Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Zwarte specht
Zwarte specht | Dryocopus martius
Black woodpecker | Pito negro
Met het formaat van een kraai is de zwarte specht de grootste specht van Europa. Zijn roffel en luide vluchtroep bepalen in het voorjaar het geluidsbeeld van oude bossen, en zijn nestholtes vormen de woningvoorraad voor een hele reeks andere soorten.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Twee heel verschillende roepen: een luid, ver dragend kliejo-kliejo-kliejo in de vlucht en een klagend, langgerekt kwiehh vanaf een tak. De roffel is de langste van al onze spechten — twee tot drie seconden, traag en dreunend, tot ver in het bos hoorbaar.
Opname: Alexander Kurthy — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Geheel zwart, met een ivoorwitte snavel en een lichte iris die het gezicht een starende uitdrukking geeft. Het mannetje heeft een volledig rode kruin, het vrouwtje alleen een rode vlek op het achterhoofd. De vlucht is opvallend: krachtig maar wat onregelmatig en 'los', niet het golvende patroon van kleinere spechten.
Verwarringssoorten
In vlucht en op afstand een zwarte kraai — let op de rechte, wat schokkerige vleugelslag, de langere hals en de lichte snavel. Verwarring met andere spechten is door het formaat uitgesloten.
Leefgebied
Uitgestrekt, ouder loof- en naaldbos met dikke bomen: beuken voor nestholtes, grove dennen en dood staand hout voor voedsel. Foerageert veel op de grond en op stronken, gespecialiseerd in mieren en boktorlarven.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Van Spanje en Frankrijk tot Scandinavië, Rusland en Japan; op het Iberisch Schiereiland vooral in de beuken- en dennenbossen van de Pyreneeën en het Cantabrisch gebergte, met een opmars zuidwaarts. In Nederland vooral op de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug, in Drenthe, Brabant en Limburg. De soort profiteert van het ouder worden van Nederlandse bossen.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Februari tot april, bij voorkeur op een rustige ochtend. Zoek naar de karakteristieke, hoge ovale of rechthoekige holen in gladde beukenstammen en naar grote, uitgehakte gaten onderin dode stronken. Die holen worden later gebruikt door holenduif, bosuil, ruigpootuil en zelfs boommarter.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (IUCN: Least Concern) en in West-Europa langzaam uitbreidend. Behoud van dikke, oude bomen en staand dood hout is de belangrijkste voorwaarde; kaalslag en het opruimen van dood hout doen de soort direct verdwijnen.
Wetenschappelijke naam
Dryocopus martius | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Picus martius; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Dryocopus werd in 1826 ingevoerd door Boie. Dryocopus gaat terug op het Griekse druokopos 'specht', van druos 'boom' en kopos 'het beuken'. martius is Latijn voor 'van Mars'; de Romeinen kenden de specht als picus Martius, de vogel van de oorlogsgod. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.


