Alle soortenPelikaanachtigenPelikanen › Roze pelikaan

Roze pelikaan | Pelecanus onocrotalus

Great white pelican | Pelícano común

De roze pelikaan is de contrastrijkste van de twee Europese pelikanen: op het water een zware, roomwitte vogel met een oranjegele keelzak, in de lucht een wit zeil met gitzwarte slagpennen. Hij leeft in dichte groepen en vist in ploegverband, en dat gedrag verraadt hem vaak eerder dan een detail van de kop.

Roze pelikaan (Pelecanus onocrotalus)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Buiten de kolonie vrijwel stom: vliegende en vissende vogels zwijgen doorgaans, en wie een groep laag over ziet komen hoort alleen het suizen van de vleugels. In de kolonie en op gemeenschappelijke visplekken klinken diepe, keelachtige grommen, een laag oe-oeh en een kort, rauw chrr, aangevuld met snavelgeklepper. Jongen bedelen met een schril, jengelend iehh dat over de hele kolonie uitwaait.

Luister: Roepen van vissende vogels, DonaudeltaXC331138

Opname: Marco Dragonetti — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Zeer grote, plompe watervogel met een enorme snavel en een keelzak die bij volwassen vogels oranjegeel oplicht. Het kleed is helder wit met een roze waas, in de broedtijd met een gele vlek op de borst en een korte, spits afhangende kuif in de nek. De kale huid rond het oog is roze tot vleeskleurig en steekt scherp af tegen de witte kopveren; het oog zelf is donker. Op het voorhoofd loopt de bevedering in een duidelijke punt naar de snavelbasis toe. Poten vleeskleurig roze tot geelroze. In vlucht is het patroon het meest sprekend: de bovenvleugel is wit met een brede, gitzwarte achterrand en zwarte handpennen, de ondervleugel wit met even scherp afgetekende zwarte slagpennen. Onvolwassen vogels zijn bruin met een donkere, zadelvormige tekening over de vleugel.

Verwarrings­soorten

Kroeskoppelikaan is de enige echte verwarringssoort, en in vlucht is de zaak snel beslist: die soort toont een egaal grijswitte vleugel waarvan alleen de handpennen iets donkerder grijs zijn, zonder de zwarte achterrand die de roze pelikaan boven én onder laat zien. Zittend is de roze pelikaan roomwit met roze zweem tegenover het vuilwitte tot grijze kleed van de kroeskop; de kale huid rond zijn oog is roze en scherp begrensd, bij de kroeskop bleek geelwit en vager aflopend. De roze pelikaan heeft een donker oog, een gladde spitse kuif in de nek en vleeskleurige poten; de kroeskop een licht oog, een warrige bos krullende veren over de hele achterkop en loodgrijze poten. Ook het gedrag helpt: roze pelikanen vissen in een aaneengesloten halve maan, kroeskoppelikanen meestal alleen. Kleine pelikaan, een Afrikaanse soort die als dwaalgast tot in Egypte en Israël komt, is duidelijk kleiner en grijzig, met grijsroze poten en een fletse vleugeltekening. Op grote afstand kunnen zwevende groepen op ooievaars of kraanvogels lijken; de ingetrokken hals met de snavel op de borst wijst dan de pelikaan aan.

Leefgebied

Grote, ondiepe zoete en brakke wateren: deltameren, lagunes, stuwmeren en zoutrijke steppemeren, met rustplaatsen op zandbanken, modderplaten en drijvende rietkragen. Vist vrijwel altijd in groep: zes tot tien vogels vormen een halve maan of hoefijzer, drijven de vis al zwemmend naar ondiep water en scheppen dan tegelijk. Duikt niet vanuit de lucht maar schept zwemmend, en vliegt dagelijks tientallen kilometers tussen slaapplaats en visgebied.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt in Zuidoost-Europa en Zuidwest-Azië, met de grootste Europese kolonie in de Donaudelta en verder kolonies bij de Griekse Prespameren, in het Turkse merengebied en rond de Kaspische Zee; de winter brengen deze vogels door in Noordoost-Afrika en het Midden-Oosten. In Noordwest-Europa, waaronder Nederland, België, Groot-Brittannië en Ierland, is de soort geen wilde gast: pelikanen die daar opduiken komen vrijwel altijd uit een vogelpark of dierentuin; ringen, gekortwiekte vleugels en sleetse slagpennen wijzen daarop. In Spanje is de soort een nationale zeldzaamheid. De opvallendste episode was de invasie van 1990–1991, met vogels bij de Laguna de Sariñena, El Burgo de Ebro en de stuwmeren van Mequinenza-Caspe, gelijktijdig met een aankomst in Frankrijk, wat wees op vermoedelijk wilde vogels; veel latere gevallen blijven in de categorie twijfelachtige herkomst, omdat de soort makkelijk in collecties standhoudt. Wie de soort zeker in het wild wil zien, moet naar de Donau of de Balkan.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Neem in mei of begin juni bij Tulcea in de Donaudelta een boot en wees vóór zonsopgang op het water: tussen vijf en half zeven verlaten de vogels in golven de kolonie, en tot een uur of tien vissen ze in ploegen in de ondiepe bakens. Op het Kerkinimeer in Noord-Griekenland zie je hetzelfde vanaf de dam, zonder boot. Ga ook daar in de vroege ochtend, want in de middagwarmte cirkelen de vogels hoog op de thermiek en zijn ze alleen nog als stipjes te volgen. Duikt er een pelikaan op bij een stuwmeer in Nederland of Spanje, besteed dan de eerste minuten aan vleugels en poten: volledige, ongesleten slagpennen en de afwezigheid van ringen en geknipte veren zijn precies wat een beoordelingscommissie nodig heeft om de waarneming serieus te nemen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern): het areaal is uitgestrekt en de wereldpopulatie groot, vooral door de Afrikaanse vogels. In Europa is de soort veel schaarser dan dat cijfer suggereert, want het aantal kolonies is klein en de Donaudelta draagt het leeuwendeel van de Europese broedvogels. Verstoring van kolonies, het droogvallen van ondiepe voedselgebieden, aanvaringen met hoogspanningsleidingen en uitbraken van vogelgriep zijn de belangrijkste knelpunten; koloniebescherming en rustzones in de delta's zijn de maatregelen die het beste werken.

Wetenschappelijke naam

Pelecanus onocrotalus | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Pelecanus voerde hij in datzelfde werk in. Pelecanus is de Latijnse vorm van het Griekse pelekan 'pelikaan', dat zelf teruggaat op pelekys 'bijl'. onocrotalus is de Latijnse naam van de pelikaan, ontleend aan het Griekse onokrotalos, van onos 'ezel' en krotalon 'ratel': letterlijk 'wie balkt als een ezel', naar de rauwe roep.