Alle soortenTrapachtigenTrappen › Grote trap

Grote trap | Otis tarda

Great bustard | Avutarda común

De zwaarste vogel van Europa die nog kan vliegen: een oude man weegt meer dan een zeearend en een knobbelzwaan samen. Op een graanvlakte in maart staan de baltsende mannen als omgekeerde witte parasols tussen de jonge tarwe, van kilometers ver zichtbaar.

Grote trap (Otis tarda)
Hoofdfoto · Foto: Luiz Lapa — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

Vrijwel zwijgzaam. De baltsende man produceert een diepe, dof brommende oemp die zelfs op honderd meter nauwelijks te horen is en meestal tegen de wind verloren gaat; verontruste vogels blaffen een kort, laag chak. Zoek deze soort op zicht, niet op geluid.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Het verschil tussen de seksen is extremer dan bij welke andere Europese vogel ook: een oude man weegt drie tot vier keer zo veel als een vrouw en is bijna een derde langer. De man heeft een blauwgrijze kop en hals, lange witte snorveren aan weerszijden van de snavelbasis en een brede roestbruine borstband die met de jaren donkerder wordt; de vrouw mist de snorveren en de borstband en is zandkleurig grijs. Beide hebben een fijn zwart gebandeerde okerbruine bovenzijde en een witte buik. In vlucht valt de reusachtige, brede vleugel op: grotendeels wit met zwarte handpennen en een zwarte achterrand, met trage, ganzenachtige slagen.

Verwarrings­soorten

Op afstand is verwarring met vee, keien of een strobaal waarschijnlijker dan met een andere vogel. De kleine trap is nog geen kwart zo zwaar, heeft een veel snellere vleugelslag en een bijna geheel witte vleugel zonder zwarte achterrand. Een vrouw grote trap kan bij slecht licht op een man kleine trap lijken; let dan op de veel langere hals en de zware, log lopende gang.

Leefgebied

Grootschalige, boomloze graanakkers met een mozaïek van braak, luzerne en peulvruchten; in Midden-Europa ook hooiland en koolzaad. Grote trappen mijden hoogspanningsdraden, wegen en opgaande begroeiing en hebben vlaktes nodig van vele honderden hectaren waar het zicht ongestoord is.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

De kern van de wereldpopulatie ligt in Spanje en Portugal — Spanje alleen al telt ruim twintigduizend vogels; daarnaast leven er groepen in Hongarije, Oostenrijk, Slowakije, Tsjechië, Duitsland, Oekraïne, Rusland, Turkije en Iran. In het Middellandse Zeegebied liggen de zwaartepunten op de Iberische graanvlakten: Villafáfila en Tierra de Campos, La Serena en de Llanos de Cáceres, de steppen rond Madrid en La Mancha. In Midden-Europa resten kleinere groepen, vooral in Hongarije en aan de Oostenrijks-Slowaakse grens. Op de Britse Eilanden waren de inheemse vogels in 1832 uitgeroeid; sinds 2004 zijn op Salisbury Plain vogels van Russische en Spaanse herkomst losgelaten, waar nu een kleine vrij vliegende populatie broedt. Standvogel; naar Noordwest-Europa dwaalt hij alleen bij uitzondering af, het laatst in de strenge winters van eind jaren zestig en zeventig, toen groepjes uit Midden-Europa naar het westen uitweken.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Maart en april, vroeg in de ochtend, vanuit de auto op een graanvlakte: Villafáfila in Zamora, waar in april honderden vogels op één ochtend in beeld komen, La Serena en de Llanos de Cáceres in Extremadura, het Havelländisches Luch ten westen van Berlijn, waar de vogels binnen vossenwerende rasters baltsen, of de March-Thaya-vlakte op de Oostenrijks-Slowaakse grens en de Hongaarse steppen van Dévaványa en Kiskunság. Op Salisbury Plain dragen de uitgezette vogels vleugelmerken en zijn ze in de winter het makkelijkst, wanneer ze in losse groepen op de akkers staan. Blijf altijd in de auto: die wordt geaccepteerd, een mens te voet niet.

Staat van instandhouding

In 2023 op de wereldlijst van kwetsbaar naar bedreigd gezet. Aanvaringen met hoogspanningsleidingen zijn de belangrijkste doodsoorzaak bij volwassen vogels; daarnaast kosten de omschakeling van graan naar irrigatie, het verdwijnen van braak en luzerne, vroeg maaien en verstoring door landbouwmachines veel nesten. In Duitsland en Groot-Brittannië lopen herstelprogramma's; beide populaties gaan terug op uitgezette vogels en op zwaar bewaakte broedgebieden.

Wetenschappelijke naam

Otis tarda | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Otis voerde hij in datzelfde werk in. Otis is het Griekse ōtis, de naam die Plinius en andere klassieke schrijvers voor de trap gebruikten. tarda is Latijn voor 'traag, bedachtzaam', naar de bedaarde manier van lopen; uit avis tarda 'trage vogel' is via het Oudfrans de Engelse naam bustard ontstaan. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Polen.