Alle soortenZangvogelsWielewalen › Wielewaal

Wielewaal | Oriolus oriolus

Eurasian golden oriole | Oropéndola europea

De wielewaal is de meest tropisch ogende zangvogel van Europa en tegelijk een van de moeilijkst te zien soorten. Hij leeft hoog in het bladerdak van oude loofbossen en verraadt zich vrijwel altijd eerst met zijn fluitende roep.

Wielewaal (Oriolus oriolus)
Foto: Carlo Caimi — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een luid, vloeiend, bijna menselijk fluitsignaal, klassiek weergegeven als dudeljo of wielewaal, hoorbaar van begin mei tot half juli en het sterkst in de vroege ochtend. De alarmroep is heel anders: een schor, katachtig krijsend krèèèh, dat vaak de eerste aanwijzing is.

Luister: ZangXC431707

Opname: Joost van Bruggen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Het mannetje is helder goudgeel met zwarte vleugels en zwarte staart met gele hoeken, en heeft een roodbruine snavel en een zwarte teugel. Het vrouwtje is groengeel boven, vuilwit en fijn gestreept onder, met dof gele staarthoeken. Juvenielen lijken op het vrouwtje maar zijn doffer en zwaarder gestreept; jonge mannetjes worden pas in hun tweede zomer geel.

Verwarrings­soorten

Vrouwtjes en jonge vogels worden geregeld voor groene spechten aangezien, maar die hebben een golvende vlucht, een rode kruin en een lichte stuit. De vlucht van de wielewaal is snel en licht golvend als van een grote lijster. Ontsnappende gekooide exoten daargelaten is er geen echte verwarringssoort.

Leefgebied

Oude, hoogopgaande loofbossen met een gesloten kronendak: populierenbossen, eikenbossen, oude landgoedparken, essenrijke beekdalen en griendcomplexen. In het zuiden van Europa ook in ooibossen langs rivieren en zelfs in grote fruitboomgaarden en olijfgaarden met hoge bomen langs waterlopen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt in vrijwel heel continentaal Europa tot in Zuid-Scandinavië; overwintert in tropisch en zuidelijk Afrika. In Nederland vooral op de Veluwe, in het rivierengebied en in oude populierenbossen in Flevoland en Noord-Brabant. In Spanje wijdverbreid in ooibossen en dehesa's, maar zeldzaam in de droogste steppegebieden.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Ga in de tweede helft van mei of begin juni bij zonsopgang naar oud populieren- of eikenbos en luister eerst. Blijf op afstand staan en scan de bovenste takken: mannetjes verplaatsen zich vaak in één rechte, snelle vlucht van boomkruin naar boomkruin, en dan zie je het goud oplichten.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). In Nederland is de soort sterk afgenomen sinds de jaren tachtig, vermoedelijk door het kappen van oude populierenbossen, verdroging en problemen op de trekroute. In Zuid-Europa lijkt de stand stabieler.

Wetenschappelijke naam

Oriolus oriolus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Coracias oriolus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Oriolus werd in 1766 ingevoerd door Linnaeus. Oriolus gaat terug op het Latijnse aureolus 'goudkleurig', naar het gele verenkleed van het mannetje. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.