Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Koningseider
Koningseider | Somateria spectabilis
King eider | Eider real
Een zware zee-eend van de hoge Arctis waarvan het mannetje een oranje snavelknobbel draagt die op een kilometer nog oplicht. In Varanger in Noord-Noorwegen horen ze bij het vaste winterbeeld; verder zuidwaarts in het kaartgebied, zoals langs de Nederlandse en Britse kust, duiken er jaarlijks hooguit een paar op tussen de eiders.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Baltsende mannetjes geven een zacht, duivenachtig koeren in drie tonen, oe-oe-oeh, dat over stil water ver draagt; het vrouwtje kraakt laag en schor, en in vlucht klinken lage kwakende noten. Langs de Noordzee is de soort in de praktijk stil, maar in de Noorse fjorden zijn baltsende groepen vanaf maart goed te horen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Het volwassen mannetje heeft een blauwgrijze kruin en nek, een lichtgroene wang, een rode snavel met een grote oranje, zwart omrande knobbel, een crèmewitte borst en verder zwarte onderdelen, met twee opstaande zwarte zeiltjes van verlengde schouderveren op de rug. Het vrouwtje is warmbruin met zwarte hoefijzervormige tekening op flanken en rug en heeft een korte, opgewipte snavel. Eerstejaars mannetjes zijn donkerbruin met een vuilwitte borst en een oranje snavel zonder knobbel; het volwassen kleed komt pas in het derde jaar.
Verwarringssoorten
De eider is de enige echte vergelijking, en bij vrouwtjes en jonge mannetjes draait alles om het kopprofiel. Bij de eider lopen voorhoofd en snavel in één lange, rechte lijn door en reikt de bevedering in twee smalle wiggen ver op de snavel. De koningseider heeft een korter, hoger en ronder voorhoofd met een duidelijke knik naar de snavel, en de bevederingsrand op de snavelzijde is S-vormig gebogen in plaats van recht. Vrouwtjes tonen bovendien hoefijzers op de flanken in plaats van dwarsstreping. Op de keel draagt het volwassen mannetje een scherpe zwarte V; bij onvolwassen mannetjes is die vaak nog goed te zien en bij vrouwtjes hooguit als een vage donkere keelstreep, maar op korte afstand is het het snelste kenmerk.
Leefgebied
Zee-eend van diepere kustwateren dan de eider: duikt tot enkele tientallen meters diep op mosselen, slakken, krabben en stekelhuidigen boven zand- en grindbodems en langs rotsige kusten. In de winter bij zeegaten, havenhoofden en strekdammen, meestal midden in een eidergroep. Broedt aan zoetwaterpoelen op de arctische toendra, een omgeving waar de vogel buiten het broedseizoen nooit komt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Circumpolaire broedvogel van de hoge Arctis. Overwintert in de Beringzee, bij West-Groenland, Oost-Canada en Noord-Noorwegen; Varanger, met Vadsø, Vardø en Båtsfjord, is de betrouwbaarste plek van Europa. Zuidwaarts is het een schaarse dwaalgast. In Groot-Brittannië overwinteren de meeste jaren enkele vogels, meestal in Noord-Schotland en op de noordelijke eilanden tussen groepen eidereenden, met het eerste geval al in 1832 op Orkney; vogels keren er vaak jarenlang naar dezelfde kuststrook terug. Nederland heeft eveneens een handvol aanvaarde gevallen, vrijwel alle van december tot maart langs de Waddenkust, met Texel als vaste plek. In Spanje is de soort veel zeldzamer, met enkele winterse jonge mannetjes in Galicië en één zomerwaarneming in de Ebrodelta.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Noord-Noorwegen kijk je van november tot april vanaf de kades van Vadsø en Båtsfjord, waar koningseiders samen met stellers eiders en ijseenden vlak onder je duiken. Zuidelijker werk je in januari en februari eidergroepen af op een vogel met een korter, hoger kopprofiel: in Nederland en Groot-Brittannië bij zeegaten, strekdammen en de noordelijke Schotse eilanden, en aan de Cantabrische en Galicische kust tussen groepen gewone eidereenden. Jonge mannen met een oranje snavel maar zonder knobbel worden het vaakst over het hoofd gezien.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, met een populatie in de honderdduizenden, maar de aantallen aan de westelijke Nearctische kant zijn in de tweede helft van de twintigste eeuw sterk teruggelopen. Knelpunten zijn olievervuiling in de geconcentreerde overwinteringsgebieden, verdrinking in staande netten, jacht en bijvangst, en veranderend zee-ijs dat de bereikbaarheid van schelpdierbanken beïnvloedt.
Wetenschappelijke naam
Somateria spectabilis | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas spectabilis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Somateria werd in 1819 ingevoerd door Leach. Somateria is Grieks, van sōma 'lichaam' en erion 'wol': 'wollichaam', naar het dons waarmee het wijfje haar nest bekleedt. spectabilis is Latijn voor 'opvallend, de moeite van het bekijken waard', van spectare 'bekijken', naar de bont getekende kop van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Canada.


