Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Corsicaanse citroensijs
Corsicaanse citroensijs | Carduelis corsicana
Corsican finch | Verderón corso
De Corsicaanse citroensijs komt alleen op Corsica, Sardinië en Elba voor en wordt sinds het begin van deze eeuw in de meeste lijsten als aparte soort behandeld, los van de citroensijs van het vasteland. Op de eilanden is het geen zeldzaamheid maar een gewone vogel, die van de kustmaquis tot boven de tweeduizend meter te vinden is.
Geluid
De roep is een nasaal, licht klagend tsie-uu, in klank vrijwel gelijk aan die van de citroensijs en dus geen kenmerk om de twee te scheiden; in de vlucht klinkt daarnaast een kort, rollend ti-ti-tit. De zang is een snel, droog en wat schetterend gebabbel met nasale halen, vanaf een dennentop, een telefoondraad of een rotsblok, en van maart tot in juli te horen. Op de eilanden is het geluid vooral bruikbaar om de vogel te vínden, niet om hem van iets anders te scheiden — dat doet het verenkleed.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Klein, gedrongen sijsje met een kort, spits snaveltje en een korte gevorkte staart. De kop is grijs met een geel voorhoofd, een gele wenkbrauwstreep en een gele keel; borst en buik zijn helder geel. De rug is warm bruin met donkere strepen, de bovenstaartdekveren zijn grijs en de flanken dragen fijne bruine streepjes. Het vrouwtje is bleker, met minder geel en duidelijker streping; jonge vogels zijn bruin en over de hele onderzijde gestreept.
Verwarringssoorten
De vergelijking die telt is die met de citroensijs van het vasteland, en die is met een goed beeld te maken: de vastelandsvogel heeft een effen grijsgroene, ongestreepte rug en ongestreepte flanken, terwijl de Corsicaanse een bruine, gestreepte rug heeft en fijne bruine flankstrepen. In het veld komen ze elkaar niet tegen — op Corsica, Sardinië en Elba zit alleen de Corsicaanse, op het vasteland alleen de andere. Op de eilanden zelf is de europese kanarie de echte verwarring: die is kleiner, korter van staart, veel dichter gestreept over de hele onderzijde en heeft een opvallend gele stuit en een stomp snaveltje.
Leefgebied
Alles wat op de eilanden zaad geeft: de kustmaquis en de aardbeiboomstruwelen bij zee, de kastanje- en eikenbossen halverwege de berg, en vooral de open bossen van Corsicaanse den hogerop, tot aan de kale toppen. Foerageert veel op de grond, langs paden, op parkeerplaatsen en op kort gegraasde weitjes.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Corsica, Sardinië en Elba, met kleinere aantallen op Capraia en Gorgona. Op Corsica komt de soort van zeeniveau tot ongeveer 2250 meter voor en is hij vrijwel overal aan te treffen; op Sardinië zit hij verspreider en meer in de bergen. In de winter zakken de bergvogels naar de dalen en de kust. Buiten deze eilanden is de soort een grote zeldzaamheid.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Rijd op Corsica naar een bergpas met dennenbos — de Col de Vergio of de Col de Sorba — en let op de bermen, de parkeerplaatsen en de plassen langs de weg: daar komen groepjes drinken en zaad zoeken, vaak op enkele meters afstand. Kijk goed naar rug en flanken, want juist die twee kenmerken zetten de soort netjes naast de vastelandsvogel.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). De soort is op de eilanden talrijk, maar haar hele wereldareaal past in een paar honderd kilometer, en dat maakt haar gevoelig: grote bosbranden in het Corsicaanse dennenbos en het dichtgroeien van de hoge weitjes zijn de reële risico's.
Wetenschappelijke naam
Carduelis corsicana (Koenig, 1899)
Koenig beschreef de soort in 1899 als Citrinella corsicana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Carduelis werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Carduelis is het Latijnse woord voor de putter, afgeleid van carduus 'distel', waarvan de vogel de zaden eet. corsicana betekent 'van Corsica', het eiland waar de soort werd beschreven. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Corsica.


