Alle soorten › Zangvogels › Vinkachtigen › Sinaïroodmus
Sinaïroodmus | Carpodacus synoicus
Sinai rosefinch | Camachuelo del Sinaí
De sinaïroodmus is de vogel van de rotswoestijn: hij leeft in de kale kloven en zandsteenwanden van de Negev, de Arava, het Edomgebergte en de Sinaï, en is in de rotsstad Petra zo gewoon dat hij daar tussen de bezoekers doorloopt. Ook hier draagt alleen het oude mannetje het roze; alle andere vogels zijn zandkleurig en zo goed als tekeningloos.
Geluid
Een zachte, weinig opvallende vogel. De roep is een kort, licht musachtig tsjiep of een zacht rollend tjirp, vaak uit een groepje dat over de rotsen scharrelt. De zang is een kort, ijl en aarzelend gekwetter met enkele hogere fluittonen erin, gebracht vanaf een rotsrichel; hij draagt nauwelijks en verdwijnt in de wind van de kloof.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Een middelgrote, bleke vink met een korte, dikke en stompe hoornkleurige snavel en een vlak, tekeningloos gezicht met een groot donker oog. Het oude mannetje is roze op voorhoofd, gezicht, keel en borst, met een zilverwitte berijping over het voorhoofd en de wangen, en verder zandroze met grijsbruine vleugels. Vrouwtjes en jonge vogels zijn effen zandbruin met hooguit een vage streping — juist die uitgewiste, kleurloze indruk is bij deze soort het kenmerk.
Verwarringssoorten
In hetzelfde terrein zit de woestijnvink, en dat is de vergelijking die telt: die is kleiner en compacter, heeft een korte staart, een grijze kop en vooral een dikke, in de zomer koraalrode snavel, plus de onmiskenbare zoemende roep. De sinaïroodmus is langer, slanker en langstaartiger, heeft een hoornkleurige snavel en klinkt zacht en musachtig. Vrouwtjes van beide zijn bleek en effen; snavelkleur, formaat en staartlengte doen dan het werk.
Leefgebied
Kale rotswoestijn: zandsteen- en kalksteenwanden, nauwe wadi's met rotsblokken, puinhellingen en verweerde rotsplateaus, vrijwel zonder plantengroei. Broedt in spleten en holten in de rotswand en foerageert op de grond aan de voet ervan, op zaad van de weinige woestijnkruiden. Nooit ver van een drinkplaats: een bron, een lek, een sijpelend plekje onder een wand.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Binnen het kaartgebied de Sinaï, de Negev, de Arava-slenk en het bergland van Edom in Jordanië, met Petra als bekendste plek. Verder oostwaarts leven verwante roodmussen in de bergen van Centraal-Azië. Het is een standvogel die zich hooguit binnen het rotsmassief verplaatst; buiten de woestijnbergen wordt hij niet aangetroffen.
- Jaarrond
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Wees vroeg bij een wand met een drinkplaats. In Petra zijn de vogels rond de rotsgraven bij zonsopgang op hun actiefst en tam; in de Negev werken de wadi's van Ein Avdat, Timna en de Machtesh Ramon goed. Kijk naar de kleur van de snavel en de lengte van de staart voordat je aan het roze begint: dat draagt maar een klein deel van de groep.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). De soort leeft in terrein waar geen landbouw mogelijk is en heeft daardoor weinig te duchten; plaatselijk profiteert hij zelfs van drinkplaatsen bij bezoekerscentra en kampementen. Verstoring bij nestwanden op drukke toeristische plekken is het enige punt van aandacht.
Wetenschappelijke naam
Carpodacus synoicus (Temminck, 1825)
Temminck beschreef de soort in 1825 als Pyrrhula synoica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Carpodacus werd in 1829 ingevoerd door Kaup. Carpodacus is Grieks, van karpos 'vrucht' en dakno 'bijten'. synoicus gaat terug op het Griekse sunoikos 'samenwonend'; waar de naam precies op doelt, is niet met zekerheid vast te stellen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Sinaï in Egypte.


