Alle soortenZangvogelsVinkachtigen › Putter

Putter | Carduelis carduelis

European goldfinch | Jilguero europeo

De putter is de bontst gekleurde vink van Europa, met een rood masker en een brede gouden vleugelband. Zijn lange, spitse snavel is gemaakt om zaden uit distels en kaardebollen te peuteren die andere vinken niet bereiken.

Putter (Carduelis carduelis)
Foto: Francis C. Franklin — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een vloeiend, snel en klaterend gebabbel van heldere tonen, doorspekt met een schor tsjèèh; te horen van maart tot in augustus, vaak vanuit een boomtop of tijdens een vlinderende zangvlucht. De contactroep, jaarrond hoorbaar en de beste manier om overvliegende groepjes op te pikken, is een licht, dansend tikkelit.

Luister: ZangXC473287

Opname: Marie-Lan Taÿ Pamart — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Rood gezichtsmasker met zwarte en witte kopbanen, zandbruin lichaam, zwarte vleugels met een brede gouden band en witte vlekjes op de vleugelpunt. Bij het mannetje loopt het rood iets voorbij het oog en is de kleine vleugeldekveer zwart. Juvenielen missen elk rood en zijn dof grijsbruin met fijne streping, maar hebben al de volledige gouden vleugelband: dat is het antwoord.

Verwarrings­soorten

Volwassen vogels zijn onmiskenbaar. Jonge putters worden verward met jonge kneuen en met sijzen, maar geen van beide heeft de brede, ononderbroken gele vleugelband en de witte staartvlekken. Sijs is bovendien groenig en gestreept met een dun snaveltje; kneu toont witte vleugelstrepen en witte staartranden, geen goud.

Leefgebied

Halfopen cultuurland met ruigten: braakliggende akkerranden, distelvelden, bermen, dijken, boomgaarden, volkstuinen, dorpsranden en begraafplaatsen. Broedt hoog en ver uit in een boom of hoge struik, vaak in een boomgaard of laanboom, en foerageert in losse groepjes op zaaddragende kruiden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Heel Europa behalve het hoge noorden. Noordelijke broedvogels trekken in oktober weg naar Frankrijk en Iberië; in Nederland zie je dan groepjes over de kust en langs dijken. In Spanje is de putter algemeen en verspreid, van olijfgaarden en huertas tot stadsparken, en 's winters versterkt door vogels uit het noorden.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De beste maanden zijn augustus en september, wanneer familiegroepen op uitgebloeide distels en kaardebollen zitten; zoek een ruig veldje langs een dijk of spoorlijn en wacht op het klingelende tikkelit. Vroeg in de ochtend hangen ze het rustigst aan de zaadhoofden en laat je dicht naderen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). In Nederland is de soort toegenomen en profiteert hij van ruige bermen, braakligging en tuinvoedering met nigerzaad. In Zuid-Europa vormt illegale vangst voor de kooivogelhandel nog altijd een reële druk, vooral rond stedelijke gebieden.

Wetenschappelijke naam

Carduelis carduelis | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Fringilla carduelis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Carduelis werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Carduelis is het Latijnse woord voor de putter, afgeleid van carduus 'distel', waarvan de vogel de zaden eet. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.