Alle soorten › Steltloperachtigen › Kluten › Kluut
Kluut | Recurvirostra avosetta
Pied avocet | Avoceta común
De kluut is een steltloper, sneeuwwit met zwart, op lange blauwgrijze poten. De dunne, opgewipte snavel maait zijdelings door zacht slik en ondiep water op zoek naar kleine kreeftachtigen.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Een helder, wat klaaglijk kluut kluut; de Nederlandse naam is een weergave van die roep. Bij verstoring in de kolonie wordt het een aanhoudend, nerveus geblaf, meestal in koor. Hoorbaar van maart tot juli; buiten de broedtijd is de soort zwijgzaam.
Opname: Ryan Hodnett — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Onmiskenbaar wit met een zwarte kruin en nek en zwarte banden over vleugel en schouder. De zwarte snavel is lang, dun en duidelijk omhoog gebogen, bij vrouwtjes korter en sterker gekromd. De lange blauwgrijze poten steken in vlucht ver voorbij de staart. Juvenielen hebben bruinzwarte in plaats van diepzwarte tekening.
Verwarringssoorten
Geen echte dubbelganger, maar op afstand wordt de soort verward met steltkluut, die een zwarte rug en zwarte vleugels heeft, een kaarsrechte snavel en knalrode poten. Op ondergelopen land worden groepjes ook voor kokmeeuwen aangezien. De opgewipte snavel en de maaiende foerageerbeweging sluiten alles uit.
Leefgebied
Ondiep brak en zout water boven een zachte modderbodem: kwelders, inlagen, slikken, zoutpannen, opgespoten terreinen en jonge natuurontwikkelingsgebieden. Broedt in kolonies op kale of schaars begroeide eilandjes en oevers zonder grondpredatoren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt langs de kusten van Noordwest-Europa en in binnenlandse zoutgebieden van Iberië tot Centraal-Azië. De Noordzeekust, de Lage Landen voorop, herbergt een belangrijk deel van de Noordwest-Europese broedvogels; die trekken naar de Franse en Iberische kust, waar de zoutpannen bij Cádiz, de Ebrodelta en Doñana grote winterconcentraties opleveren. In Iberië ook broedvogel, in Doñana, de zoutpannen van Cádiz, de Ebrodelta, Santa Pola en de lagunes van La Mancha.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
April en mei langs de Noordzee, in het Deltagebied of op het wad, bij afgaand water: dan foerageren broedvogels maaiend op vers drooggevallen slik. In de winter de zoutpannen van Cádiz, de Marismas del Odiel of de Ebrodelta bij laag ochtendlicht; bij laag water verspreiden de vogels zich over de geulen, bij hoogwater concentreren ze zich in de bekkens, en dan tel en fotografeer je ze het best.
Staat van instandhouding
Ging in de twintigste eeuw sterk vooruit dankzij bescherming en de aanleg van kale, natte pioniersgebieden, maar staat nu onder druk door dichtgroeien van die terreinen, predatie door vos en meeuwen en het overstromen van nesten bij zomerstormen. Wereldwijd niet bedreigd.
Wetenschappelijke naam
Recurvirostra avosetta | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Recurvirostra voerde hij in datzelfde werk in. Recurvirostra is Latijn, van recurvus 'naar boven gebogen' en rostrum 'snavel', naar de opgewipte snavel. avosetta komt van avosetta, de Venetiaanse naam voor de kluut; de verdere herkomst van het woord is onzeker. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Italië.



