Alle soortenZangvogelsGorzen › Wilgengors

Wilgengors | Emberiza aureola

Yellow-breasted bunting | Escribano aureolado

Tot in de jaren tachtig een vaste najaarsgast op de noordelijke eilanden, tegenwoordig een vogel die je bijna niet meer ziet. Het mannetje is met zijn zwarte gezicht, kastanjebruine rug en gele onderdelen een van de mooiste gorzen van Eurazië; de reden dat hij hier verdween ligt vierduizend kilometer verderop.

Wilgengors (Emberiza aureola)
Foto: Manshanta Ghimire — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een kort, gedempt en wat kort afgebeten tsjik, minder scherp dan dat van de dwerggors; bij een overvliegende vogel is dat vrijwel het enige geluid. De zang, hier nooit te horen, is een heldere, opgewekte strofe van twee herhaalde motieven met een gerekt slot, vaak vergeleken met de ortolaan maar sneller en vrolijker.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Een gors op het formaat van een rietgors, maar met een langere, spitsere snavel met een vrijwel rechte snijrand en een bleke ondersnavel. Het zomermannetje heeft een zwart masker over voorhoofd, wangen en kin, een kastanjebruine kruin, nek en rug, gele onderdelen met een smalle kastanjebruine borstband, en een groot wit schoudervlak dat in de vlucht meteen opvalt. Vrouwtjes en jonge vogels zijn veel doffer: gelig geelbruin onder, een lichte kruinstreep tussen donkere zijstrepen, een lichte wenkbrauw, een egale bruine wang met een dunne donkere omlijsting, twee smalle witte vleugelstrepen en fijne strepen op de flanken.

Verwarrings­soorten

Bij een jonge vogel — en dat is wat hier vrijwel altijd langskomt — draait het om drie dingen: het gele waas op borst en buik, de scherp afgetekende lichte kruinstreep en de lange, spitse snavel met bleke ondersnavel. De rietgors heeft geen geel, een donkere snorstreep en een korte bolle snavel. De dwerggors is kleiner en heeft een roestbruine wang met een romige oogring. De ortolaan heeft een gele oogring en oranjebruine onderdelen zonder streping op de flanken. Let ook op de witte vleugelstrepen: de wilgengors toont er twee, smal maar duidelijk.

Leefgebied

Op de plek waar hij hier wordt gevonden is het een vogel van de laagte: stoppelvelden, aardappel- en koolakkers, ruige akkerranden en moestuinen achter de duinen, en verder brandnetel- en distelruigte en de zoom van laag struweel. In het broedgebied hoort hij bij vochtige, hoog opgeschoten ruigte met wilgenstruweel langs rivieren en in vochtige weiden, maar dat gebied ligt buiten de kaart.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Binnen het kaartgebied is de wilgengors nu een dwaalgast. Tot in de jaren tachtig broedde hij nog in Oost-Finland en zwierf hij van daaruit tot in Zweden; die westelijke voorpost is verdwenen. Wat er nog komt zijn jonge vogels in september die op weg naar Zuidoost-Azië te ver naar het westen zijn geraakt, vrijwel altijd op de Britse noordelijke eilanden — Fair Isle en Shetland hadden er vroeger tientallen per jaar, nu hooguit een enkele. Nederland heeft een handvol aanvaarde gevallen, alle langs de kust en in de nazomer. In Spanje is de soort niet meer dan een uitzondering.

Waar en wanneer kijken

Realistisch is dit geen soort waar je op zoekt maar een die je toevallig tegenkomt: een gorsje met een gelige borst dat in september opvliegt uit een aardappelveld of een stoppel op een noordelijk eiland. Fotografeer meteen de vleugel en de kop — de commissie wil de kruinstreep, de wangomlijsting en de vleugelstrepen zien. Wie de soort werkelijk wil meemaken moet naar het oosten van het broedgebied, en ook daar is het inmiddels zoeken.

Staat van instandhouding

Ernstig bedreigd (IUCN: Critically Endangered), en daarmee de scherpst achteruitgegane zangvogel van Eurazië. Nog in 2004 stond hij als niet bedreigd te boek; daarna volgden vier verhogingen op rij tot de huidige categorie in 2017. De oorzaak is bekend en goed gedocumenteerd: op de trek en in het winterkwartier verzamelen wilgengorzen zich in enorme slaapplaatsen in riet en rijstland, en juist daar worden ze in China al decennia met mistnetten gevangen en als lekkernij verhandeld. De vangst is er sinds 1997 verboden, maar ging op grote schaal door en verspreidde zich over meer provincies naarmate er meer geld te verdienen viel. De wereldbevolking is sinds 1980 met ruwweg negentig procent gekrompen en het areaal is van west naar oost ingekrompen; het verdwijnen van de Finse broedvogels is daarvan de westelijke rand.

Wetenschappelijke naam

Emberiza aureola Pallas, 1773

Pallas beschreef de soort in 1773 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Emberiza werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Emberiza komt uit het Oudhoogduits, van Embritz, een naam voor een gors. aureola is Latijn voor 'goudkleurig', naar de gele onderdelen van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Irtysj in Siberië.