Alle soortenZangvogelsVinkachtigen › Groenling

Groenling | Chloris chloris

European greenfinch | Verderón común

De groenling is de zwaargebouwde tuinvink met de gele vleugelrand en de zeurderige zang. Hij was jarenlang een vanzelfsprekende gast aan de voedertafel, tot een parasitaire ziekte — trichomonose — zijn aantallen in Noordwest-Europa in een paar jaar liet inzakken. Juist de voedertafel bleek de plek waar de ziekte overging.

Groenling (Chloris chloris)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit twee delen die los van elkaar te horen zijn: een snelle, klingelende triller vanuit een boomtop of tijdens een trage, vleermuisachtige zangvlucht, en een langgerekt, nasaal en zeurderig dzjwèèh dat als een zucht klinkt. Te horen van maart tot in augustus. De vluchtroep is een hard, ratelend tjup-tjup-tjup.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Stevige, kortstaartige vink met een grote kop en een dikke, lichtroze kegelsnavel. Het mannetje is olijfgroen met heldergele randen langs de handpennen en gele vlekken aan de staartbasis; die twee gele vlakken zijn in vlucht het beste kenmerk. Het vrouwtje is grijsgroener en fijn gestreept, met minder geel. Jonge vogels zijn bruinig en duidelijk gestreept, maar dragen al geel in vleugel en staart.

Verwarrings­soorten

De sijs is de vergissing die het vaakst wordt gemaakt, en twee dingen beslissen het. De sijs is veel kleiner — 11 tot 12,5 tegen 14,5 tot 16 centimeter — en heeft een duidelijke gele vleugelstreep dwars over de vleugel, terwijl de groenling alleen een gele rand langs de gevouwen vleugel toont. De sijs is bovendien zwaar gestreept op de flanken en heeft een dun, priemvormig snaveltje, tegen de zware roze kegel van de groenling.

Leefgebied

Tuinen, parken, begraafplaatsen, dorpsranden, boomgaarden, houtwallen en akkerranden met opgaande bomen. Broedt in dichte coniferen, klimop en hagen, en foerageert op grote zaden: zonnebloem, koolzaad, rozenbottels en, in de winter, strooivoer.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Heel Europa behalve het hoge noorden, en verder Noord-Afrika en Turkije. In Nederland en België een gewone broedvogel van bebouwd gebied, die in de winter groepen vormt op stoppels en bij voedertafels. In Zuid-Europa is hij talrijk in olijfgaarden, huertas en stadsparken.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek in april en mei een dorpsstraat of begraafplaats met dichte coniferen op en luister naar het zeurende dzjwèèh: geen andere vink maakt zoiets. Wie hem in de tuin voert, hangt de voederplaats beter niet op één vaste plek: verplaats hem regelmatig en maak hem schoon, want natte, vuile voederplekken zijn precies waar trichomonose overgaat.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), maar in Noordwest-Europa sterk afgenomen. Vanaf 2006 verspreidde zich een variant van de eencellige parasiet Trichomonas gallinae onder groenlingen en vinken; getroffen vogels kunnen niet meer slikken en verhongeren met een opgezette keel. De Britse en Nederlandse broedbevolking liep daardoor in enkele jaren met de helft of meer terug. Voederplaatsen schoonhouden en verplaatsen is de enige praktische maatregel.

Wetenschappelijke naam

Chloris chloris (Linnaeus, 1758) (GBIF: Carduelis chloris)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Loxia chloris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chloris werd in 1800 ingevoerd door Cuvier. Chloris is de Oud-Griekse naam voor deze vogel, khloris, van khloros 'groen'. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.