Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Alpensneeuwhoen
Alpensneeuwhoen | Lagopus muta
Rock ptarmigan | Lagópodo alpino
Een hoen dat drie keer per jaar van pak wisselt en het hele jaar boven de boomgrens blijft. Op de kale steenvelden van de Alpen loopt een vogelaar er zo langs: het dier verroert zich niet tot je op tien meter staat, en dan schuift het lopend weg tussen de blokken.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Droog en krakend, meer een geluid dan een zang. De haan geeft een schrapend arr-arr-ka-ka-ka, alsof iemand een stok over een kam haalt, vaak vanaf een steenblok of tijdens een korte baltsvlucht waarbij hij met stijve vleugels naar beneden zweeft. In de vlucht klinkt een kort kèr-kèr. Op stille ochtenden draagt het krassen honderden meters over het steenveld en verraadt het de vogel eerder dan het oog.
Opname: Lawrence Shove / British Library — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Klein, rond hoen met een opvallend fijne, korte snavel en volledig bevederde poten. In winterkleed spierwit met een zwarte staart die alleen in vlucht te zien is; de haan draagt dan een zwarte teugelstreep van snavelbasis door het oog en boven het oog een rode wenkbrauwroos. In zomerkleed grijsbruin met dichte donkere golfbandering, buik en vleugels blijven wit. Het herfstkleed is koeler en egaler asgrijs. De handpennen zijn het hele jaar wit. De foto toont een haan in zomerkleed, begin juni in de Alpen.
Verwarringssoorten
Alles draait om het moerassneeuwhoen, dat buiten Scandinavië nergens in het kaartgebied voorkomt maar daar dezelfde bergen deelt met het alpensneeuwhoen. In winterwit is de haan van het alpensneeuwhoen de enige met een zwarte teugelstreep; die streep ontbreekt bij de hen, dus het ontbreken ervan bewijst niets. In zomerkleed is het alpensneeuwhoen koel grijs met fijne golfbandering, het moerassneeuwhoen warm roodbruin met grovere tekening en bij de haan een roestrode kop en hals tegen een nog wit lijf. In herfstkleed is het alpensneeuwhoen egaal asgrijs, het moerassneeuwhoen warmer bruin en breder gebandeerd. De snavel is het betrouwbaarst: bij het alpensneeuwhoen klein en tenger, bij het moerassneeuwhoen duidelijk zwaarder en hoger. Het schotse sneeuwhoen is in dit gezelschap eenvoudig, want het is de enige die nooit wit wordt en het hele jaar roodbruin blijft. In Schotland overlappen alpensneeuwhoen en schots sneeuwhoen in hoogte op de flanken van de heuvels: het schotse sneeuwhoen komt er vanuit de heide omhoog, het alpensneeuwhoen daalt er vanaf het plateau af.
Leefgebied
De alpiene zone boven de boomgrens: puinhellingen, blokvelden, korte alpiene graszoden met dwergstruiken en de randen van sneeuwvelden. In de Alpen en Pyreneeën vanaf ongeveer 1800 meter tot boven de 3000 meter, in Scandinavië en op IJsland veel lager op stenige toendra en kale bergruggen. Foerageert lopend op knoppen, blad en bessen van dwergwilg, rijsbes en kraaihei; in de winter graaft hij zich in sneeuwholen in.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
IJsland, de Scandinavische bergen en Noord-Rusland, de Schotse Hooglanden en, geïsoleerd in het zuiden, de Alpen en de Pyreneeën. Op de Britse Eilanden alleen in de Hooglanden (ondersoort millaisi), met de Cairngorms, Lochnagar, Drumochter en de toppen van Torridon en Wester Ross als kern. In de Pyreneeën de ondersoort pyrenaica, van de Mesa de los Tres Reyes tot de Maladeta en door de Catalaanse Pyreneeën en Andorra, met 400 tot 700 paren in het Aragonese deel: de zuidrand van het areaal. De soort verlaat zijn berg niet; in de laaglanden ontbreekt hij.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Neem in juni of juli een kabelbaan naar boven en volg een graat of blokveld op zo'n 2200 tot 2600 meter, vroeg in de ochtend als het nog windstil is — in de Alpen, in de Pyreneeën rond Ordesa of Aigüestortes, of lager op het plateau van de Cairn Gorm. Luister eerst naar het krassen en scan daarna de stenen af op iets met de verkeerde kleur; verse keutels op een plat blok verraden dat er vogels rondlopen. Blijf op het pad, in de winter weg van pistes en sneeuwrichels, en houd honden aan de lijn, want de kuikens drukken zich in de zode.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, maar in de zuidelijke berggebieden gaat het bergafwaarts. Skigebieden versnipperen de leefgebieden, vogels vliegen zich dood tegen kabels en liftinstallaties, en toerskiën en sneeuwschoenlopen verstoren de vogels juist in de maanden dat ze het krapst zitten. Daarbovenop krimpt de zone met langdurige sneeuwbedekking, waardoor een witte vogel steeds vaker op een bruine ondergrond staat.
Wetenschappelijke naam
Lagopus muta | (Montin, 1781)
Montin beschreef de soort in 1781 als Tetrao mutus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Lagopus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Lagopus is Grieks, van lagos 'haas' en pous 'voet': 'hazenvoet', naar de tot op de tenen bevederde poten. muta is Latijn voor 'stom, zwijgend'; de vrouwelijke vorm hoort bij het vrouwelijke Lagopus en verving de lang gebruikte spelling mutus. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.




