Alle soortenSpechtachtigenSpechten › Draaihals

Draaihals | Jynx torquilla

Eurasian wryneck | Torcecuello euroasiático

De draaihals is een specht die zich niet als een specht gedraagt: hij hakt niet, roffelt niet en klimt nauwelijks. Zijn schorsachtige camouflage maakt hem tot een van de lastigst te vinden broedvogels van Europa — en zijn naam dankt hij aan de slangachtige halsdraai waarmee hij indringers afschrikt.

Draaihals (Jynx torquilla)
Foto: Бусел В.А — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een nasale, klagende reeks van zes tot vijftien identieke tonen: kjuu-kjuu-kjuu-kjuu, in tempo iets afnemend. Sterk lijkend op de roepreeks van kleine valken, waardoor de soort geregeld gemist wordt. Roept vooral eind april en in mei, 's ochtends vroeg en in de avond.

Luister: ZangXC561861

Opname: Kim Erlend Vidal — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Grijsbruin en fijn gemarmerd als boomschors, met een donkere lengtestreep over kruin en rug en fijne golfstreping op de onderdelen. Zachte, afgeronde staart met vage dwarsbanden — geen stijve steunstaart zoals bij echte spechten. Zit vaak overlangs op een tak of op de grond bij mierennesten.

Verwarrings­soorten

Op de grond kan hij door houding en kleur even aan een nachtzwaluw of een grote zanger doen denken. Andere spechten zijn direct uit te sluiten door het ontbreken van rood, wit en zwart en door de klimtechniek.

Leefgebied

Warme, open bossen en bosranden, oude boomgaarden, heide met verspreide bomen en schrale, zandige terreinen. Doorslaggevend is een korte, open bodem met veel mieren; nestelt in bestaande holtes en neemt graag nestkasten aan.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt van Iberië tot Siberië; overwintert in de Sahel. In Nederland een zeer schaarse broedvogel van Veluwe en Drenthe, maar in augustus en september een regelmatige doortrekker, vooral in de duinen. In Spanje broedt hij in berggebieden en het noordelijke binnenland, en is hij eveneens duidelijk achteruitgegaan.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Broedvogels: eind april tot half mei, op geluid — wie de roep niet kent, loopt er gegarandeerd voorbij. Doortrekkers: eind augustus en september, vaak op de grond in duinstruweel, tuinen en langs paden, waar ze bij verstoring laag wegvliegen en meteen weer in dekking duiken.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), maar in Noordwest-Europa sterk afgenomen en in Nederland vrijwel verdwenen als algemene broedvogel. De achteruitgang hangt samen met het verdwijnen van schrale, mierenrijke bodems, hoogstamboomgaarden en kleinschalig beheer.

Wetenschappelijke naam

Jynx torquilla | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Jynx voerde hij in datzelfde werk in. Jynx is de oud-Griekse naam voor deze vogel, iunx. torquilla is middeleeuws Latijn, van torquere 'draaien', naar de slangachtige draaibewegingen van de hals. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.