Alle soortenRoofvogelsHavikachtigen › Steenarend

Steenarend | Aquila chrysaetos

Golden eagle | Águila real

Een zeer grote arend van de Europese bergen, die met opgeheven vleugels langs rotswanden zeilt en zijn territorium in golvende duikvluchten afbakent. Spanje herbergt de grootste populatie van West-Europa en is een van de plekken waar de soort het best te zien is; in Nederland is hij een grote zeldzaamheid.

Steenarend (Aquila chrysaetos)
Foto: Giles Laurent — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zwijgzaam en zelden gehoord. Bij de horst en tijdens de baltsvluchten in februari en maart klinkt een zwak, hoog blaffend kjek-kjek of een miauwend hie-jèh, ijl voor een vogel van dit formaat. Bedelroepen van jongen dragen ver in juli.

Luister: RoepWikimedia Commons

Opname: British Library — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Zeer groot, met lange, aan de basis versmalde vleugels die zweven in een duidelijke ondiepe V; de kop steekt merkbaar uit en de staart is lang en aan het eind licht afgerond. Adult donkerbruin met goudgele nek. Juveniel met scherp afgetekende witte vlekken in de handbasis en een witte staartbasis met brede zwarte eindband.

Verwarrings­soorten

Havikarend: kleiner, met witte onderdelen en een lichte rugvlek, en zweeft op vlakke vleugels. Buizerd: veel kleiner en compacter met korte staart, maar op afstand misleidend — let op de staartlengte, die bij de steenarend de vleugelbreedte overtreft. Jonge zeearend: kortere wigvormige staart en breder, plankvormig vleugelprofiel.

Leefgebied

Bergland met rotswanden voor de horst en uitgestrekte open hellingen, alpenweiden en steeneiken- of dennenbossen om te jagen. In Spanje ook lage sierra's, kliffen boven dehesa's en dorre steppen; jaagt op konijnen, hazen, marmotten en patrijzen, en gebruikt in de winter veel aas.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

In Europa vooral in de Alpen, Karpaten, Scandinavië, Schotland, de Balkan en het hele Iberische binnenland — van het Iberisch Systeem en de Betische bergketens tot de Pyreneeën en de Picos de Europa — waarbij Spanje de grootste populatie van West-Europa herbergt. Standvogel, waarbij jonge vogels ver zwerven. In Nederland een uitzonderlijke dwaalgast, meestal een noordelijke of Duitse zwerver.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Maart tot mei, midden op de ochtend als de eerste thermiek opkomt: kies een uitkijkpunt tegenover een grote rotswand, in de Pyreneeën, de Sierra de Guadarrama of Monfragüe, en scan geduldig de bergkam. Baltsvluchten met diepe golven zijn in februari en maart het opvallendst.

Staat van instandhouding

Europees stabiel tot licht toenemend na eeuwen van vervolging, maar het herstel gaat traag omdat de soort laat broedt en weinig jongen grootbrengt. Illegale vergiftiging en bestrijding vanuit jachtbelangen, loodvergiftiging via aas, aanvaringen met windturbines en hoogspanningskabels en verstoring van horsten blijven de grootste bedreigingen.

Wetenschappelijke naam

Aquila chrysaetos | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Falco chrysaëtos; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aquila werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Aquila is Latijn voor 'arend', mogelijk van aquilus 'donker van kleur'. chrysaetos is Grieks voor 'goudarend', van khrusos 'goud' en aetos 'arend'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.