Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Roodhalsgans
Roodhalsgans | Branta ruficollis
Red-breasted goose | Barnacla cuellirroja
Na de rotgans de kleinste gans van het Westpalearctische gebied: kastanjerood, zwart en wit in scherpe blokken. In Nederland duikt hij vrijwel altijd op tussen kolganzen of brandganzen in de polder.
Geluid
Hoog, schel en gehaast, heel anders dan het geloei van grauwe ganzen: een tweelettergrepig, ietwat piepend kik-wik of kie-kwik, in koor een schrille kakofonie. In Nederland vooral te horen wanneer de gemengde ganzengroep opvliegt; de roep verraadt de vogel dikwijls voordat je hem hebt gezien.
Opname: Grégoire Chauvot — CC0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Klein en kortnekkig, met een roestrode wang omlijst door wit, een roodbruine hals en borst scherp begrensd door een witte flankstreep, en verder zwart met een witte achterhand. Een witte vlek tussen snavel en oog is het beste kenmerk op afstand. Eerstewinters zijn doffer, met minder scherpe witte lijnen en lichte dekveerranden.
Verwarringssoorten
Geen andere Europese gans heeft dat roodbruin, maar op grote afstand kan een rotgans in tegenlicht bedrieglijk lijken. De rotgans is echter egaal donker op kop en borst en mist elk wit op het gezicht. Ontsnapte roodhalsganzen zijn niet zeldzaam; let op ringen, sleetse veren en opvallende tamheid.
Leefgebied
Overwintert op steppegrasland, wintergraan en graanstoppels, altijd nabij grote meren of reservoirs waar de vogels slapen. In Nederland op grazige polders en wintertarwe tussen andere ganzen. Broedt op de Siberische toendra van Taimyr en Gydan, karakteristiek dicht bij nesten van slechtvalk of ruigpootbuizerd.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt uitsluitend in Noord-Siberië en overwintert vrijwel volledig aan de westkust van de Zwarte Zee, in Bulgarije en Roemenië. Kleine aantallen dwalen naar West-Europa; in Nederland zijn het er jaarlijks enkele, meestal in Friesland, de Flevopolders en Zeeland. In Spanje is het een uitzonderlijke dwaalgast.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek van december tot februari op de klassieke ganzenplekken: de Friese boezemlanden, de Ooijpolder en de Zeeuwse polders. Rijd of loop de dijken af in de late ochtend, wanneer de groepen rustig grazen, en werk elke kolgansgroep systematisch door met de telescoop; de vogel valt pas op in zijaanzicht.
Staat van instandhouding
De wereldpopulatie is klein en geconcentreerd op enkele slaapplaatsen aan de Zwarte Zee, wat ze kwetsbaar maakt. Omschakeling van gewassen, jachtdruk, verstoring en windparken langs de trekroute zijn de belangrijkste bedreigingen, en op de toendra speelt de afname van beschermende roofvogelnesten.
Wetenschappelijke naam
Branta ruficollis | (Pallas, 1769)
Pallas beschreef de soort in 1769 als Anser ruficollis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Branta werd in 1769 ingevoerd door Scopoli. Branta is een gelatiniseerde vorm van het Oudnoorse brandgás, 'verbrande gans', dus zwarte gans. ruficollis is Latijn, van rufus 'rood' en collum 'hals': 'met een rode hals'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de benedenloop van de Ob.



