Alle soortenZangvogelsSpotlijsters › Bahamaspotlijster

Bahamaspotlijster | Mimus gundlachii

Bahama Mockingbird | Sinsonte de las Bahamas

De bahamaspotlijster is een grote, gestreepte spotlijster van de droge struwelen van de Bahama's, Cuba, Jamaica en de Turks- en Caicoseilanden. In het gidsgebied is hij dwaalgast: sinds het begin van de jaren zeventig duikt hij met enige regelmaat op in Zuid-Florida en op de Florida Keys, vrijwel altijd in het voorjaar.

Bahamaspotlijster (Mimus gundlachii)
Foto: Len Worthington — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit korte, abrupte en sterk wisselende zinnetjes die meestal twee- of driemaal worden herhaald, luid en ver dragend vanaf een open takpunt. Anders dan de spotlijster neemt hij geen geluiden van andere soorten over; de zang is volledig eigen. De roep is een hard, schrapend tsjak.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Groter en doffer dan de spotlijster, grijsbruin van boven met donkere strepen over mantel en kruin. De onderdelen zijn vuilwit met zware donkere streping op borstzijden en flanken. In de vlucht ontbreken de grote witte vleugelvlakken; de staart is lang en donker, met alleen kleine witte punten aan de buitenste pennen. Het gezicht is onregelmatig gevlekt, met een vage donkere baardstreep.

Verwarrings­soorten

De spotlijster is kleiner, effen grijs en ongestreept, en heeft een opvallend wit vleugelveld en brede witte buitenste staartpennen — beide ontbreken bij de bahamaspotlijster. Jonge spotlijsters hebben wel strepen op de borst, maar behouden het witte vleugelveld en de witte staartzijden; let bij een gestreepte vogel daarom altijd eerst op de vleugel in de vlucht. Grotere omvang, bruiner kleed en streping tot op de flanken zijn samen doorslaggevend.

Leefgebied

Droge kustzones met struikgordels, coppice-struweel op kalksteen, halfopen bos met palmen en een verdroogde struiklaag, en de randen van bebouwing. Op de eilanden is dat vaak het droogste en stenigste terrein, tot vlak aan het strand. Hij foerageert vooral op de grond en tot enkele meters hoogte en eet ongewervelden, nectar, kleine vruchten en soms een kleine hagedis; voedselplekken verdedigt hij fel tegen soortgenoten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel van de Bahama's en de Turks- en Caicoseilanden, van het Sabana-Camagüey-archipel en enkele droge kuststroken van Cuba, en — als de ondersoort hillii, met zwaardere rugstreping — van het zuiden van Jamaica. In Noord-Amerika is hij dwaalgast: vrijwel alle waarnemingen komen uit Zuid-Florida en de Keys, met een piek in april en mei, wanneer vogels met zuidoostenwind overwaaien. Een mannetje keerde meerdere voorjaren achtereen naar Key West terug en paarde daar mogelijk met spotlijsters.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

In Florida is de kans het grootst in april en mei in het kustkreupelhout van de Keys, bij Bill Baggs Cape Florida of Fort Zachary Taylor, meestal nadat er een melding is gedaan — de vogels blijven soms dagen op dezelfde plek. Op de eilanden zelf hoor je hem eerder dan je hem ziet: zoek de zingende vogel op het hoogste kale takje boven het struweel.

Staat van instandhouding

De soort geldt als niet bedreigd en is in het grootste deel van haar areaal algemeen. Het areaal is wel klein en volledig eilandgebonden, en het droge kuststruweel waarin ze leeft staat onder druk van toerisme en bebouwing. Op verschillende eilanden breidt de spotlijster zich uit in aangelegd en beplant terrein; wat die uitbreiding op de lange termijn voor de bahamaspotlijster betekent, is nog niet gemeten.

Wetenschappelijke naam

Mimus gundlachii | Cabanis, 1855

Jean Cabanis beschreef de soort in 1855 als Mimus Gundlachii, naar een exemplaar uit Cuba; auteur en jaartal staan zonder haakjes, want ze is altijd in Mimus gebleven. Mimus is Latijn voor 'nabootser', een naam die bij deze soort juist niet op nabootsing slaat. De soortnaam eert Juan Gundlach (1810–1896), de in Duitsland geboren natuuronderzoeker die het grootste deel van zijn leven aan de vogels van Cuba en Puerto Rico werkte. De Nederlandse, Engelse en Spaanse naam noemen alle drie de Bahama's, waar het zwaartepunt van het areaal ligt.