Alle soortenZangvogelsTirannen › Arkansaskoningstiran

Arkansaskoningstiran | Tyrannus verticalis

Western Kingbird | Tirano Pálido

De arkansaskoningstiran is de gewone koningstiran van het open westen: lichtgrijze kop en borst, gele buik, en een zwarte staart met een witte buitenrand. Hij zit op draden, hekken en losse bomen langs wegen en akkers en verdedigt zijn territorium met luide, fladderende aanvallen op veel grotere vogels.

Arkansaskoningstiran (Tyrannus verticalis)
Foto: Linda Tanner — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een korte, scherpe wiet. Daaruit bouwt hij een piepend gekwetter op dat aanzwelt tot een reeks snelle, kwetterende notities; in de vroege ochtend zingt het mannetje een langere versie daarvan, vaak al voor zonsopgang en soms in een korte zangvlucht. Bij ruzie met een kraai, havik of andere koningstiran klinkt een aanhoudend ratelend gekwetter.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Kop en borst zijn bleekgrijs, de keel witachtig, de buik en de onderstaartdekveren helder geel. De rug is grijs met een olijfgroene zweem, de vleugels donkerbruingrijs. Het beste kenmerk is de zwarte, recht afgesneden staart met een smalle witte rand langs de buitenste staartpen. De kop is groot, de snavel kort, recht en zwaar. Een verborgen oranjerode kruinvlek wordt alleen bij agressie of balts zichtbaar. De geslachten zien er hetzelfde uit.

Verwarrings­soorten

Cassins koningstiran heeft een donkerder grijze kop en borst, een scherp afstekende witte kin en een olijfbruine staart zonder witte buitenrand, maar met een vage bleke eindzoom; zijn roep is een laag, kort tsjiebeer. De tropische en Couchs koningstiran hebben een grovere snavel, een ingesneden staart zonder witte rand en veel meer geel op de borst. De zwaluwstaartkoningstiran heeft dezelfde witgerande zwarte staart maar is wit en zalmroze van onderen, niet geel, en heeft een veel langere, gevorkte staart.

Leefgebied

Open land met enkele hoge zitplaatsen: kortgrasprairie, sagebrush-steppe, woestijnrand, weiland, akkerland, erven en stadsranden, gewoonlijk beneden ongeveer 2100 meter. Hij nestelt in katoenbomen, plataan, jeneverbes en mesquite en net zo goed op telefoonpalen, transformatorkasten en dakranden. Aaneengesloten bos mijdt hij; een enkele boom in een groot open veld volstaat.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Hij broedt in het hele westen van Noord-Amerika, van Zuid-Brits-Columbia, Alberta, Saskatchewan en Zuid-Manitoba tot Noord-Mexico, oostwaarts tot in de Dakota's, Nebraska, Kansas en Oklahoma. Sinds het eind van de negentiende eeuw breidde het areaal zich oostwaarts uit met de aanplant van bomen op de Great Plains en met de komst van hoogspannings- en telefoonlijnen. Het winterkwartier ligt in Zuidwest-Mexico en Midden-Amerika; langs de Golfkust en in Florida overwintert een klein aantal.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Rij in juni langs een prairieweg en let op elke paal: een grijs-gele vogel die recht overeind zit en bij nadering opvliegt en terugkeert, is bijna altijd deze soort. De witte buitenrand van de staart is in de vlucht van opzij het snelst te zien; bij een zittende vogel valt hij vaak weg.

Staat van instandhouding

Partners in Flight schat de broedpopulatie op ongeveer 30 miljoen vogels. De Breeding Bird Survey laat tussen 1966 en 2019 een tamelijk stabiel beeld zien; het areaal is in dezelfde periode oostwaarts gegroeid. Omdat hij vaak boven akkers jaagt, staat hij bloot aan bestrijdingsmiddelen. Palen en masten leveren nestplaatsen op waar bomen ontbreken.

Wetenschappelijke naam

Tyrannus verticalis | Say, 1822

Thomas Say beschreef de soort in 1822 onder de naam die ze nog draagt, Tyrannus verticalis, naar een exemplaar bij La Junta in Colorado. Tyrannus is Latijn voor 'alleenheerser', naar het verdrijven van grotere vogels uit het territorium; verticalis betekent 'van de kruin' en verwijst naar de verborgen kruinvlek. De Nederlandse naam en het oudere Engelse Arkansas Kingbird gaan terug op de vroege vondsten langs de Arkansas River.