Alle soortenZangvogelsSpotlijsters › Spotlijster

Spotlijster | Mimus polyglottos

Northern Mockingbird | Sinsonte norteño

De spotlijster is de bekendste stem van de Amerikaanse voorstad: een slanke grijze vogel die vanaf een schoorsteen, een lantaarnpaal of een telefoondraad het geluid van zijn hele buurt ten gehore brengt. Vijf staten kozen hem als staatsvogel, en op warme voorjaarsnachten houdt hij het gewoon vol tot het weer licht wordt.

Spotlijster (Mimus polyglottos)
Foto: Paul Danese — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Elke frase komt drie tot zes keer achter elkaar voordat de volgende aan de beurt is; dat ritme verraadt de zanger ook als je de nagebootste vogel niet kent. Het repertoire loopt van het tsjip van een kardinaal en het krassen van een gaai tot een piepend autoalarm, een deurbel en een blaffende hond. De gewone roep is een hard, schrapend tsjek, dat bij een opduikende kat in een droge ratel overgaat. Ook vrouwtjes zingen, zachter, vooral in het najaar wanneer ze een eigen bessenstruik verdedigen.

Luister: ZangXC917982

Opname: Anonymous — CC0 · Highland Falls, Orange County, New York, United States · xeno-canto

Herkenning

Een slanke, langstaartige grijze vogel, lichtgrijs van boven en vuilwit van onder, met twee smalle witte vleugelstrepen en een zwartachtige, licht gebogen snavel. In de vlucht springen twee grote witte vleugelvlakken en witte buitenste staartpennen eruit, zodat een zittend onopvallende vogel opeens zwartwit bont lijkt. Mannetje en vrouwtje zien er hetzelfde uit; jonge vogels hebben een gevlekte borst en een donker oog, waar volwassen vogels een lichtgeel oog hebben. Op een gazon klapt hij zijn halfopen vleugels met korte rukken omhoog, zodat de witte vlakken oplichten — een beweging die je van ver herkent.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse klapekster (Lanius ludovicianus) is even grijs en wit en heeft ook wit in vleugel en staart, maar draagt een zwart masker, een zware haaksnavel en een veel kortere staart, en zit rechtop in plaats van voorovergebogen. De Bahamaspotlijster (Mimus gundlachii), die zuidelijk Florida bereikt, is gestreept op borst en flanken en mist de witte vleugelvlakken. In het zuiden van Mexico neemt de tropische spotlijster (M. gilvus) het over: die toont alleen een smalle witte vleugelzoom en heeft langere, dunnere poten. Jonge spotlijsters met hun gevlekte borst worden voor lijsters aangezien, maar hebben de lange staart en de fijne snavel al.

Leefgebied

Open, kort gehouden grond met verspreide struiken: gazons, parken, kerkhoven, wegbermen, beplante parkeerterreinen, en aan de rand daarvan een dichte struik om in te nestelen. In het zuidwesten en in Mexico is dat doornstruweel met mesquite en cactus, met dezelfde afwisseling van kaal en dicht. Gesloten bos mijdt hij volledig; hij heeft open bodem nodig om overheen te rennen en te foerageren. Bessenstruiken bepalen waar hij de winter doorbrengt — één vogel kan maandenlang één hulst of vuurdoorn bezet houden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel in vrijwel de hele Verenigde Staten ten zuiden van de Grote Meren, in Mexico tot Oaxaca en Veracruz, en op de Bahama's en de Grote Antillen, waar hij van oudsher thuishoort. De noordgrens is in de twintigste eeuw opgeschoven tot in zuidelijk Ontario en New England, mee met stadsgroen, wegbermen en aangeplante bessenstruiken. Trekken doet hij nauwelijks; alleen de noordelijkste vogels wijken bij streng weer wat naar het zuiden uit. In de jaren twintig van de vorige eeuw is hij op Hawaï uitgezet, waar hij zich op alle grote eilanden heeft gevestigd.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek in maart en april een hoge, vrijstaande zitplaats af — een nokrand, een antenne, de bovenste draad aan een paal: daar zit de zingende vogel, meestal dezelfde elke dag. Wie wil weten wat er in de buurt broedt, kan een kwartier naar één spotlijster luisteren en meetellen. In de winter is hij stiller maar niet weg: zoek dan de bessenstruik die hij bewaakt, en let op het harde tsjek.

Staat van instandhouding

Talrijk en wijdverbreid, met een populatie van tientallen miljoenen en de status niet bedreigd. De aantallen zijn sinds de jaren zestig licht teruggelopen, maar per saldo profiteert de soort van steden, wegbermen en aangeplante sierstruiken. Als broedvogel van lage struiken vlak bij huizen is hij kwetsbaar voor huiskatten, en op Hawaï telt hij zelf mee als uitgezette soort.

Wetenschappelijke naam

Mimus polyglottos | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Turdus polyglottos, bij de lijsters; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Mimus werd in 1826 ingevoerd door Boie en is het Latijnse woord voor 'nabootser, mimespeler'. polyglottos is Grieks voor 'veeltalig', van polus 'veel' en glossa 'tong'. De typelocatie luidt eenvoudig 'in Virginia'.