Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Bergeend

Bergeend | Tadorna tadorna

Common shelduck | Tarro blanco

Groot, bont en bijna gansachtig: de bergeend valt op elk wad meteen op door zijn witte lichaam met brede kastanjebruine borstband. Buiten de broedtijd verzamelen vrijwel alle Noordwest-Europese vogels zich in de Waddenzee om er te ruien.

Bergeend (Tadorna tadorna)
Hoofdfoto · Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

Het mannetje laat een zacht, fluitend sjie-sjie-sjie horen, het vrouwtje een snel ratelend, nasaal ak-ak-ak-ak dat aan lachen doet denken. Meest te horen bij baltsende groepjes op het wad van februari tot april, en tijdens de achtervolgingsvluchten die daarop volgen boven de broedplaats.

Luister: RoepXC466466

Opname: Pascal Christe — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Zwartgroene kop en hals met sterke glans, wit lichaam, een brede kastanjebruine band rond borst en mantel, en een zwarte buikstreep. De poten zijn roze en de snavel rood; het mannetje draagt in het voorjaar een opvallende knobbel aan de snavelbasis. Jonge vogels missen de borstband en hebben een wit gezicht met donkere kruin.

Verwarrings­soorten

Verwarring ontstaat vooral met de casarca, die echter egaal roestoranje is en een bleke kop heeft zonder groene glans en zonder band. Jonge bergeenden met hun witte gezicht en donkere kruin worden geregeld voor een zaagbek aangezien, maar ze zwemmen hoog en breed als een gans en missen de dunne haaksnavel.

Leefgebied

Zandige en slikkige kusten, kwelders, brakke kreken en zoute lagunes, maar ook zandwinplassen en industrieterreinen ver van zee. Broedt in konijnenholen, onder dichte struiken, in strobalen of in nestkasten op duinen en dijken. Foerageert zeeflopend over natte slikplaten op slakjes, kreeftachtigen en wormen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt langs vrijwel alle Noordwest-Europese kusten, met de grootste aantallen rond de Waddenzee en het Nederlandse Deltagebied; het binnenland wordt nog steeds gekoloniseerd. Rond de Middellandse Zee broedt hij plaatselijker, onder meer in de Ebrodelta, de Manchegaanse zoutmeren en Doñana in Spanje, waar ook veel vogels overwinteren.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Ga in juli of augustus naar een hoge kwelder langs de Waddenzee, wanneer tienduizenden vogels zich verzamelen om te ruien en bij hoogwater dichtbij komen. In april en mei valt bij het eerste licht op de dijken op hoe luidruchtig paren hun territorium verdedigen.

Staat van instandhouding

In Nederland een talrijke en tamelijk stabiele broedvogel, al lopen de aantallen op het wad terug door een armer voedselaanbod en verstoring op de ruiplaatsen. Vertrapping van nesten, predatie door vossen en het verdwijnen van konijnenholen spelen lokaal een rol, terwijl de soort in het Europese binnenland juist toeneemt.

Wetenschappelijke naam

Tadorna tadorna | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas tadorna; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tadorna werd in 1822 ingevoerd door Boie. Tadorna komt via het Franse tadorne van een oudere, waarschijnlijk Keltische naam voor een bonte watervogel. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.