Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Maghrebekster
Maghrebekster | Pica mauritanica
Maghreb magpie | Urraca magrebí
Wie in Marokko uit de auto stapt ziet binnen een uur zijn eerste ekster — en die heeft een helderblauwe, kale vlek achter het oog. De maghrebekster is de ekster van Noordwest-Afrika, glanzender, korter van staart en met dat ene sieraad dat geen enkele Europese ekster heeft. Hij wordt sinds enkele jaren als aparte soort gevoerd; AviList 2025 kent hem als Pica mauritanica.
Geluid
Hetzelfde harde, ratelende gekwetter als bij de ekster: een versnellend tsjak-tsjak-tsjak dat over erven en dorpsranden draagt, jaarrond en het hardst bij alarm om een kat of een havik. Daarbij zachte keelgeluidjes tussen partners en een schel kie-jek bij het nest. Wie op het gehoor van Andalusië naar Marokko reist, hoort geen nieuw geluid; de stem verraadt de soort niet.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Op het eerste gezicht een ekster: zwart-wit, met een lange getrapte staart en witte handpennen. Het verschil zit in het gezicht. Achter en onder het oog ligt een kale huidvlek van hemelsblauw tot violet, groot genoeg om op tien meter zonder verrekijker op te vallen en het felst bij baltsende vogels in het vroege voorjaar. Daarnaast is de staart korter en daarmee het silhouet gedrongener, is het wit van buik en schouder wat kleiner, en is de glans op vleugel en staart uitgesproken blauwgroen. Man en vrouw zijn gelijk. Jonge vogels hebben een korte staart, een doffe glans en een nog vaal, grijsblauw gezichtsvlekje dat pas in het eerste najaar oplicht.
Verwarringssoorten
De ekster is de enige soort waarmee verwarring mogelijk is, en in het veld zal die vraag zich zelden stellen, want de twee raken elkaar nergens: de Straat van Gibraltar ligt ertussen, met eksters ten noorden en Maghrebeksters ten zuiden ervan. Zie je ze naast elkaar op de foto, dan beslissen twee dingen. Het eerste is de kale blauwe vlek achter het oog, die bij de ekster ontbreekt — daar is het gezicht helemaal bevederd en egaal zwart. Het tweede is de staart: die van de Maghrebekster is merkbaar korter, waardoor hij minder uitgerekt oogt en zijn staart in de vlucht minder ver achter de vleugels uitsteekt. Aan de vlucht, de manier van lopen en het gedrag is er verder niets te zien.
Leefgebied
Halfopen cultuurland met opgaande bomen is zijn wereld: graanakkers met verspreide olijven en argan, boomgaarden en amandelgaarden, cactus- en agavehagen langs perceelranden, oases en palmtuinen, en de randen van dorpen en steden. In Marrakech, Agadir en Fez loopt hij tussen de terrassen door, en langs de wegen zit hij op de telefoondraden. Hij mijdt zowel gesloten bos als echte woestijn; het nest is een grote, overdekte takkenbol in een acacia, een olijf of een dadelpalm.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Alleen Noordwest-Afrika, en daarmee valt zijn hele wereldareaal binnen deze gids. Marokko is het kerngebied, van de Atlantische kustvlakten en de Souss over de Middenatlas tot rond de tweeduizend meter; verder Noord-Algerije en Tunesië tot ongeveer de rand van de Sahara. Naar het zuiden houdt hij op waar de woestijn begint, en de sprong over de Straat van Gibraltar heeft hij nooit gemaakt: in Spanje is hij niet vastgesteld. Standvogel, met hooguit wat rondzwerven van jonge vogels.
- Jaarrond
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Marokko is één groot Maghrebekstergebied, maar voor de blauwe vlek moet je dichtbij komen, en dat lukt het best waar de vogels aan mensen gewend zijn: de tuinen en parkranden van Marrakech, de vuilnisbelt bij een dorp, of een parkeerplaats bij een café langs de weg naar Taroudant. Vroeg in de ochtend, met de zon in de rug, kleurt de vlek het diepst. Let bij elke groep even op de staartlengte — die valt vooral op als je net uit Spanje komt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (IUCN: Least Concern) en over het hele areaal talrijk; hij profiteert van akkerbouw, boomgaarden en afval rond dorpen, en trekt de laatste decennia verder de steden in. Plaatselijk wordt hij bejaagd of uit het nest gehaald, en in delen van Tunesië en Algerije is hij schaarser dan in Marokko. Het grootste risico is niet de soort zelf maar de kennis erover: doordat hij lang als vorm van de ekster werd meegeteld, is er weinig apart onderzoek en zijn er geen goede trendcijfers.
Wetenschappelijke naam
Pica mauritanica Malherbe, 1845
Malherbe beschreef de soort in 1845 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Pica werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Pica is het Latijnse woord voor 'ekster'. mauritanica betekent 'van Mauretanië', de Romeinse provincie in Noordwest-Afrika waar de vogel voorkomt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Oran en Annaba in Algerije.




