Alle soortenGierzwaluwachtigenGierzwaluwen › Huisgierzwaluw

Huisgierzwaluw | Apus affinis

Little swift | Vencejo moro

De huisgierzwaluw is de kleinste gierzwaluw van het gebied, nauwelijks groter dan een huiszwaluw, met brede vleugels en een groot vierkant wit stuitvlak. Hij broedt in kolonies onder bruggen, in rotskloven en tegen gebouwen. Vanuit Noord-Afrika heeft hij sinds 2000 ook de zuidpunt van Spanje bezet.

Huisgierzwaluw (Apus affinis)
Foto: Derek Keats — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij de kolonie luidruchtig. De roep is een snel, schel ratelend trillertje, tirrr-tirrr-riririe, dat meerdere vogels tegelijk uitstoten terwijl ze rond de nestplaats cirkelen. Het klinkt hoger, droger en meer ratelend dan de langgerekte gil van de gierzwaluw. Buiten de kolonie is de soort meestal zwijgzaam.

Luister: Roepen van een groep boven de kolonieWikimedia Commons

Opname: JMK — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Klein en gedrongen, 12 cm lang, met een brede vleugelbasis en een stompere vleugelpunt dan de gierzwaluw. De staart is recht afgeknot en oogt gespreid zelfs afgerond; een vork ontbreekt volledig. De witte stuit is groot en vierkant en loopt ver op de flanken door, zodat de band ook van opzij en schuin van onderen zichtbaar blijft. De keel draagt een grote, scherp begrensde witte vlek die tot op het gezicht doorloopt. De vlucht is fladderender en draaiender dan die van de gierzwaluw, met kortere glijfases en meer klapperende slagen.

Verwarrings­soorten

De gierzwaluw is veel groter (17–18.5 tegen 12 cm), heeft sikkelvormige, stijve vleugels, een korte gevorkte staart en een egaal roetbruin verenkleed met hooguit een vage lichte keelvlek; wit op de stuit ontbreekt. De vale gierzwaluw is bruiner, met contrastrijker kop- en keelpatroon en een breder ogende vleugelbasis, maar heeft evenmin een witte stuit. De alpengierzwaluw is veel groter en heeft een witte buik, geen witte stuit. Binnen de drie kleine gierzwaluwen met een witte stuit is de huisgierzwaluw de kleinste en gedrongenste: de stuitband is het breedst en het vierkantst en loopt het verst op de flanken door, de witte keel is het grootst, en alleen bij deze soort is de staart recht afgeknot. De pijlstaartgierzwaluw is slanker, met een smalle witte sikkel die de flanken niet bereikt en een lange, diep gevorkte staart. De horusgierzwaluw houdt het midden: een brede band die op de achterflanken ophoudt, en een ondiep gevorkte staart.

Leefgebied

Kolonievogel van bebouwing en rots: nesten onder bruggen en viaducten, in duikers, onder dakranden en overhangende richels en tegen rotswanden in kloven en aan zeekliffen. Foerageert boven steden en dorpen, boven stuwmeren en rivieren en boven het omliggende boerenland, doorgaans lager dan de gierzwaluw.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

In Noord-Afrika algemeen en grotendeels standvogel: Marokko, Algerije, Tunesië, Libië en de Nijlvallei in Egypte, verder in Israël, Jordanië en Zuid-Turkije. In Spanje broedt hij sinds 2000, toen de eerste zekere broedgevallen in de Sierra de la Plata bij Tarifa werden vastgesteld; later kwam er een havenkolonie bij Chipiona bij, met nog altijd niet meer dan enkele tientallen vogels. In Noordwest-Europa is hij een grote zeldzaamheid, met de meeste waarnemingen in mei en af en toe een vogel tot in Groot-Brittannië en Nederland.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek hem in Zuid-Spanje bij bruggen en havengebouwen rond Tarifa en Chipiona, of in Marokko boven de medina en de oude stadsmuren, en scan de gierzwaluwgroepen op een kleiner, gedrongener silhouet. Laat bij elke gierzwaluw met een witte stuit eerst de staart de doorslag geven: recht afgeknot betekent huisgierzwaluw.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern) en in veel gebieden toegenomen, doordat bruggen, viaducten en gebouwen extra nestplaatsen bieden. Lokaal is er wel verlies: in Turkije halveerde een deelpopulatie nadat stuwmeren broedplaatsen onder water zetten. In Spanje staat de vestiging nog aan het begin en gaat het om kleine aantallen, waardoor het verstoren van één kolonie meteen zwaar weegt.

Wetenschappelijke naam

Apus affinis | (Gray, 1830)

Gray beschreef de soort in 1830 als Cypselus affinis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Apus werd in 1777 ingevoerd door Scopoli. Apus is Latijn voor 'gierzwaluw', van Grieks a- 'zonder' en pous 'voet': de ouden hielden de vogel voor een zwaluw zonder poten. affinis is Latijn voor 'verwant, gelijkend'; op welke soort de vogel zou lijken, blijkt niet uit de beschrijving. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Ganges in India.