Alle soortenZangvogelsGrasmussen › Balearengrasmus

Balearengrasmus | Curruca balearica

Balearic warbler | Curruca balear

De Balearengrasmus is de vogel van de lage, door de zeewind gekamde garriga van Mallorca, Ibiza, Formentera en Cabrera, en nergens anders ter wereld. Hij is de bleekste en de kleinste van de drie donkere struweelgrasmussen: een grijs vogeltje met een lange staart, een oranjerode oogring en een witte buik, dat vanaf een rozemarijnstruik een droog, ratelend deuntje afwerkt.

Balearengrasmus (Curruca balearica)
Foto: Ensind — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een kort, laag, droog babbeltje van een tot twee seconden, meer gemompeld dan gefloten, met een ratelend middenstuk: tsjrre-tsje-tsjerrit, meestal vanaf de top van een rozemarijn- of mastiekstruik en vaak met een klein sprongetje omhoog aan het eind. Hij klinkt vlakker en minder scherp dan het gekras van de kleine zwartkop, die op dezelfde helling zit. De roep is het handigst: een droog, houtig tsjerr-r, alsof je met een nagel over een kam gaat, korter en lager dan het geraspte alarm van de Provençaalse grasmus, en daarnaast een scherp tsjek in reeksen. In maart en april zingt hij bijna de hele ochtend door; later in het jaar is de roep vrijwel het enige wat je hoort.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Klein, slank en langstaartig, maar duidelijk bleker dan zijn verwanten. De bovendelen zijn grijs met een bruinige zweem, de onderdelen wit tot vuilwit, met een roomroze waas over borst en flanken en een schone witte buik; de keel is licht en fijn gespikkeld. Juist dat contrast tussen een grijze kop en een lichte onderkant is het beste kenmerk. Oogring oranjerood, iris roodbruin, poten oranje en de snavel iets fijner en langer dan bij de andere twee. De staart is lang en getrapt, met lichte randen aan de buitenste pennen, en wordt bij onrust omhoog gehouden of langzaam heen en weer bewogen. Vrouwtjes en jonge vogels zijn nog valer en bruiner, maar houden de lichte onderkant.

Verwarrings­soorten

De Sardijnse grasmus is de spiegelsoort en het verschil zit in de onderkant: die is bij de Sardijnse gelijkmatig leigrijs, tot op de buik, terwijl de Balearengrasmus daar wit is met hooguit een roze waas — zie ook zijn eigen soortpagina, waar hetzelfde verschil vanaf de andere kant staat. Bovendien is de Balearengrasmus kleiner, korter van vleugel en iets fijner van snavel. De Provençaalse grasmus is meteen te scheiden aan zijn wijnrode onderdelen. In de praktijk hoeft de vergelijking op de Balearen nauwelijks gemaakt te worden, want de andere twee komen er niet voor; de dagelijkse verwarring is de kleine zwartkop, die overal op dezelfde eilanden zit maar veel forser is, met een zwarte kap, een scherp begrensde witte keel, een korte staart en een luide, hakkelende ratel. Wie op Mallorca een kleine, bleke, langstaartige grasmus in lage garriga ziet, kijkt naar deze soort.

Leefgebied

Lage, open, aromatische garriga: rozemarijn, mastiek, kruipende Erica multiflora, tijm, cistus en de stekelige kussens van de kustsocarrells, met daartussen kale kalksteen en pollen diss-gras. Ook in jong sabinastruweel op zandige kustvlakten en in de struiklaag onder ijle aleppodennen, en heel snel terug in vers verbrande of gekapte plekken zodra er weer lage struiken staan. Hij mijdt gesloten bos en cultuurland. Van zeeniveau tot ongeveer twaalfhonderd meter in de Serra de Tramuntana; in de winter zakken bergvogels naar de kuststreek.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Alleen de Balearen: Mallorca, Ibiza, Formentera, Cabrera en een reeks kleinere eilandjes. Op Menorca is hij in de jaren tachtig verdwenen en sindsdien niet teruggekeerd. Daarmee ligt de hele wereldpopulatie — grofweg twintigduizend paren — binnen één Spaanse provincie en dus volledig binnen het kaartgebied. De soort is standvogel en verplaatst zich hooguit over enkele kilometers; buiten de eilanden is hij vrijwel nooit vastgesteld, ook niet op de nabije Spaanse oostkust. Hij werd lang als ondersoort van de Sardijnse grasmus behandeld en wordt sinds het begin van deze eeuw als aparte soort gevoerd; AviList 2025 volgt die splitsing.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Eind maart tot begin mei, vroeg in de ochtend, in de lage garriga van het schiereiland Formentor, de Vall de Boquer of het Albercutx-uitzichtpunt op Mallorca, of op Cabrera en in de zoutvlakten van Ibiza en Formentera. Zoek een helling met struiken van hooguit een meter hoog en scan de toppen: de vogel zingt kort, kort na elkaar, en zit dan even stil met de staart omhoog. Wandel langs de rand van een geplaveid pad in plaats van door het struweel, want in de dichte mastiek zie je niets. Let goed op het contrast tussen de grijze kop en de witte buik; dat is in het tegenlicht vaak het enige wat je hebt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar wel een soort waarvan alles op één plek staat: verdwijnt de lage garriga van de Balearen, dan verdwijnt de soort. De aantallen zijn de laatste decennia redelijk stabiel en de vogel is in geschikt terrein zelfs talrijk, met plaatselijk enkele paren per tien hectare. De knelpunten zijn bebouwing en infrastructuur langs de kust, het dichtgroeien van oude garriga tot hoog struweel en dennenbos wanneer begrazing en kleinschalig gebruik wegvallen, en grote branden. Het verdwijnen van de soort van Menorca laat zien hoe snel het op een eiland mis kan gaan.

Wetenschappelijke naam

Curruca balearica (Jordans, 1913)

Jordans beschreef de soort in 1913 als Sylvia sarda balearica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Curruca werd in 1802 ingevoerd door Bechstein. Curruca is Latijn, de naam van een niet nader bepaald vogeltje dat bij de Romeinse dichter Juvenalis voorkomt. balearica betekent 'van de Balearen', waar de soort alleen voorkomt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sa Dragonera bij Mallorca.