Alle soortenValkachtigenValken › Boomvalk

Boomvalk | Falco subbuteo

Eurasian hobby | Alcotán europeo

De boomvalk is de luchtacrobaat onder onze valken: een slanke zomergast die libellen in de vlucht uit de lucht grijpt en ze al vliegend opeet, en die in de schemering achter zwaluwen en gierzwaluwen aan gaat. In silhouet is hij een reusachtige gierzwaluw.

Boomvalk (Falco subbuteo)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de broedtijd luidruchtig rond het nest: een helder, doordringend en gelijkmatig kjuu-kjuu-kjuu-kjuu of kew-kew-kew, voller en lager dan het ratelen van de torenvalk en met een klagende ondertoon. Het vrouwtje bedelt met een schor, aangehouden wiehp. Buiten de broedtijd zwijgzaam. De kans om hem te horen is het grootst in juni en juli bij een nest in een populierenrij of dennenbosje.

Luister: Roep in de vluchtXC469763

Opname: Rafael Suleimanov — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Slank en langvleugelig, met smalle, sikkelvormig gebogen vleugels en een korte, vierkant afgesneden staart — samen een ankerachtig silhouet dat sterk aan een grote gierzwaluw doet denken. Bovenzijde leiblauw tot donker leigrijs, onderzijde roomwit met dichte, scherpe zwarte lengtestrepen. Het koppatroon is het beste kenmerk: een zwarte helm met een brede, wigvormige baardstreep die scherp afsteekt tegen een witte keel en witte wangvlek. Volwassen vogels hebben een opvallend roestrode broek en onderstaart. Jonge vogels missen dat rood — bij hen zijn broek en onderstaart roomkleurig tot licht okerbruin — en zijn boven bruiner met lichte veerranden. De vlucht is snel, wendbaar en krachtig, met lange glijstukken en verrassende duikvluchten.

Verwarrings­soorten

Torenvalk is korter van vleugel, langer van staart, bidt en heeft een veel vagere baardstreep en een roodbruine bovenzijde. Smelleken is kleiner, gedrongen, met kortere vleugels, nauwelijks een baardstreep en een veel vlakker gezicht, en hij jaagt laag over de grond in plaats van hoog in de lucht. De roodpootvalk is even groot en heeft ook lange vleugels, maar het mannetje is egaal donker leigrijs met rode poten en broek; het vrouwtje heeft een oranje kruin en onderdelen en een klein zwart oogmasker in plaats van een brede baardstreep. Slechtvalk is veel forser en breder van vleugelbasis, met gebandeerde in plaats van gestreepte onderdelen.

Leefgebied

Halfopen landschap: bosranden, houtwallen, populierenrijen en solitaire dennen naast uitgestrekt open land, moeras of water. Hij broedt in een oud nest van kraai of ekster en jaagt boven vennen, plassen, rietland en kwelder, waar libellen, zwaluwen, gierzwaluwen en vleermuizen zich concentreren. Aan het einde van de zomer verzamelen boomvalken zich boven libellenrijke wateren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt in vrijwel heel Europa, Noord-Afrika, Turkije en de Levant en oostwaarts tot Japan, en overwintert in Afrika ten zuiden van de Sahara. In Noordwest-Europa een schaarse maar wijdverbreide broedvogel van de zandgronden, de veenweiden en de rivierdalen. In het Middellandse Zeegebied een schaarse broedvogel van de noordelijke helft van Iberië en de bergen, en verder vooral doortrekker in mei en van augustus tot begin oktober.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Late namiddag en avond in juli en augustus, boven een ven, plas of rietmoeras waar veel libellen vliegen. Zoek een silhouet dat een gierzwaluw lijkt maar te groot is, en let op de plotselinge uitvallen; hij eet zijn prooi vaak vliegend op, met de poten naar de snavel gebracht. Bij een boerenzwaluwslaapplaats in het riet is de kans in augustus bijzonder groot.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (IUCN: Least Concern) en in Europa als geheel min of meer stabiel. In Nederland zijn de aantallen sinds de jaren zeventig fors afgenomen, vermoedelijk door de sterke achteruitgang van grote insecten en van zwaluwen, en door het verdwijnen van kleinschalig, halfopen landschap. Verstoring van nestbomen en illegale vervolging op de trekroute spelen lokaal ook een rol.

Wetenschappelijke naam

Falco subbuteo | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Falco voerde hij in datzelfde werk in. Falco is Laatlatijn voor 'valk', van falx, falcis 'sikkel', naar de sikkelvormige klauwen van de vogel. subbuteo is Latijn sub 'onder, minder dan' en buteo 'buizerd'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.