Alle soortenGierzwaluwachtigenGierzwaluwen › Bonte gierzwaluw

Bonte gierzwaluw | Aeronautes saxatalis

White-throated Swift | Vencejo gorjiblanco

De bonte gierzwaluw is de enige Noord-Amerikaanse gierzwaluw met een scherp zwart-wit patroon: een zwartbruine rug tegenover een spierwitte keel, borst en flank. Hij broedt in rotsspleten van kliffen en canyons door het hele westen, van zeeniveau tot ver boven de boomgrens, en geldt als een van de snelste vliegers onder de kleine vogels. Baltsende paren storten zich soms in een gezamenlijke duik van honderden meters, aan elkaar vastgeklampt tot vlak boven de grond.

Bonte gierzwaluw (Aeronautes saxatalis)
Foto: Caleb Putnam — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een reeks schelle, bijna schurende tonen, meestal in een dalende, versnellende reeks en goed te horen tegen de wanden van een canyon. Bij een gezamenlijke slaapplaats in een rotsspleet klinkt bij het invallen van de avond een aanhoudend, kwetterend geroezemoes van tientallen tot honderden vogels tegelijk. In de vlucht boven open terrein is de roep vaak het eerste teken van zijn aanwezigheid, nog voor de vogel zelf is gezien.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een tamelijk grote, slanke gierzwaluw met opvallend lange, smalle, sabelvormig gebogen vleugels. De bovendelen zijn zwartbruin, de keel, borst en een streep over het midden van de buik zuiver wit, met witte vlekken op de flank en een witte rand aan de achterkant van de binnenvleugel. Mannetjes en vrouwtjes zijn niet van elkaar te onderscheiden. De vlucht is snel en recht, met korte reeksen stijve slagen afgewisseld door glijfases, heel anders dan de meer wentelende vlucht van de meeste andere gierzwaluwen.

Verwarrings­soorten

De zwarte gierzwaluw en de vaux-gierzwaluw missen beide het scherpe wit van de bonte gierzwaluw volledig; de eerste is egaal donker, de tweede heeft alleen een lichte keel. Op afstand wordt de soort weleens verward met de violetgroene zwaluw, die eenzelfde combinatie van donker en wit toont, maar een veel directere vlucht heeft met snellere, minder stijve vleugelslagen en een gevorkte in plaats van sikkelvormige vleugel. Groepen die tegelijk boven dezelfde canyonrand jagen, bevatten dan ook regelmatig beide soorten door elkaar.

Leefgebied

Kliffen en canyonwanden in vrijwel elk droog berg- en woestijnlandschap van het westen, van tweehonderd meter onder zeeniveau in Death Valley tot boven de drieduizend meter. Waar natuurlijke rotsspleten ontbreken, wijkt de soort uit naar bruggen, viaducten en de wanden van steengroeves. Er wordt gejaagd boven vrijwel elk type terrein binnen bereik van de nestplek — bos, weiland, canyonrand — vaak geconcentreerd op plekken waar opstijgende lucht insecten verzamelt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Jaarrond aanwezig in Californië, Arizona, New Mexico, Texas en grote delen van Mexico, zuidwaarts tot in de hooglanden van Guatemala en Honduras; noordelijker, van zuidelijk British Columbia tot Washington, Oregon, Idaho, Nevada, Utah, Colorado en Wyoming, is de soort alleen 's zomers broedvogel en trekt het grootste deel van de populatie in de winter zuidwaarts. De trek verloopt zichtbaar minder massaal en minder ver dan bij andere Noord-Amerikaanse gierzwaluwen, en in zachte winters blijven groepen ook in het noorden van het areaal achter.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek een canyon of klif in het westen op een winderige middag: de bonte gierzwaluw jaagt dan vaak laag langs de rotswand, waar opstijgende lucht insecten concentreert, en de combinatie van sabelvormige vleugels en scherp wit op de onderdelen is op elke afstand te zien. Bij zonsondergang verzamelen zich soms tientallen vogels schreeuwend bij de ingang van een gezamenlijke slaapplaats.

Staat van instandhouding

De Noord-Amerikaanse populatie is sinds 1970 met bijna de helft afgenomen, ondanks een geschat totaal van ruim drie miljoen vogels wereldwijd, wat de soort nog altijd als niet bedreigd classificeert. Een afname van vliegende insecten, mogelijk mede door bestrijdingsmiddelen, wordt als waarschijnlijke oorzaak gezien; het gebruik van bruggen en steengroeves als vervangende nestplek compenseert het verlies van natuurlijke kliffen maar ten dele.

Wetenschappelijke naam

Aeronautes saxatalis | (Woodhouse, 1853)

Woodhouse beschreef de soort in 1853 als Acanthylis saxatalis, tijdens de Sitgreaves-expeditie die een route zocht van de Zuni-rivier naar de Stille Oceaan; sindsdien is de soort naar een ander geslacht verhuisd, vandaar de haakjes om auteur en jaartal. Hartert voerde het huidige geslacht Aeronautes in 1892 in, uit het Griekse aer, 'lucht', en nautes, 'zeevaarder' — een 'luchtzeevaarder'. saxatalis is Latijn voor 'tussen de rotsen levend', naar de kliffen en canyonwanden waarin de soort nestelt. De typelocatie is Inscription Rock in New Mexico, een rotsformatie waar generaties reizigers hun naam achterlieten.