Alle soortenZangvogelsMussen › Sneeuwvink

Sneeuwvink | Montifringilla nivalis

White-winged snowfinch | Gorrión alpino

De sneeuwvink is geen vink maar een mus, en wel de mus die het hoogst leeft: boven de boomgrens, tussen rotsen, sneeuwvelden en kortgegraasde alpenweide, zomer en winter. Op de grond is het een grote, saai bruingrijze vogel met een grijze kop. Vliegt hij op, dan klapt het beeld om: de vleugel gaat open in een groot wit vlak met zwarte punt, en de staart licht wit op met een zwarte middenstreep. Dat contrast is het hele verhaal van deze soort.

Sneeuwvink (Montifringilla nivalis)
Foto: Syrio — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een hard, wat nasaal tsjieoe of pchie, en verder een rollend prrit dat aan een kuifmees doet denken; in groepen een aanhoudend gebabbel. De zang is opvallend onmuzikaal: een trage, haperende reeks van dezelfde harde en droge noten, herhaald vanaf een rotsblok, een liftmast of in een korte zangvlucht met langzame, opvallend witte vleugelslagen. Te horen van eind maart tot in juli, ook bij vrieskou en wind.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Fors, langvleugelig en zwaarder gebouwd dan een huismus. De kop is asgrijs, de mantel warm koffiebruin, de onderdelen vuilwit. In het broedkleed heeft de vogel een zwarte keelvlek en een zwarte snavel; in de winter is de keel vaag gevlekt en is de snavel geel met een donkere punt. De geslachten lijken sterk op elkaar; het mannetje is gemiddeld contrastrijker en heeft een grotere zwarte keelvlek. Zittend oogt hij verrassend onopvallend, want het wit ligt dan grotendeels verscholen. In de vlucht is hij onmiskenbaar: de handpennen zijn zwart, de armpennen en de grote dekveren helderwit, zodat de vleugel een breed wit paneel toont met een zwarte punt, en de staart is wit met zwarte middelste pennen en een smalle zwarte eindband. Jonge vogels zijn bruiner en doffer maar hebben hetzelfde vleugelpatroon.

Verwarrings­soorten

Op de grond en op afstand wordt hij geregeld voor een huismus of een verwilderde mus bij een bergstation gehouden — het formaat en de houding kloppen, en het wit zie je dan niet. Het enige dat helpt is hem laten opvliegen: geen enkele mus heeft een vleugel die zo zwart-wit opengaat, en geen enkele mus heeft een overwegend witte staart. De strandleeuwerik broedt in dezelfde zone en is ook een grondvogel, maar is kleiner, heeft een geel-zwart gezichtsmasker en een geheel donkere staart met witte zijranden. De alpenheggenmus deelt de puinhellingen, maar is kleiner, gestreept, met een dunne snavel en roestbruin gestreepte flanken. Sneeuwgorzen zijn in de Alpen zeldzame wintergasten en hebben veel meer wit in de vleugel én een witte kop.

Leefgebied

Alpiene graslanden en steenwoestijn boven de boomgrens, doorgaans tussen 1900 en 3100 meter, met puinhellingen, rotswanden, sneeuwrestanten en kortgegraasde matten waar hij springstaarten, kevers en zaad van de bodem pikt. Het nest is een dikke, met veren gevoerde bal in een rotsspleet, een muurgat of een marmottenhol. In toenemende mate ook bij bergstations, liftgebouwen, parkeerplaatsen en berghutten, waar hij op afval en kruimels foerageert en 's winters vrijwel tam wordt. Hij zakt zelden onder de vijftienhonderd meter, ook niet bij zware sneeuwval.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Binnen het kaartgebied de hooggebergten van Zuid-Europa en het Nabije Oosten: de Pyreneeën, de Alpen, de Apennijnen, de Balkan met de bergen van Kroatië, Montenegro, Noord-Macedonië, Bulgarije en Griekenland, en verder de Turkse hooglanden en de Kaukasus. Daarbuiten zet de soort zich voort door de bergen van Centraal-Azië. In Spanje broedt hij in de Pyreneeën en in de Cordillera Cantábrica, en is hij een zeldzame winterzwerver in de Sierra Nevada en het Iberisch Systeem. Hij trekt niet: hij verplaatst zich hooguit over een paar honderd hoogtemeters en over de bergkam heen.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Neem in juli of augustus de eerste kabelbaan naar boven en loop het bergstation om: op de parkeerplaats, bij de terrastafels en langs de sneeuwrand zitten ze vaak op enkele meters, en dan ziet u de grijze kop, de zwarte keel en de gele snavelbasis zonder verrekijker. In het hoogseizoen van de vogel — april, wanneer de weiden nog half onder de sneeuw liggen — loont het juist om op de rand van een sneeuwveld te wachten en een groepje te laten opvliegen, want alleen in de lucht ziet u waarom hij in het Engels white-winged heet. Verwar sneeuwvlagen in de vleugel niet met sneeuw: kijk naar de zwarte punt.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), maar het is een uitgesproken koudeminnende soort met weinig uitwijkmogelijkheid: wie al op de top zit, kan bij verdere opwarming niet hoger. In de Alpen wordt achteruitgang van de laagst gelegen broedplaatsen gemeld en verschuift de ondergrens omhoog, en Zwitsers onderzoek wijst op een krimpend geschikt areaal. Daarnaast spelen het verdwijnen van extensieve alpiene beweiding, waardoor de korte grasmatten verruigen, en de uitbreiding van skigebieden — al levert die laatste plaatselijk juist voedsel op.

Wetenschappelijke naam

Montifringilla nivalis (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Fringilla nivalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Montifringilla werd in 1828 ingevoerd door Brehm. Montifringilla verbindt het Latijnse mons, montis 'berg' met fringilla 'vink'. nivalis is Latijn voor 'besneeuwd', naar het hooggebergte waar de vogel leeft. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zwitserland.