Alle soortenZangvogelsRietzangers › Westelijke vale spotvogel

Westelijke vale spotvogel | Iduna opaca

Western olivaceous warbler | Zarcero bereber

De vale spotvogel van het westen: een kleurloze, grijsbruine vogel zonder één opvallend kenmerk, die in Zuid-Spanje, Portugal en Marokko de tamarisken en oleanders langs de rivieren bewoont. Hij is zijn hele leven in beweging, tikt bij elke sprong de staart naar beneden en verraadt zich met een snel, schurend gebabbel uit het dichtst van de struik.

Westelijke vale spotvogel (Iduna opaca)
Foto: Jan Ebr — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een snel, laag, schurend gebabbel dat lang wordt volgehouden, met de haperende cadans van een rietzanger maar zonder heldere fluittonen en zonder imitaties: een aanhoudende stroom van nasale, ratelende noten uit het binnenste van een tamarisk of bramenstruik. Hij is trager en voller dan die van de oostelijke vale spotvogel. De roep is een hard, droog tsjek, bij onrust in een ratel tsjrrr. Zang van half april tot in juli, ook in de hitte van de middag.

Luister: ZangXC1143452

Opname: Tanguy Loïs — CC BY-SA 4.0 · xeno-canto

Herkenning

Effen grijsbruin boven en vuilwit tot licht beige onder, zonder geel, zonder streping, zonder wenkbrauwstreep van betekenis — de soort is juist te herkennen aan het ontbreken van kenmerken. De snavel is lang, breed en recht, met een geheel oranje ondersnavel; het voorhoofd loopt vlak in de snavel door, wat de kop lang en spits maakt. De handpenprojectie is kort, de staart recht afgesneden met smalle vale zomen aan de buitenste pennen. De poten zijn grijs tot vleeskleurig grijs. Het gedrag hoort bij het beeld: bij elke beweging gaat de staart met een korte ruk omlaag. Geslachten gelijk.

Verwarrings­soorten

Naast de spotvogel en de orpheusspotvogel is hij meteen te plaatsen: die twee zijn duidelijk geel op keel en buik en groenig van boven, terwijl deze vogel volstrekt kleurloos is en bovendien voortdurend de staart omlaag tikt. De oostelijke vale spotvogel is het echte probleem — zie ook zijn eigen soortpagina, waar hetzelfde verschil vanaf de andere kant is beschreven. Die is kleiner en kortsnaveliger, kouder grijs in plaats van bruinig, en zijn zang gaat sneller en hoger. In de praktijk beslist de plaats: op het Iberisch Schiereiland en in Noordwest-Afrika is het deze soort. Bosrietzanger en kleine karekiet zijn warmer bruin, hebben een afgeronde staart en tikken niet met de staart.

Leefgebied

Struweel langs rivieren en beken: tamarisk, oleander, bramen en wilgen in de galerij langs de oever, ook waar de rivier het grootste deel van het jaar droogvalt. Daarnaast olijfgaarden en boomgaarden met onderbegroeiing, moestuinen, verwilderde tuinen en dorpsranden met dichte heggen. Hij zoekt altijd dichte, laag blijvende struiken en heeft geen bos nodig.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Het Iberisch Schiereiland ten zuiden van de Ebro en de Taag, en Noordwest-Afrika van Marokko tot Tunesië. In Spanje is hij talrijk in Andalusië en Extremadura — de benedenloop van de Guadalquivir, de Guadiana en de Guadalete zijn zijn bolwerken — gewoon in Castilië-La Mancha, Murcia en de kust van Valencia en Alicante, schaars en plaatselijk in de middenloop van de Ebro, en ontbreekt hij volledig aan de Cantabrische kust, in Galicië en in de Pyreneeën; de Spaanse populatie telt tienduizenden paren. Naar Noordwest-Europa dwaalt hij hoogst zelden af, en uit Nederland zijn geen aanvaarde gevallen bekend. Overwintert in West-Afrika ten zuiden van de Sahara en zit dus ruim een half jaar buiten het kaartgebied.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Mei of juni, vroeg in de ochtend, langs een Zuid-Spaanse rivierbedding met tamarisken en oleanders. Blijf staan bij de dichtste struik en wacht op het schurende gebabbel; de vogel schuift daarna vaak even naar een open twijg. Let op het staarttikje bij elke sprong — dat is het enige gedragskenmerk dat je in één seconde van de spotvogel en de orpheusspotvogel scheidt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in het grootste deel van zijn areaal nog algemeen. Het rechttrekken en uitbaggeren van rivierbeddingen, het weghalen van tamarisk- en oleanderstruweel en het onttrekken van water voor irrigatie kosten hem plaatselijk leefgebied, en heel droge zomers drukken het broedsucces. Waar een rivierbedding zijn struweel houdt, is hij binnen een paar jaar terug.

Wetenschappelijke naam

Iduna opaca | (Cabanis, 1851)

Cabanis beschreef de soort in 1851 als Hypolais opaca; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Iduna werd in 1840 ingevoerd door Keyserling & Blasius. Iduna wordt gewoonlijk in verband gebracht met Iðunn, in de Noorse mythologie de godin die de appels van de eeuwige jeugd bewaakte; de naamgevers lichtten de naam niet toe en er zijn ook andere afleidingen voorgesteld. opaca is Latijn voor 'donker, beschaduwd'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.