Alle soorten › Ooievaarachtigen › Ooievaars › Ooievaar
Ooievaar | Ciconia ciconia
White stork | Cigüeña blanca
De ooievaar is een grote witte vogel die op thermiek reist en in enorme groepen de zeestraten passeert. In Nederland is de soort als broedvogel teruggekeerd.
Geluid
Vrijwel stemloos. Op het nest klepperen de partners bij de begroeting met de snavel, een droog ratelend kle-kle-kle-klepper met achterover gebogen kop, vooral van maart tot juli. Jongen sissen en piepen hees; verder hoor je van deze soort niets.
Opname: felix.blume — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Groot en wit met zwarte slagpennen, een lange rechte rode snavel en lange rode poten. In vlucht is de hals gestrekt en de poten steken ver voorbij de staart; zweeft met vlakke vleugels en gespreide vingers, cirkelend in thermiek. Jonge vogels hebben een doffere, donkerder gepunte snavel en bruinzwarte slagpennen.
Verwarringssoorten
Zwarte ooievaar is donker met witte buik en schuwer, meer aan bosbeken gebonden. Grote zilverreiger is kleiner, geheel wit en vliegt met ingetrokken hals. Kraanvogel is grijs, met zwart-witte kop, een pluimstaart en trekt trompetterend in V-formatie. Gestrekte hals plus rode snavel maakt het meteen duidelijk.
Leefgebied
Vochtig grasland, beekdalen, overstromingsvlakten en extensief boerenland met kikkers, muizen en grote insecten. Nestelt hoog en open: op palen, schoorstenen, kerktorens en hoogspanningsmasten, in Iberië vaak in kolonies op één kerk of eucalyptus.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Sterk in Iberië, Polen en Oost-Duitsland. De Nederlandse populatie is na een bijna volledig verdwijnen door herintroductie hersteld en broedt weer in beekdalen en polders. Dwars door Europa loopt een trekscheiding, schuin van de Duits-Nederlandse grens via een punt ten oosten van München naar Kroatië. Wie ten westen daarvan broedt gaat over Straat Gibraltar naar Noordwest-Afrika en de Nigerdelta; wie ten oosten broedt — Denemarken, Noord-Duitsland, Polen, de Baltische staten en verder oostwaarts — gaat over de Bosporus en het Midden-Oosten naar Oost- en Zuidelijk Afrika. De wegtrek begint in augustus. Een groeiend deel trekt tegenwoordig helemaal niet meer door en blijft de winter over in Iberië en Frankrijk.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Eind maart bij een nestpaal: dan klepperen de paren en bouwen ze zichtbaar. Voor de trek is augustus bij Tarifa het adres, rond het middaguur wanneer de thermiek staat en honderden vogels tegelijk over de zeestraat schroeven.
Staat van instandhouding
Sterk hersteld na de instorting in de twintigste eeuw, dankzij bescherming, herintroductie en het verdwijnen van de ergste vervolging. Verlies van vochtig grasland en gebruik van pesticiden blijven knellen, en aanvaring en elektrocutie aan leidingen kosten veel vogels het leven.
Wetenschappelijke naam
Ciconia ciconia | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Ardea ciconia; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ciconia werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Ciconia is het Latijnse woord voor 'ooievaar'. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.



