Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Brilduiker
Brilduiker | Bucephala clangula
Common goldeneye | Porrón osculado
Een compacte, hoogkoppige duikeend die met een klein sprongetje kopje-onder gaat en zelden lang boven blijft. In het winterlicht licht de witte wangvlek van het mannetje op als een lampje op donker water.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Grotendeels stil, maar de vleugels maken in de vlucht een luid, hoog en zingend gefluit dat de soort al blind verraadt. In de balts geeft het mannetje een scherp, nasaal tsjie-tsjiek terwijl hij de kop ver op de rug legt. Het vrouwtje snort laag, grrr. Balts vanaf januari.
Opname: Pascal Christe — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Gedrongen eend met een grote driehoekige kop, korte hals en korte donkere snavel. Het mannetje is wit met een zwarte rug, een groen glanzende zwarte kop en een ronde witte vlek tussen oog en snavel. Het vrouwtje heeft een chocoladebruine kop, een grijs lichaam en een smalle witte halsring, met een geel tot geheel donker snavelpuntje. Beide hebben een gele iris en een groot wit vleugelvlak.
Verwarringssoorten
IJseend en nonnetje zijn witter en anders van kopvorm; het nonnetje is kleiner en heeft een gezaagde snavel. De grootste kans op verwarring geeft het vrouwtje met een vrouwtje middelste zaagbek, maar die is langer, roder van kop en heeft een dunne rode haaksnavel. Kopvorm en de korte, hoge silhouet beslissen bij de brilduiker.
Leefgebied
Overwintert op grote, diepe wateren: meren, stuwmeren, zandwinplassen, rivieren, havens en beschutte zeearmen. Broedt in boomholten, meestal oude zwarte-spechtholen, in boreale bossen bij meren en rivieren; neemt ook nestkasten aan. Duikt naar kreeftachtigen, insectenlarven en tweekleppigen, vaak in kleine losse groepjes.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van de boreale bosgordel van Fennoscandinavië oostwaarts door Rusland, met een kleine populatie in Midden-Europa. Overwintert in Noordwest-Europa op grote meren, rivieren en delta's, en schaars rond de Middellandse Zee, vooral op stuwmeren en aan de Atlantische kust van Noord-Iberië.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Ga in januari of februari naar een dijk langs een groot meer of stuwmeer en scan met de telescoop: brilduikers zitten meestal ver uit de kant. Wacht op de balts, waarbij mannetjes de kop achterover op de rug slaan en water wegtrappen. Vroeg licht van achteren werkt het best.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en in delen van Fennoscandinavië geholpen door nestkasten. Verlies van oude holtebomen in productiebos beperkt de broedmogelijkheden, en verzuring van boreale meren verkleint het voedselaanbod. In Nederland lopen de winteraantallen terug doordat vogels bij zachtere winters noordelijker en oostelijker blijven.
Wetenschappelijke naam
Bucephala clangula | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas clangula; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Bucephala werd in 1858 ingevoerd door Baird. Bucephala is Grieks, van boukephalos 'stierkoppig', bij bous 'rund' en kephalē 'kop', naar de opvallend dikke kop. clangula is afgeleid van het Latijnse clangere 'weerklinken', naar het geluid dat de vogel maakt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.



