Alle soortenGenten en aalscholversAalscholvers › Aalscholver

Aalscholver | Phalacrocorax carbo

Great cormorant | Cormorán grande

De aalscholver is de zwarte visser die na elke duik met gespreide vleugels staat te drogen, een houding die geen enkele andere Europese watervogel aanneemt. Na de vergiftigde jaren zeventig is de soort sterk toegenomen; die toename leidt tot conflicten met de visserij.

Aalscholver (Phalacrocorax carbo)
Foto: Kristian Pikner — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Buiten de kolonie vrijwel stom. Op het nest, van februari tot juni, diepe keelklanken en varkensachtig geknor: een rollend kroa-kroa-kroa, versterkt door tientallen buren tegelijk. Een kolonie hoor en ruikt men eerder dan men hem ziet.

Luister: RoepWikimedia Commons

Opname: Sonothèque ADVL — CC0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Groot en zwart met bronsgroene glans, een witte kinvlek en gele naakte huid rond de snavelbasis. In broedkleed komt daar een witte dijvlek bij en bij de binnenlandvorm veel wit op kop en hals. Jonge vogels zijn bruin met variabel witte onderdelen. Zwemt diep, springt bij het duiken half uit het water en vliegt ganzenachtig met geknikte hals, vaak in linie.

Verwarrings­soorten

Kuifaalscholver is kleiner en slanker, met steile voorhoofd, dun snaveltje, flessengroene glans en zonder wit in het gezicht; in het voorjaar draagt hij een opgekrulde kuif en hij houdt zich aan rotskusten en zee. Jonge kuifaalscholver is bruin met een donkere buik. Dwergaalscholver in Zuidoost-Europa is klein met een lange staart.

Leefgebied

Elk visrijk water: grote meren, rivieren, havens, kanalen en ondiepe kustzeeën. Rust op strekdammen, boeien, palen en dode bomen, en broedt in kolonies in bomen die na jaren guano afsterven, of op de grond op eilanden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Heel Europa en rond de Middellandse Zee tot in Noord-Afrika en de Levant. In Noordwest- en Midden-Europa jaarrond talrijk, met grote kolonies in de Lage Landen (vorm sinensis). In het Middellandse Zeegebied vooral een talrijke wintergast op stuwmeren, rivieren en rijstvelden, met groeiende broedaantallen langs de kust en in de Ebrodelta.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vroege ochtend bij een slaapplaats, wanneer de vogels in linies uitvliegen naar het viswater. Kijk in de winter op grote stuwmeren en plassen naar gezamenlijk jagende groepen die als een net over de vis heen drijven.

Staat van instandhouding

Sterk hersteld na het verbod op giftige bestrijdingsmiddelen en de wettelijke bescherming. Het succes leidt tot conflicten met de beroepsvisserij en de viskweek, en daarmee tot verstoring en afschot met ontheffing. Waterkwaliteit en visstand bepalen lokaal hoe het de kolonies vergaat.

Wetenschappelijke naam

Phalacrocorax carbo | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Pelecanus carbo; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phalacrocorax werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Phalacrocorax is de Latijnse vorm van het Griekse phalakrokorax, van phalakros 'kaal' en korax 'raaf'. carbo is Latijn voor 'houtskool', naar het zwarte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de noordelijke Atlantische Oceaan.