Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Bergeend
Bergeend | Tadorna tadorna
Common shelduck | Tarro blanco
Groot, bont en bijna gansachtig: de bergeend valt op elk wad meteen op door zijn witte lichaam met brede kastanjebruine borstband. Buiten de broedtijd verzamelen vrijwel alle Noordwest-Europese vogels zich in de Waddenzee om er te ruien.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Het mannetje laat een zacht, fluitend sjie-sjie-sjie horen, het vrouwtje een snel ratelend, nasaal ak-ak-ak-ak dat aan lachen doet denken. Meest te horen bij baltsende groepjes op het wad van februari tot april, en tijdens de achtervolgingsvluchten die daarop volgen boven de broedplaats.
Opname: Pascal Christe — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Zwartgroene kop en hals met sterke glans, wit lichaam, een brede kastanjebruine band rond borst en mantel, en een zwarte buikstreep. De poten zijn roze en de snavel rood; het mannetje draagt in het voorjaar een opvallende knobbel aan de snavelbasis. Jonge vogels missen de borstband en hebben een wit gezicht met donkere kruin.
Verwarringssoorten
Verwarring ontstaat vooral met de casarca, die echter egaal roestoranje is en een bleke kop heeft zonder groene glans en zonder band. Jonge bergeenden met hun witte gezicht en donkere kruin worden geregeld voor een zaagbek aangezien, maar ze zwemmen hoog en breed als een gans en missen de dunne haaksnavel.
Leefgebied
Zandige en slikkige kusten, kwelders, brakke kreken en zoute lagunes, maar ook zandwinplassen en industrieterreinen ver van zee. Broedt in konijnenholen, onder dichte struiken, in strobalen of in nestkasten op duinen en dijken. Foerageert zeeflopend over natte slikplaten op slakjes, kreeftachtigen en wormen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt langs vrijwel alle Noordwest-Europese kusten, met de grootste aantallen rond de Waddenzee en het Nederlandse Deltagebied; het binnenland wordt nog steeds gekoloniseerd. Rond de Middellandse Zee broedt hij plaatselijker, onder meer in de Ebrodelta, de Manchegaanse zoutmeren en Doñana in Spanje, waar ook veel vogels overwinteren.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Ga in juli of augustus naar een hoge kwelder langs de Waddenzee, wanneer tienduizenden vogels zich verzamelen om te ruien en bij hoogwater dichtbij komen. In april en mei valt bij het eerste licht op de dijken op hoe luidruchtig paren hun territorium verdedigen.
Staat van instandhouding
In Nederland een talrijke en tamelijk stabiele broedvogel, al lopen de aantallen op het wad terug door een armer voedselaanbod en verstoring op de ruiplaatsen. Vertrapping van nesten, predatie door vossen en het verdwijnen van konijnenholen spelen lokaal een rol, terwijl de soort in het Europese binnenland juist toeneemt.
Wetenschappelijke naam
Tadorna tadorna | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas tadorna; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tadorna werd in 1822 ingevoerd door Boie. Tadorna komt via het Franse tadorne van een oudere, waarschijnlijk Keltische naam voor een bonte watervogel. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.



