Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Eider
Eider | Somateria mollissima
Common eider | Eider común
Een zware, wigvormige zee-eend met een opvallend lang aflopend snavelprofiel. Eiders broeden op de Waddeneilanden en overwinteren met duizenden in de Noordzeekustzone, waar zij de schelpdierbanken afgrazen.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Het mannetje geeft in de balts een verbaasd, bijna menselijk klinkend a-oe-hoe dat ver over water draagt. Het vrouwtje kraakt laag, korr-korr-korr. Vooral van januari tot april te horen bij baltsende groepen langs de kust.
Opname: Aubrey John Williams — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Het mannetje is van boven wit en van onderen zwart, met een groene nekvlek, een zwarte pet en een rozige zweem op de borst. Het vrouwtje is warm bruin met dichte zwarte dwarsstreping, waardoor zij tussen zeewier onzichtbaar wordt. Beide hebben het karakteristieke vlakke snavelprofiel; mannetjes doen er drie jaar over voor het volwassen kleed en zijn tussendoor bont gevlekt.
Verwarringssoorten
Vrouwtjes en jonge vogels worden verward met de zeldzame koningseider en met jonge zwarte zee-eenden. Het lange, recht doorlopende profiel van voorhoofd en snavel is doorslaggevend; de koningseider heeft een korter profiel met een S-vormige begrenzing van de bevedering. De dichte dwarsstreping onderscheidt het vrouwtje van egaal bruine zee-eenden.
Leefgebied
Ondiepe kustwateren met harde bodems en schelpdierbanken: zeegaten, mosselbanken, havenhoofden, strekdammen en beschutte baaien. Broedt in kolonies in de duinvegetatie, onder kruipwilg of vlierstruweel op de eilanden. Duikt naar mosselen, kokkels en krabben en slikt die in hun geheel door.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Circumpolaire broedvogel van noordelijke kusten, in Europa van IJsland en Noorwegen via de Britse Eilanden en de Oostzee tot de Waddenzee, waar op Vlieland, Terschelling en Texel een van de zuidelijkste broedpopulaties zit. Zuidelijker langs de Atlantische kust uiterst zeldzaam; af en toe verschijnen enkele vogels tot aan de Cantabrische kust.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Ga van februari tot april naar een zeedijk of havenpier langs de Waddenzee, de Noordzee of de Oostzee en luister bij rustig weer naar het baltsroepen. Kom rond hoogwater, wanneer de vogels dicht onder de kust en langs de strekdammen foerageren en de mannetjes elkaar met opgeheven kop imponeren.
Staat van instandhouding
Wereldwijd als gevoelig geclassificeerd na afname in het Oostzeegebied. In Nederland kelderden de aantallen door schelpdiervisserij en voedseltekort, en het herstel gaat traag. Verdrinking in netten, olievervuiling, verstoring van kolonies, vossenpredatie op de vastelandskust en ziekten voegen daar druk aan toe.
Wetenschappelijke naam
Somateria mollissima | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas mollissima; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Somateria werd in 1819 ingevoerd door Leach. Somateria is Grieks, van sōma 'lichaam' en erion 'wol': 'wollichaam', naar het dons waarmee het wijfje haar nest bekleedt. mollissima is de Latijnse overtreffende trap van mollis 'zacht': 'allerzachtst', naar het eiderdons. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit het eiland Gotland in Zweden.

