Alle soortenEendachtigenEenden, ganzen en zwanen › Smient

Smient | Mareca penelope

Eurasian wigeon | Silbón europeo

Het gefluit van smienten is 's winters boven natte polders in Nederland veel te horen. Deze grazende eend verzamelt zich in dichte troepen die het gras kort houden en overdag op open water uitrusten.

Smient (Mareca penelope)
Hoofdfoto · Foto: Laitche — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

Het mannetje laat een luid, hoog en tweelettergrepig fluitje horen, een opgewonden wjuu-wiew dat over grote afstand draagt en meteen aan winterse polders doet denken. Het vrouwtje snort laag en kort, krrr. Vanaf oktober vrijwel voortdurend te horen, ook in het donker boven foeragerende en trekkende groepen.

Luister: Fluitroep (man)Wikimedia Commons

Opname: British Library — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Compacte eend met een korte blauwgrijze snavel met zwarte punt, een hoog rond voorhoofd en een spits achterlijf. Het mannetje heeft een kastanjebruine kop met botergele bles, roze aangelopen borst, grijze flanken en een zwarte onderstaart. Het vrouwtje varieert van roodbruin tot koud grijsbruin, altijd met scherp afgesneden witte buik. In vlucht toont de man een groot wit vleugelveld op de bovenvleugel.

Verwarrings­soorten

Amerikaanse smient heeft bij de man een groene oogstreep op een grijs gespikkelde kop met roomwitte bles; vrouwtjes zijn grijskoppig met scherp contrast tegen roodbruine flanken en witte okselveren. Krakeend is groter en vierkanter, met witte spiegel. De korte snavel en het steile voorhoofd zetten de smient altijd apart.

Leefgebied

Overwintert op kort, nat grasland, kwelders, ondergelopen polders, zoetwatermeren en beschutte zeearmen. Broedt op meren, veenplassen en trage rivieren in de boreale zone. Graast als een gans op de zode, in dichte langzaam voortschuivende troepen, en gebruikt open water als veilige slaapplaats.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedvogel van IJsland, Scandinavië en Noord-Rusland; in Nederland broeden slechts enkele paren. Nederland is een van de belangrijkste overwinteringsgebieden van Europa, met concentraties in het rivierengebied, de Delta en langs de Waddenzee. In Spanje overwintert de soort in kleinere aantallen in Doñana, de Ebrodelta en de noordelijke lagunes.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Ga in november of december bij schemer naar een natte polder en luister eerst: het gefluit verraadt de groep voordat je hem ziet. Zoek overdag op open water naar rustende troepen en loop dan systematisch elke grijskoppige vogel na op een Amerikaanse smient tussen de gewone.

Staat van instandhouding

Als overwinteraar nog altijd talrijk, maar in Noordwest-Europa nemen de aantallen af doordat vogels bij zachtere winters korter doortrekken en verder oostelijk blijven hangen. De broedpopulatie in Fennoscandinavië krimpt. Verstoring van slaapplaatsen, verdroging van graslanden en jacht in delen van de trekroute spelen daarbij een rol.

Wetenschappelijke naam

Mareca penelope | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas penelope; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Mareca werd in 1824 ingevoerd door Stephens. Mareca gaat terug op het Portugese marreco, een woord voor een kleine eend. penelope verwijst naar de eend die volgens de Griekse overlevering Penelope redde toen zij in zee werd geworpen; haar naam komt van pene 'draad' en ops 'aanblik', naar de list met het weefsel waarmee zij haar vrijers afhield. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.