Alle soorten › Zangvogels › Mezen › Afrikaanse pimpelmees
Afrikaanse pimpelmees | Cyanistes teneriffae
African blue tit | Herrerillo africano
Op Tenerife hoor je in het dennenbos een pimpelmees, kijkt op, en ziet iets wat er niet klopt: de pet is niet lichtblauw maar bijna zwart, en over de gele buik loopt een streep zo breed als bij een koolmees. De Afrikaanse pimpelmees is de mees van de Canarische Eilanden en de Maghreb, donkerder en feller getekend dan onze pimpelmees, en hij wordt sinds enkele jaren als aparte soort behandeld. Op de eilanden is hij vaak de enige mees die er is.
Geluid
Herkenbaar als pimpelmees, maar harder en sneller. De zang is een kort, versneld tsie-tsie-tsierrrr, met de afsluitende triller droger en ratelender dan bij onze vogel. De roepen zijn nasaal en scherp, een boos tsjer-r-r-r bij het nest en een dun tsi-tsi-tsi in contact. In het Canarische dennenbos draagt het geluid ver tussen de stammen, en het is bijna altijd het geluid dat de vogel verraadt voordat je hem hoog in de kroon ziet bewegen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Even klein als de pimpelmees, 11 tot 12 centimeter, maar met veel meer contrast. De kruin is donker: diep blauwzwart tot zwart, en niet het lichte kobaltblauw van onze vogel. Door het witte gezicht loopt een brede zwarte oogstreep die achter de wang doorloopt en aansluit op een zwarte nek, zodat de witte wang scherp omlijst raakt. Op de keel begint een breed zwart bibje dat als een duidelijke, brede streep over de diepgele onderdelen naar beneden loopt. De mantel is blauwgrijs tot leigrijs, zonder het groen van de pimpelmees; vleugels en staart zijn kobaltblauw. De eilanden verschillen onderling: op Tenerife, La Gomera, La Palma en El Hierro is de vleugel egaal, terwijl de vogels van Fuerteventura en Lanzarote en die van de Maghreb een witte vleugelstreep en een bleker, grijzer rugveld hebben. Zeven ondersoorten in totaal, en op vrijwel elk eiland een eigen. Man en vrouw zijn gelijk; jonge vogels hebben gele wangen en een doffe kruin.
Verwarringssoorten
De pimpelmees is de enige soort waar het om gaat, en toch zul je ze nooit naast elkaar zien: de pimpelmees ontbreekt zowel op de Canarische Eilanden als in Noordwest-Afrika, en de twee arealen raken elkaar nergens. Het verschil zit in twee dingen. De kruin: bij de Afrikaanse pimpelmees donker blauwzwart tot zwart, waardoor de kop van bovenaf gezien donker en streng oogt, tegenover het opgewekte lichtblauw van de pimpelmees. En de keelstreep: breed, zwart en scherp begrensd, van de kin tot ver over de borst, terwijl de pimpelmees daar alleen een dun, vaag donker lijntje heeft. Daarnaast is de rug blauwgrijs in plaats van groenig. In Marokko en Algerije zit ook de koolmees, maar die is fors groter en heeft een zwarte kop met een witte wang zonder enig blauw.
Leefgebied
Op de Canarische Eilanden overal waar bomen of hoge struiken staan: het Canarische dennenbos van de hogere hellingen, het laurierbos van de vochtige noordflanken, boomheide, en verder tuinen en parken, bananen- en sinaasappelplantages, palmtuinen en het thermofiele struweel met wolfsmelk lager op de hellingen. Op de drogere oostelijke eilanden hangt hij aan de weinige palmgroepen en tuinen die er zijn. In de Maghreb woont hij in de bergbossen: ceder, kurkeik, steeneik en gemengd naaldbos in de Rif, de Midden-Atlas en de Kabylië-bergen, plus tuinen en boomgaarden. Nestelt in boomholtes, muurspleten en nestkasten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Twee gebieden, allebei binnen deze gids. Ten eerste alle zeven grote Canarische Eilanden, van La Palma en El Hierro in het westen tot Lanzarote in het oosten, met op vrijwel elk eiland een eigen ondersoort — een van de duidelijkste reeksen eilandvormen in het gebied van deze gids. Ten tweede Noordwest-Afrika: Marokko, Noord-Algerije, Tunesië en een klein gebied in Noordoost-Libië. Op Madeira, de Azoren en de Selvagens ontbreekt hij. Standvogel; hij verlaat zijn eiland niet en zelfs binnen een eiland verplaatst hij zich nauwelijks, hooguit van de hoge dennen naar lagere tuinen in de winter.
- Jaarrond
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Tenerife is het gemakkelijkst: de dennenbossen boven La Esperanza of langs de weg naar de Teide, het eerste uur na zonsopgang. Hij komt in tuinen en op picknickplaatsen tot op enkele meters en is daar goed te fotograferen. Wie meerdere eilanden bezoekt, doet er goed aan de vleugel te bekijken: de witte vleugelstreep van de vogels op Fuerteventura en Lanzarote is het opvallendste verschil tussen de eilandvormen, en op één reis heb je twee heel verschillend ogende vogels gezien. In Marokko zoek je hem in het cederbos bij Azrou.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern) en op de meeste eilanden algemeen. De zorgen zijn plaatselijk en gaan over leefgebied: de grote bosbranden die het Canarische dennenbos steeds vaker treffen, de resten laurierbos die op enkele eilanden nog maar klein zijn, en op Fuerteventura en Lanzarote de kleine, kwetsbare populaties die aan een handvol palmgroepen en tuinen vastzitten. In de Maghreb neemt oud bos met holtes af door kap en begrazing. Doordat vrijwel elk eiland een eigen vorm heeft, weegt een lokale klap hier zwaarder dan het landelijke totaal doet vermoeden.
Wetenschappelijke naam
Cyanistes teneriffae (Lesson, 1831)
Lesson beschreef de soort in 1831 als Parus teneriffae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cyanistes werd in 1829 ingevoerd door Kaup. Cyanistes komt van het Griekse kuanos 'donkerblauw'. teneriffae is Latijn voor 'van Tenerife', het Canarische eiland waarvan het beschreven exemplaar afkomstig was. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tenerife op de Canarische Eilanden.



