Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Zomertaling
Zomertaling | Spatula querquedula
Garganey | Cerceta carretona
De enige eend die Nederland volledig verlaat: alle zomertalingen overwinteren in tropisch Afrika. Het mannetje draagt in het voorjaar een brede witte wenkbrauwstreep die als een sikkel over de bruine kop loopt.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Het geluid van het mannetje is uniek en onmiskenbaar: een droog, ratelend krrrrr, alsof je met een nagel over een kam gaat. Het klinkt vooral in april en mei, in de schemering en 's nachts, en draagt bij windstil weer ver over het moeras.
Opname: Jochem verweij — CC BY-SA 4.0 · xeno-canto
Herkenning
Het mannetje heeft een chocoladebruine kop met een brede, tot in de nek doorlopende witte wenkbrauwstreep, een gevlekte borst en lichte, fijn gestreepte flanken met een hangende zwart-witte schouderveer. Het vrouwtje en de man in eclips zijn bruin met een sterk getekend gezicht: donkere oogstreep, lichte wenkbrauw, lichte vlek aan de snavelbasis en een witachtige keel.
Verwarringssoorten
Het vrouwtje wordt vooral met de wintertaling verward. De zomertaling heeft een veel contrastrijker gezicht met een duidelijke lichte vlek naast de snavelbasis en een witte keel, en haar spiegel is dof groengrijs met brede witte randen in plaats van glanzend groen. De snavel is bovendien langer en egaal grijs.
Leefgebied
Ondiepe, kruidenrijke moerassen en natte graslanden met open water tussen zeggen en riet: boezemlanden, kwelders, blauwgraslanden en oude kleiputten. Vermijdt diep en kaal water. Broedt verscholen in hoge vegetatie, meestal binnen enkele tientallen meters van een slootje of ondiepe plas.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van gematigd Europa tot Siberië; in Nederland vooral in de laagveenmoerassen, het rivierengebied en op Waddenkwelders. Trekt in het najaar over Iberië naar de Sahel; de Ebrodelta, de Albufera en Doñana zijn belangrijke tussenstops in maart en augustus.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De beste kans is half april bij zonsopgang, langs plas-drassen in boezemland. Blijf stilstaan en luister naar het ratelen; zomertalingen zitten vaak verscholen tegen de rietrand en verraden zich eerder met geluid dan met beeld. In augustus zijn de eclipskleden lastig; let dan op het gezichtspatroon.
Staat van instandhouding
In heel Europa afgenomen door ontwatering, intensief graslandbeheer en vroeg maaien, met daarbovenop droogte en jacht in de Sahel. In Nederland is de zomertaling een schaarse broedvogel geworden die vooral standhoudt in reservaten met een hoog waterpeil en laat maaibeheer.
Wetenschappelijke naam
Spatula querquedula | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas querquedula; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Spatula werd in 1822 ingevoerd door Boie. Spatula is Latijn voor 'lepel' of 'spatel', naar de brede, lepelvormige snavel van de slobeend. querquedula is bij Latijnse schrijvers de naam van een kleine eend of taling, vermoedelijk een klanknabootsing van de ratelende roep. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.



