Alle soortenZangvogelsVinkachtigen › Azorengoudvink

Azorengoudvink | Pyrrhula murina

Azores bullfinch | Camachuelo de las Azores

De priolo, zoals hij op de Azoren heet, leeft in één stuk laurierwoud in het oosten van São Miguel: de Serra da Tronqueira rond de Pico da Vara, een paar honderd hectare op een eiland in de oceaan. Het is een goudvink die het roze is kwijtgeraakt — een forse, grijsbruine vogel met een zwarte pet en een zware snavel. Twintig jaar geleden gold hij als een van de meest bedreigde zangvogels van Europa; hij is intussen een van de weinige soorten in deze gids waarbij het beheer werkelijk heeft geholpen.

Azorengoudvink (Pyrrhula murina)
Foto: Azorengimpel — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is ook hier het beste kenmerk: een zacht, laag en weemoedig gefloten peuu, één licht dalende toon, iets voller en schorder dan die van de goudvink en het hele jaar te horen. Vaak is dat het enige wat je van de vogel merkt, want hij werkt stil en verborgen in het gebladerte. De zang is een aarzelend, zacht en krakerig gemompel dat alleen van dichtbij hoorbaar is, met piepende en fluitende tonen ertussen, vooral in het voorjaar.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Groter en zwaarder dan de goudvink, met een opvallend dikke, brede zwarte snavel. Zwarte pet die tot onder het oog doorloopt, zwarte kin, en verder een egaal grijsbruin lichaam: kop, rug, borst en buik alle in dezelfde vale, muisgrijze tint, bij het mannetje met hooguit een flauwe roze of wijnkleurige zweem over borst en flanken. De vleugels en de staart zijn zwart met een blauwe glans, over de vleugel loopt één lichtgrijze band, en de stuit is wit — dezelfde witte vlek die bij het wegvliegen oplicht als bij de goudvink. Mannetje en vrouwtje lijken sterk op elkaar; het geslacht is in het veld niet met zekerheid vast te stellen. Jonge vogels missen de zwarte pet en zijn warmer bruin.

Verwarrings­soorten

Op São Miguel is er niets waarmee je hem kunt verwisselen: hij is de enige goudvink van de archipel en veruit de grootste zaadeter van het eiland. De goudvink zelf komt op de Azoren niet voor; wie de twee naast elkaar zou zien, ziet meteen dat deze soort het felle rood van het mannetje en het blauwgrijs van de mantel volledig mist en van kop tot staart in één vale toon blijft, met een merkbaar zwaardere snavel. In het bos zelf hoef je vooral op te letten dat je hem niet voor een merel of een spreeuw aanziet: de witte stuit, de bolle zwarte snavel en de trage, stille manier van foerageren beslissen het.

Leefgebied

Het inheemse laurierwoud van de bergkam, met laurier, hulst, Azorenjeneverbes en boomheide, tussen ongeveer driehonderd en negenhonderd meter, en het aangrenzende struweel en de open bosranden waar hij aan kruiden en varens foerageert. Zijn voedsel wisselt met het seizoen als bij weinig andere vogels: bloemknoppen in het voorjaar, zaden en vruchten in de zomer en de herfst, sporen van varens en boomknoppen in de winter — een kalender die alleen een gevarieerd inheems bos rond kan krijgen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Alleen het oostelijke deel van São Miguel, op de Azoren: de Serra da Tronqueira en de hellingen rond de Pico da Vara, met in het najaar ook vogels rond Salto do Cavalo. Het hele wereldareaal beslaat een paar honderd hectare bos. De andere Azoreneilanden hebben hem niet, en hij verlaat zijn bos hooguit voor een paar kilometer.

AzorenFloresCorvoFaialPicoSão JorgeGraciosaTerceiraSão MiguelSanta Maria
  • Jaarrond
Kaartje van de archipel zelf: op de Europakaart zou deze vogel een stipje aan de rand zijn, en juist bij eilandsoorten gaat het om de vraag op wélke eilanden hij zit. De eilanden waar hij ontbreekt staan er grijs bij. Verspreiding per eiland volgens de standaardwerken; eilandcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga naar het bezoekerscentrum Priolo bij Cancela do Cinzeiro of naar de weg over Salto do Cavalo, vroeg in de ochtend, en luister eerst: het zachte peuu bereikt je eerder dan de vogel. Blijf dan staan en zoek laag en middelhoog in het gebladerte, want hij verplaatst zich weinig. Augustus tot november is de beste tijd, wanneer de vogels aan de zaaddragende struiken langs de bosrand komen. Neem regenkleding mee; deze bergkam is een van de natste plekken van de Azoren.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar (IUCN: Vulnerable) — en dat is goed nieuws, want hij stond eerder in een veel zwaardere categorie. Het probleem was niet de jacht of het verdwijnen van het bos zelf, maar de overwoekering ervan door ingevoerde planten: Japanse ceder, kruidkersboom, Australische kerstboom en vooral de gemberlelie verdrongen de inheemse struiken en daarmee de reeks voedselbronnen waar de vogel het jaar mee doorkomt. Sinds het begin van deze eeuw wordt in de Serra da Tronqueira stelselmatig uitheemse begroeiing verwijderd en inheems bos teruggeplant, en de stand is meegegroeid: in 2008 werden 775 vogels geteld, waar het er in de jaren zeventig enkele tientallen paren waren. Het gebied is beschermd als speciale beschermingszone, maar de soort blijft afhankelijk van voortgaand beheer.

Wetenschappelijke naam

Pyrrhula murina Godman, 1866

Godman beschreef de soort in 1866 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Pyrrhula werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Pyrrhula gaat terug op het Griekse purrhoulas, de naam van een roodborstige vogel, bij purrhos 'vuurrood'. murina is Latijn voor 'muisgrijs', van mus, muris 'muis', naar het onopvallende grijsbruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit São Miguel op de Azoren.