Alle soorten › Koekoeksvogels › Koekoeken › Koekoek
Koekoek | Cuculus canorus
Common cuckoo | Cuco común
De roep is bekend, de vogel wordt zelden gezien. De koekoek is een slanke, langstaartige broedparasiet die zijn eieren onderbrengt bij kleine zangvogels en al in juni weer richting Afrika vertrekt.
Geluid
Het mannetje roept het bekende koe-koe, van eind april tot in juni, soms met een haperende of drielettergrepige variant laat in het seizoen. Het vrouwtje heeft een heel andere stem: een bubbelende, lachende triller. Beide zijn 's ochtends vroeg het meest actief.
Opname: Benoît Van Hecke — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Blauwgrijze bovendelen, kop en borst, met fijn dwarsgebandeerde witte onderdelen. Gele oogring, gele poten en een licht gebogen snavel. In vlucht doet hij aan een sperwer denken, maar de vleugelslag blijft onder de horizontaal, de vleugels zijn spitser en de kop wordt opgeheven gedragen. Vrouwtjes komen ook in een roodbruine (hepatische) vorm voor.
Verwarringssoorten
Sperwer: bredere staartbanden, rondere vleugels, typisch flap-flap-glijden en geen gele oogring. Boomvalk: veel spitsere vleugels en snellere, krachtiger vlucht. Op afstand helpt de houding: een koekoek zit vaak laag en horizontaal met hangende vleugels en opgeheven staart.
Leefgebied
Halfopen landschappen met veel waardvogels: rietmoerassen (kleine karekiet), heide en duin (graspieper), houtwallen en tuinen (heggenmus). Vereist uitkijkposten en een rijk aanbod aan rupsen, waaronder harige soorten die andere vogels laten liggen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel in vrijwel heel Europa en Azië; overwintert in de regenwouden van Centraal-Afrika, waar alle bevolkingen samenkomen — ook de Aziatische. Zendervogels tekenen een lus met de klok mee: de terugweg in het voorjaar ligt stelselmatig westelijker dan de heenweg in het najaar. Vogels uit de Britse Eilanden, de Lage Landen en Frankrijk gaan naar het zuiden via Iberië en Italië, die uit Midden-Europa en Scandinavië via de Balkan. Volwassen vogels vertrekken al vanaf eind juni, de jongen volgen in augustus zonder ouderlijke begeleiding; ze komen aan in november en december en beginnen in februari alweer aan de terugweg. Dat ze de weg werkelijk zelf vinden is proefondervindelijk vastgesteld: jonge vogels die ver van hun route werden losgelaten bereikten Afrika alsnog.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Eind april tot begin juni, vroeg in de ochtend in rietland of op de heide. Let op alarmerende waardvogels: kleine karekieten of graspiepers die fel op een 'roofvogel' reageren, verraden vaak een koekoeksvrouwtje dat een nest zoekt.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), maar in Noordwest-Europa duidelijk afgenomen. De oorzaken liggen in de keten: minder grote insecten, achteruitgang van waardvogels en toegenomen risico's langs de lange trekroute.
Wetenschappelijke naam
Cuculus canorus | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Cuculus voerde hij in datzelfde werk in. Cuculus is het Latijnse woord voor de koekoek. canorus is Latijn voor 'welluidend, zangerig', van canere 'zingen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.




