Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Rotgans

Rotgans | Branta bernicla

Brant | Barnacla carinegra

De kleinste gans van Europa, nauwelijks groter dan een wilde eend en zo donker dat een groep op het wad eerder op een zwerm eenden lijkt. Rotganzen leven van zeegras, zeesla en kweldergras en zijn onlosmakelijk verbonden met de Waddenzee.

Rotgans (Branta bernicla)
Hoofdfoto · Foto: Stephan Sprinz — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Ondersoorten

Rotgans, ondersoort bernicla, zwartbuikrotgans
Ondersoort bernicla, zwartbuikrotgans · Foto: Andreas Trepte — CC BY-SA 2.5 · Wikimedia Commons
Rotgans, ondersoort hrota, witbuikrotgans
Ondersoort hrota, witbuikrotgans · Foto: Judy Gallagher — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons
Rotgans, ondersoort nigricans, zwarte rotgans
Ondersoort nigricans, zwarte rotgans · Foto: ALAN SCHMIERER — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De vluchtroep is kenmerkend: een rollend, grommend en licht nasaal rot-rot of rronk, dat uit een foeragerende groep als een onafgebroken, golvend gemompel over het wad draagt. Te horen van oktober tot mei, het luidst wanneer groepen opvliegen bij opkomend tij of bij het passeren van een slechtvalk.

Luister: Rollend gerol van een groepXC466463

Opname: Pascal Christe — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Compacte, kortnekkige gans met een geheel zwarte kop, hals en borst, zonder wit op de kop op een klein, streepvormig halsvlekje na. Volwassen vogels hebben scherpe witte randen op de flanken en een opvallend wit achterlijf rond de zwarte staart. Eerstewinters missen het halsvlekje en tonen duidelijke witte toppen aan de vleugeldekveren.

Verwarrings­soorten

De brandgans is groter en heeft een wit gezicht; de rotgans is bijna geheel donker. Binnen de soort beslist de buik: de zwartbuikrotgans bernicla heeft een donkergrijze buik die nauwelijks van de zwarte borst afsteekt, terwijl de witbuikrotgans hrota een romige, scherp contrasterende buik toont. De zeldzame zwarte rotgans nigricans uit het Pacifische gebied verschijnt bijna jaarlijks in kleine aantallen langs de Noordzee: die is zwart op de buik, maar draagt een grote, felwitte flankvlek en een brede halsring die aan de voorkant doorloopt.

Leefgebied

Strikt kustgebonden buiten de broedtijd: slikken met zeegras en darmwier, kwelders en aangrenzende zilte graslanden en binnendijkse polders. Bij laag water grazen ze op het wad, bij hoog water wijken ze uit naar kwelder en grasland. Broedt op de arctische toendra van Siberië, dicht bij de kust.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Zwartbuikrotganzen broeden op Taimyr en overwinteren van de Waddenzee tot Bretagne, met Nederland als kerngebied; witbuikvogels uit Spitsbergen en Groenland zitten in Denemarken, Ierland en Noordoost-Engeland. In Spanje is de rotgans een schaarse wintergast, vooral in de Baai van Cádiz en langs de Cantabrische kust.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Rijd in april naar Texel, Terschelling of de Friese kwelders, wanneer de vogels opvetten voor de trek en de groepen het grootst zijn. Kom rond laagwater en scan de zeegrasvelden; op Schiermonnikoog en in de Dollard staan ze soms tot tegen de dijk. Zoek dan meteen de roodhalsgans tussen hen.

Staat van instandhouding

De populatie herstelde sterk na bescherming in de jaren zeventig, maar neemt sinds de eeuwwisseling weer af. Het broedsucces schommelt sterk met de lemmingcyclus op Taimyr; achteruitgang van zeegrasvelden, verstoring op de kwelders en verruiging van grasland spelen mee, en zeespiegelstijging bedreigt de wadplaten op termijn.

Wetenschappelijke naam

Branta bernicla | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas bernicla; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Branta werd in 1769 ingevoerd door Scopoli. Branta is een gelatiniseerde vorm van het Oudnoorse brandgás, 'verbrande gans', dus zwarte gans. bernicla is middeleeuws Latijn voor 'zeepok', naar de oude opvatting dat deze ganzen uit zeepokken ontstonden. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.