Alle soortenZangvogelsVinkachtigen › Madeiravink

Madeiravink | Fringilla maderensis

Madeira chaffinch | Pinzón de Madeira

De vink van Madeira is de fraaiste van het stel: een vogel met een blauwe kop, een groene bovenrug, een blauwe onderrug en een perzikkleurige borst, en zo tam dat hij bij het Fanal of langs de levada's op je schoen komt eten. Hij wordt sinds 2021 als aparte soort behandeld, op grond van genetisch onderzoek, metingen en de zang. Hij zit alleen op het hoofdeiland; op Porto Santo en de Desertas ontbreekt hij.

Madeiravink (Fringilla maderensis)
Foto: Donald Davesne — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een korte, ratelende vinkenstrofe die versnelt en dan vlak eindigt; hij mist de opgewekte uithaal van de vink en klinkt daardoor afgebroken. Te horen van januari tot in juni, meestal vanaf een tak boven een pad. De roep is een helder, kort pink, iets zachter dan bij de vink, en bij regen — op de noordkant van het eiland dus vaak — een langgerekt klagend hwiet.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Iets kleiner en compacter dan de vink, en veel bonter. Het mannetje heeft een leiblauwe kruin en nek met een zwart voorhoofdje, een olijfgroene bovenrug die scherp overgaat in een blauwgrijze onderrug en stuit, en zacht perzikoranje onderdelen die naar de buik toe vuilwit worden; over de flanken ligt een blauwgrijze waas. De vleugel is zwart met een brede witte schouderband, een tweede witte streep en gele randen langs de slagpennen; de buitenste staartpennen zijn wit. Het vrouwtje is grijsbruin met een crèmekleurige borst, een groenige stuit en dezelfde vleugeltekening. Jonge vogels lijken op het vrouwtje.

Verwarrings­soorten

De vink zelf is op Madeira geen gewone verschijning, maar het vergelijkingspunt blijft: daar zijn rug én stuit roestbruin en groenig, en de borst baksteenroze; hier is de bovenrug groen, de onderrug blauw en de borst perzikoranje. Ten opzichte van de Azorenvink, die er het meest op lijkt: dit contrast tussen groene bovenrug en blauwe onderrug is bij de Madeiravink veel scherper, en de blauwgrijze waas over de flanken heeft de Azorenvink niet. De Canarische vink is over kop en rug egaal blauwgrijs, zonder het groen. De kanarie, die dezelfde tuinen en terrassen gebruikt, is groengrijs en gestreept en heeft een spitse snavel — dat verwart alleen bij de eerste blik.

Leefgebied

Het laurierwoud van de vochtige noordhellingen en de kraterranden, de aanplanten van den, eucalyptus en acacia daaromheen, de boomheidevelden hoger op de bergen, en verder de levada-paden, tuinen, parken, boomgaarden en terrassen. Hij komt van ongeveer driehonderd meter tot bij de toppen. Foerageert vooral op de grond, op paden en tussen laag gras, en aan zaden en kruimels bij de picknickplaatsen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Alleen het eiland Madeira, en daar op vrijwel het hele eiland algemeen, van de laagste bosranden tot in het hooggebergte. Op Porto Santo en de Desertas komt hij niet voor, en de archipel verlaat hij niet: er is geen enkele waarneming buiten Madeira die stand houdt.

MadeiraMadeiraDesertasPorto Santo
  • Jaarrond
Kaartje van de archipel zelf: op de Europakaart zou deze vogel een stipje aan de rand zijn, en juist bij eilandsoorten gaat het om de vraag op wélke eilanden hij zit. De eilanden waar hij ontbreekt staan er grijs bij. Verspreiding per eiland volgens de standaardwerken; eilandcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Het Fanal in de mist, of het beginpunt van de Levada das 25 Fontes bij Rabaçal: op beide plaatsen zitten ze op de parkeerplaats. Ze zijn zo tam dat je op een meter afstand op je gemak de overgang van groen naar blauw over de rug kunt volgen — precies het kenmerk dat op een foto van veraf verloren gaat. De beste maanden voor de zang zijn maart en april.

Staat van instandhouding

De categorie hierboven is die van de gewone vink. BirdLife, dat de vogels voor de Rode Lijst beoordeelt, houdt deze vink nog bij die soort en beoordeelt hem dus niet apart; de gids toont daarom de categorie van de ruimere soort in plaats van “niet beoordeeld”, want beoordeeld is hij wel — alleen onder een ruimer soortbegrip. Feitelijk is hij op het hele eiland algemeen, met een stabiele stand. Hij is niet aan het laurierwoud gebonden en redt zich in aanplant, tuinen en boomgaarden even goed, wat hem een stuk veiliger maakt dan de trocazduif en de Madeiragoudhaan van hetzelfde eiland. Verwilderde katten en ratten kosten nesten, maar niet op een schaal die de stand raakt.

Wetenschappelijke naam

Fringilla maderensis Sharpe, 1888

Sharpe beschreef de soort in 1888 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Fringilla werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Fringilla is het Latijnse woord voor 'vink'. maderensis betekent 'van Madeira', het eiland waar de vogel thuishoort. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Madeira.