hiel schopt', van pterna 'hiel', naar de sporen aan de poten. bicalcaratus is Latijn, van bi 'twee' en calcar 'spoor': de haan draagt aan elke poot twee sporen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.



