Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Middelste zaagbek
Middelste zaagbek | Mergus serrator
Red-breasted merganser | Serreta mediana
Een slanke zaagbek met een verwaaid punkkapsel, thuis op de kust en in de zeegaten. Buiten het broedseizoen zwemt hij in de branding en op zoute geulen, waar hij met de kop onder water naar vis speurt.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Zwijgzaam buiten de balts. Baltsende mannetjes strekken de hals en geven een zacht, kattenachtig dje-djuu, vrouwtjes een rauw krrok-krrok. In april en mei op zeearmen en in de Waddenzee, meestal alleen te horen bij windstil weer en op korte afstand.
Opname: Jonathon Jongsma — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Beide geslachten hebben een dunne, rode, gehaakte snavel en een rommelige dubbele kuif die alle kanten opsteekt. Het mannetje heeft een groenzwarte kop, een witte halsband, een roodbruine gevlekte borst en grijze flanken. Het vrouwtje is grijs met een roodbruine kop die geleidelijk in de vuilwitte keel overloopt, zonder scherpe grens.
Verwarringssoorten
Het vrouwtje levert de klassieke verwarring met de grote zaagbek op. Bij de middelste zaagbek loopt het roodbruin van de kop vaag over in keel en hals; bij de grote zaagbek is die grens scherp en de witte kinvlek duidelijk afgezet. De middelste is bovendien slanker, met een dunnere snavel en een rommeliger kuif.
Leefgebied
Ondiepe zoute en brakke wateren: zeegaten, estuaria, havens, lagunes en beschutte baaien. Broedt op kwelders, duineilanden en langs heldere noordelijke rivieren en meren. Het nest ligt verscholen onder struiken, drijfhout of dicht helmgras, vaak in de nabijheid van sternkolonies.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt circumpolair van IJsland en Schotland tot Noord-Rusland; in Nederland een kleine broedpopulatie op de Waddeneilanden. Overwintert langs vrijwel de hele Atlantische kust. In Spanje overwintert de soort schaars in de Cantabrische rías, de Galicische baaien en incidenteel in de Ebrodelta.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Kijk in november en december vanaf een zeedijk of pier bij de Waddenzeegaten, twee uur na hoogwater als de stroom op gang komt. De vogels vissen dan actief in de geul; zoek naar duikende eenden met een dunne rode snavel en een wapperende kuif.
Staat van instandhouding
De Europese populatie neemt licht af. De belangrijkste bedreigingen zijn bijvangst in staande netten, olieverontreiniging op zee, verstoring van broedeilanden door recreatie en predatie door vos en marterachtigen. In Nederland is de broedpopulatie klein en schommelend, terwijl de winteraantallen redelijk stabiel blijven.
Wetenschappelijke naam
Mergus serrator | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Mergus voerde hij in datzelfde werk in. Mergus is het Latijnse woord voor een niet nader bepaalde watervogel die Plinius de Oudere en andere schrijvers noemen; men heeft er wel een aalscholver of een pijlstormvogel in gezien. serrator is Latijn voor 'zager', van serra 'zaag', naar de zaagtandjes langs de snavel waarmee de vogel glibberige vissen vasthoudt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.



