Alle soortenZangvogelsSpreeuwen › Spreeuw

Spreeuw | Sturnus vulgaris

Common starling | Estornino pinto

De spreeuw is een spitse, kortstaartige zangvogel die van dichtbij metaalgroen en purper glanst en van veraf gewoon zwart lijkt. In de winter vormt hij boven rietvelden slaapzwermen van duizenden vogels.

Spreeuw (Sturnus vulgaris)
Hoofdfoto · Foto: PierreSelim — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

De zang is een lang, ratelend mengsel van klikken, tsjilpen en glijdende fluittonen, met een kenmerkend hoog tsjuuuuu onder trillende vleugels; daartussen imitaties van wulp, buizerd of autoalarm. Het meest te horen van januari tot juni. Roep in de vlucht een kort, hees tsjerr.

Luister: ZangXC516954

Opname: Marie-Lan Taÿ Pamart — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Gedrongen, met een korte staart, spitse driehoekige vleugels en een rechte, spitse snavel. Zomerkleed glanzend zwart met groen en paars, snavel geel (blauwgrijze basis bij het mannetje, roze bij het vrouwtje). Winterkleed dicht bezet met witte spikkels en een donkere snavel. Juvenielen zijn egaal muisgrijsbruin met een lichte keel, en ruien in het najaar vlekkerig naar het gespikkelde kleed.

Verwarrings­soorten

Merels zijn slanker, met een lange staart en een huppelende gang; spreeuwen lopen driftig en rechtop. In Spanje en Portugal is de zwarte spreeuw de echte uitdaging: die is in de zomer ongevlekt zwart met lange keelveren, en ook in de winter veel minder gespikkeld, met een dieper wollig ogende buik en een langere snavel.

Leefgebied

Broedt in holtes: boomholten, nestkasten, spouwmuren, dakpannen en holle straatlantaarns. Foerageert op kort gras, weiland, sportvelden en pas gemaaide akkers, waar hij met de snavel in de grond prikt en die openwringt. Slaapt buiten het broedseizoen in riet, jonge aanplant of stadsbomen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt in heel Europa; noordelijke en oostelijke populaties trekken naar het westen en zuidwesten. In Nederland jaarrond aanwezig, met een enorme toestroom in het najaar. In Spanje broedt hij vooral in het noorden, terwijl de zwarte spreeuw hem in het grootste deel van het land als broedvogel vervangt; in de winter overspoelen noordelijke spreeuwen het hele schiereiland.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Ga in november en december een half uur voor zonsondergang naar een groot rietveld of een stedelijke slaapplaats en ga met de wind in de rug staan; de zwermen dansen dan tegen het laatste licht. In het voorjaar hoor je zingende mannetjes het best vanaf een schoorsteen of tv-antenne in de vroege ochtend.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), maar in Noordwest-Europa fors afgenomen. Verlies van kruidenrijk grasland, intensiever maaibeheer, minder insecten in de bodem en het dichtmaken van nestholtes bij dakrenovaties zijn de voornaamste oorzaken.

Wetenschappelijke naam

Sturnus vulgaris | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sturnus voerde hij in datzelfde werk in. Sturnus is het Latijnse woord voor 'spreeuw'. vulgaris is Latijn voor 'gewoon, algemeen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.