Alle soorten › Genten en aalscholvers › Genten › Jan-van-gent
Jan-van-gent | Morus bassanus
Northern gannet | Alcatraz atlántico
De jan-van-gent is de grootste zeevogel van de Noordzee en de enige die zich van dertig meter hoogte als een speer in het water laat vallen. Groepen jagen boven scholen haring, soms binnen zicht van een Nederlandse pier.
Geluid
Op zee vrijwel stil, hooguit een schor gekras bij ruzie boven een visschool. In de kolonie is het geluid zeer luid: een aanhoudend, ratelend en rauw urrah-urrah-urrah uit duizenden kelen tegelijk, dat over de klif rolt en van kilometers ver hoorbaar is. Te horen van maart tot september op Bass Rock, Grassholm, Helgoland en de Noorse en IJslandse kolonies.
Opname: British Library — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Een enorme, sigaarvormige vogel met lange, smalle en spitse vleugels die als een kruis midden op het lichaam staan, een lange spitse staart en een even lange, dolkvormige snavel — kop en staart zijn ongeveer even lang, wat het silhouet volkomen symmetrisch maakt. De vlucht bestaat uit trage, diepe slagen afgewisseld met lange, kaarsrechte glijvluchten, meestal enkele meters boven de golven, bij harde wind in hoge slingerbogen. De adulte vogel is helder wit met scherp afgesneden zwarte handpennen en een geelbruine kop; op afstand lijkt hij simpelweg wit met zwarte vleugelpunten. Jonge vogels zijn in het eerste jaar donker leigrijs met witte spikkels en worden in vier jaar steeds witter, met tussenvormen die als een lappendeken van zwart en wit ogen. Duikt met halfgevouwen vleugels, waarbij hij vlak voor het water de vleugels tegen het lichaam klapt.
Verwarringssoorten
Op afstand is de grote mantelmeeuw de belangrijkste verwarring, maar die heeft bredere, meer afgeronde vleugels, een zwarte mantel in plaats van alleen zwarte punten en een veel losser vluchtbeeld. Bij jonge vogels in donker kleed kunnen grote jager en zelfs een donkere pijlstormvogel even doen twijfelen; de spitse kruisvormige silhouet met de lange snavel en de puntige staart geeft dan uitsluitsel. Zilverreiger en zwaan vliegen met de nek ingetrokken of juist recht en zonder de spitse snavel-staartsymmetrie. In het Middellandse Zeegebied is er geen verwarrende soort, maar in het uiterste zuiden kan een dwalende kaapse jan-van-gent optreden, met een zwarte staart en zwarte armpennen.
Leefgebied
Buiten de broedtijd op zee, van de kustzone tot ver op het continentaal plat, waar hij scholen haring, makreel en sprot opspoort en volgt; hij verzamelt zich graag achter viskotters. Broedt in dichte kolonies op steile eilandkliffen en zeerotsen, met de nesten op precies één snavelafstand van elkaar. In Nederland is er sinds enkele jaren een kleine broedpoging op een platform en op de Maasvlakte, maar de grote kolonies liggen elders.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van Schotland (met Bass Rock als grootste kolonie ter wereld), Wales, Ierland, IJsland, de Faeröer, Noorwegen, Bretagne en Helgoland. Op de Nederlandse Noordzee jaarrond aanwezig, met de hoogste aantallen langs de kust van augustus tot november en na winterstormen. In Spanje overwinteren tienduizenden vogels in de Golf van Biskaje, voor Galicië en langs de Portugese en Andalusische kust; door de Straat van Gibraltar trekken in het najaar grote aantallen de Middellandse Zee in, waar de soort tot in Catalonië overwintert.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zeetrektellen bij een noordwester in oktober en november geeft langs de Nederlandse kust de hoogste aantallen; Westkapelle, de Brouwersdam en IJmuiden zijn de beste posten en jonge vogels overheersen vaak in september. Kijk ook eens vanaf een pier bij aflandige wind: dan jagen groepen soms binnen enkele honderden meters. In Spanje passeren bij de Straat van Gibraltar van oktober tot december duizenden vogels per dag, te zien vanaf Tarifa, en langs Galicië levert Estaca de Bares het hele winterhalfjaar constant vogels. Een bezoek aan Bass Rock of Helgoland in juni geeft het complete verhaal, inclusief het geluid.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, en tot voor kort een van de weinige zeevogels die in Noordwest-Europa gestaag toenam; kolonies in Schotland, Noorwegen en Helgoland groeiden decennialang. De vogelgriepuitbraak van 2021 tot 2023 trof de soort hard: op Bass Rock en in andere grote kolonies stierven duizenden vogels en het broedsucces zakte tijdelijk in. Verder spelen bijvangst in beugvisserij, verstrikking in visnetresten die als nestmateriaal worden gebruikt, en olievervuiling een rol. Het herstel na de vogelgriep lijkt op gang te komen, maar de gevolgen zijn nog niet uitgewerkt.
Wetenschappelijke naam
Morus bassanus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Pelecanus bassanus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Morus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Morus gaat terug op het Griekse mōros 'dwaas, dom': vroege reizigers merkten op dat genten en jan-van-genten zich op de broedplaats zonder schuwheid lieten naderen en doden. bassanus betekent 'van Bass Rock', de rots in de Firth of Forth die een van de grootste kolonies draagt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bass Rock in Schotland.

