Alle soortenHoppen en neushoornvogelsHoppen › Hop

Hop | Upupa epops

Eurasian hoopoe | Abubilla

De hop is een van de meest onmiskenbare vogels van Europa: oranjeroze, zwart-wit gebandeerd en met een kuif die als een waaier openklapt. Hij hoort bij warme, kleinschalige landschappen met korte vegetatie en veel grote insecten.

Hop (Upupa epops)
Hoofdfoto · Foto: Pamyd85 — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

Een zacht, hol en ver dragend oep-oep-oep, meestal in series van drie lettergrepen — precies het geluid waar zowel de Nederlandse als de wetenschappelijke naam aan ontleend is. Wordt gebracht met opgeblazen keel, vaak vanaf een paal of dode tak.

Luister: ZangXC108366

Opname: Alexander Kurthy — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Oranjeroze kop, hals en borst, scherp aftekenend tegen de breed zwart-wit gebandeerde vleugels en staart. Lange, dunne, licht gebogen snavel. De kuif ligt meestal plat en wordt bij landing of opwinding kort gespreid. De vlucht is fladderend en onregelmatig, bijna vlinderachtig, met opvallend brede, ronde vleugels.

Verwarrings­soorten

Geen enkele Europese soort lijkt er werkelijk op. In vlucht kan de zwart-witte vleugeltekening op grote afstand aan een grote bonte specht doen denken, maar de vluchtwijze en de kleur zijn direct beslissend.

Leefgebied

Warme, halfopen landschappen met korte of kale bodem om te foerageren en holtes om in te nestelen: wijngaarden, oude boomgaarden, extensief beweide graslanden, steppes en dorpsranden met muren en knotbomen. Foerageert lopend op de grond, gespecialiseerd in grote larven, veenmollen en engerlingen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedvogel in Zuid- en Midden-Europa, met een noordwaartse uitbreiding in Duitsland en Polen; op het Iberisch Schiereiland is de soort talrijk en blijft in het zuiden een flink deel van de populatie het hele jaar. In Nederland vooral een doortrekker in april en mei, met incidentele broedgevallen; de meeste waarnemingen komen uit duingebieden, kwelders en golfterreinen.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Zuid-Europa april tot juni het makkelijkst: rustig rijden langs boomgaarden en wijngaarden in de vroege ochtend levert vrijwel altijd resultaat. In Nederland is het zaak alert te zijn op meldingen in het voorjaar; overschietende hoppen blijven vaak enkele dagen op één kort gemaaid terrein foerageren.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), maar in grote delen van Midden-Europa achteruitgegaan door het verdwijnen van insectenrijke, extensieve landbouw, oude fruitbomen en holtes. Herstel is aangetoond waar nestkasten en extensief graslandbeheer worden gecombineerd.

Wetenschappelijke naam

Upupa epops | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Upupa voerde hij in datzelfde werk in. Upupa is de Latijnse naam van de hop, gevormd naar de roep oep-oep-oep. epops is het Griekse woord voor de hop, eveneens naar de roep gevormd. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.