Alle soorten › Roofvogels › Visarenden › Visarend
Visarend | Pandion haliaetus
Osprey | Águila pescadora
De enige roofvogel van Europa die zich met de poten vooruit in het water stort en er een vis uit tilt. Boven Nederlandse plassen is hij in augustus en september bijna dagelijks te zien, terwijl hij er nog nauwelijks broedt.
Geluid
Bij het nest en boven het jachtgebied een reeks heldere, wat klagelijke fluittonen: pjiep-pjiep-pjiep, oplopend in tempo als de vogel opgewonden raakt. Vooral van april tot juli te horen bij de broedplaats; op doortrek zijn visarenden meestal stil.
Opname: British Library — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Lange, smalle vleugels met een duidelijke knik in de pols, waardoor de vogel in de zweefvlucht een platte M vormt. Van onderen wit, met een donkere polsvlek, een gebandeerde staart en een donkere oogstreep over de witte kop. Wijfje met zwaardere bruine borstband; juveniel met lichte schubtekening op de bovendelen en een oranje oog.
Verwarringssoorten
Op afstand vooral verward met een grote meeuw: let op de geknikte armvleugel, de donkere polsvlekken en de trage, roeiende slag. Biddend lijkt hij op geen enkele andere roofvogel; de buizerd is compacter en breder gevleugeld, en de zeearend is een orde van grootte groter met plankvormige vleugels.
Leefgebied
Heldere, visrijke wateren: grote plassen, stuwmeren, riviermondingen, kustlagunes en viskwekerijen. Broedt in hoge dode boomtoppen, op hoogspanningsmasten of op nestpalen, vaak op enige afstand van het water; op trek vist hij overal waar hij een geschikte plas vindt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt in Scandinavië, de Baltische staten, Rusland, Schotland en verspreid in Duitsland en Frankrijk, met opnieuw ingeburgerde kernen in Andalusië en op de Balearen; in Nederland sinds enkele jaren een handvol broedparen in de Biesbosch, maar vooral een talrijke doortrekker. Overwintert in West-Afrika, terwijl in Andalusië en aan de Middellandse Zee, met name in Doñana, de Cádiz-baai en de Levante, steeds meer vogels blijven hangen.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Half augustus tot half september, vroeg in de ochtend boven grote plassen en visvijvers. Zoek een vogel die hoog boven het water bidt met hangende poten; wacht op de duik en blijf kijken, want na de vangst schudt hij in de vlucht het water uit zijn veren.
Staat van instandhouding
Duidelijk herstellend in Europa sinds het verbod op DDT en de afname van vervolging; nestpalen en kunstnesten hebben de terugkeer versneld. Bedreigingen zijn verstoring bij het nest, verdrinking in visnetten, aanvaringen met windturbines op trekroutes en illegale jacht rond de Middellandse Zee.
Wetenschappelijke naam
Pandion haliaetus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Falco haliaetus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pandion werd in 1809 ingevoerd door De Savigny. Pandion is ontleend aan Pandion, de mythische koning van Athene en grootvader van Theseus. haliaetus gaat via het Latijn terug op het Griekse haliaetos 'zeearend', van hals 'zee' en aetos 'arend'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.


